Joost Vandecasteele

Interview met Joost Vandecasteele

Naar aanleiding van zijn nieuwste roman, 'Jungle', sprak Cutting Edge met Joost Vandecasteele over pulp, games en verzet. Het werd een vlammende monoloog waar wij af en toe een vraag tussen kregen.

‘Ik beschouw romans als een verslag van wat er in wereld gebeurt’, vertelt Vandecasteele ons. Niet toevallig dus dat ‘Jungle’ start met een schrijver die op een bijeenkomst met collega’s te horen krijgt dat zijn uitgeverij ermee ophoudt. Vandecasteele was een van de vele Belgische schrijvers die dakloos werden na het opdoeken van De Bezige Bij Antwerpen.

 

Pulp

Heeft het verdwijnen van je uitgeverij invloed gehad op ‘Jungle’?
JVDC: Zeer zeker. Het boek zou er helemaal anders uitgezien hebben. Samen met nog een aantal andere gebeurtenissen maakte het opdoeken van De bezige Bij Antwerpen dat ik terug op een nulpunt kwam te staan. Ik moest alles in vraag stellen en merkte dat ik minder stevig in mijn schoenen stond. Dat gevoel zit ook sterk in ‘Jungle’.

Maakte je je zorgen over je carrière als schrijver?
JVDC: Laten we zeggen dat ik me altijd zorgen maak, maar dat ik daar tot nu toe steeds ongelijk over gekregen heb. Ik heb nog periodes gehad dat alles leek te stoppen en dat het zwarte gat dreigde. Soms lijkt een carrière er gewoon uit te bestaan dat je het zwarte gat vermijdt. Ik heb daar mee leren leven. Het hoort er blijkbaar gewoon bij dat ik op een gegeven ogenblik in bepaalde kranten of programma’s zit en dan niet meer. Ik zou pas echt ongerust worden als pakweg De Standaard me zou zeggen ‘Joost, jij mag blijven. Jij mag al-tijd blijven.’

Hoe kwam je uiteindelijk bij uitgeverij Lebowski terecht?
JVDC: Het was als snel duidelijk dat ‘Jungle’ geen vanzelfsprekend boek zou zijn. Het is niet de roman waarbij een uitgeverij spontaan juicht: ‘we hebben onze nieuwe bestseller!’. Gelukkig is Paul Sebes mijn literair agent. Hij snapt dat ik een uitgeverij nodig heb, die begrijpt waarom ik heel bewust pulp schrijf. Bij Lebowski had ik direct het gevoel dat het goed zat. Als je hun kantoren in Amsterdam binnenwandelt zie je street art aan de muur hangen. Je voelt er een verfrissende fuck you ten opzichte van de gevestigde ideeën over literatuur. Ik was dus heel blij dat ze mij wilden, want als het bij hen niet gelukt was, zou ik het niet weten. Misschien had ik het hele ding dan maar gewoon op  het internet gegooid.

 

‘Generatie B’

Was dat echt een optie? In ‘Jungle’ noem je een roman namelijk het visitekaartje van een schrijver om andere schrijfopdrachten binnen te kunnen rijven.
JVDC: Ik heb niet het gevoel dat ik met die zin het deksel van de rioolput licht. Dat is namelijk de realiteit. Van de verkoop van mijn boeken alleen kan ik niet leven. Misschien is dat ook niet de bedoeling. Ik hoop dat ze wel andere dingen mogelijk maken. Mijn boeken zeggen mensen waarvoor ik sta. Potentiële partners hebben iets om zich tegen te verhouden. De meesten gaan zeggen: ‘ik heb je werk gelezen, maar het is niks voor mij. Maar één iemand gaat zeggen: hier kan ik iets mee’.

Kan je daar een voorbeeld van geven?
JVDC: Op dit ogenblik maak ik samen met regisseur en scenarioschrijver Pieter Van Hees een serie voor Canvas gebaseerd op mijn eerste boek. ‘Generatie B’ zal zich in Brussel afspelen tegen de achtergrond van een totale economische crisis. België is van rating AA+ naar B gegaan en vooral de twintigers zijn daarvan het slachtoffer. Om te overleven moeten ze zich recht houden met luizige jobs in de zwarte economie van Brusselse wijken als Molenbeek.

Dat klinkt behoorlijk zwaar.
JVDC: Dat is het ook. We willen het over serieuze zaken hebben: generatieconflicten, Brussel, het economisch systeem … Maar we gaan dat niet als documentaire presenteren waarbij Jan Leyers de voice over doet. Mijn eerste bekommernis is dat 'Generatie B' grappig is. De humor moet beenhard zijn. Bij het schrijven van mijn vorige roman, ‘Vel’, heb ik mij een grens opgelegd en daar heb ik nu spijt van. Ik heb geleerd dat ik minder relevant word als ik mij inhoud.

En weten ze bij Canvas al dat je voor harde humor gaat? In Vlaanderen is dat niet evident.
JVDC: Tegen wie zeg je het. Een tijd geleden wou ik valse jaaroverzichten maken. Dat plan werd afgevoerd omdat het te verwarrend zou zijn voor de kijker. Ik wou namelijk niet duidelijk aangeven dat het allemaal verzonnen was. Maar ‘Generatie B’ is een sitcom, wat voor een heldere afbakening zorgt.

Wanneer kunnen we het op TV verwachten?
JVDC: Normaal gaan we in de zomer opnemen en zou het in december op de buis moeten zijn.  Op dit ogenblik ben ik de scenario’s aan het herschrijven, want sinds de eerste versies is er veel gebeurd in Brussel.

Games

Dat is snel vooral omdat ik hoor dat je ook bezig bent om een game te ontwikkelen?
JVDC: Dat klopt. Het is een project waar ik erg trots op ben en heel nerveus tegelijk. Het begon met een oproep van het Nederlands Letterfonds. Ze wilden gameontwikkelaars en schrijvers samen zetten en zien wat er gebeurde. Toen ik de wedstrijd zag, wilde ik meteen meedoen. Alleen kende ik geen gameontwikkelaar. Happy Volcano stond ook te springen, maar zij kende geen schrijver. Net voor de deadline zijn we door een speling van het lot samen gekomen. Zij hadden een prachtig voorstel en ik heb daar mijn talent aan toegevoegd, namelijk het een donkere kant geven. Ik ben onder de indruk van hun technische knowhow en zij lijken gecharmeerd door mijn rare ideeën.

In ‘Jungle’ noem je games ‘de logische stap zijn in het vertellen van verhalen’. Wat trekt je zo tot dat medium aan
JVDC: Er gebeurt gewoon iets binnen dat medium. De technische mogelijkheden breiden zich uit. Maar er is meer. Het is niet zo dat de huidige generatie ontwikkelaars dezelfde spelletjes maakt als 20 jaar geleden, maar met meer pixels. Veel gamemakers huren schrijvers in. Ze zijn bezig om er emoties, humor, verwarring, filosofische vraagstukken in te steken. Neem het spel ‘The Stanley Parable’. Het drijft op een soort absurditeit die ik in de literatuur niet meer terug vind.

Mis je dat dan?
JVDC: Maar natuurlijk! Er is ook geen fundamentele discussie meer als het over romans gaat. In de gamewereld is die er wel. Ken je ‘Gone home’? Datt is een spel zonder concrete doelen waar je een huis doorzoekt en voorwerpen bekijkt. Volgens de maker is het een game omdat je keuzevrijheid hebt. Je kunt kiezen om naar de keuken dan wel naar de garage te gaan. Andere zeggen: dat is geen game, dat is een interactief verhaal. Het debat loopt dus.

Hoe verhouden die games zich tot romans?
JVDC: Ik geloof dat het straks even legitiem zal zijn om een boek tot een game te herwerken dan het nu is om het te verfilmen. Met ‘Metro 2033’ is dat trouwens al gebeurd. Ik probeer in ieder geval zo verwonderd mogelijk te blijven. Eigenlijk vind ik elk medium dat zich opstart interessant. Voor mij is het logisch om me dan te smijten als verhalenverteller. Ik zou me hypocriet vinden als ik me principieel bij literatuur zou houden.

 

Verzet

Naast de virtuele wereld van internet en games staat ‘Jungle’ met twee voeten in de reële wereld. Ik vond het een zeer politiek boek, haast partijpolitiek.
JVDC: Ik snap wat je bedoelt. Initieel zaten er nog meer referenties naar N-VA en de regering in, maar die heb ik eruit gehaald. Het mocht niet te gericht zijn. Partijpolitiek en politici zijn het minst interessante aan politiek.

Wat interesseert jou dan wel?
JVDC: Ik wou een boek over verzet schrijven. Wat voor verzet vind ik interessant?

Verzet is een onderwerp dat leeft. Van ABVV tot Vlaams Belang … iedereen omarmt het woord. Waarom eigenlijk?
JVDC: Omdat we collectief belogen zijn natuurlijk. Er is ons steeds voorgehouden dat wanneer we braaf bleven en we ons best zouden doen, er voor ons gezorgd zou worden. De bankencrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat dit niet waar is. Wij hebben niets fout gedaan. Wij hebben gedaan wat ze ons vroegen. We hebben hard gewerkt en toch zijn we gechareld.

En hoe gaan we dat keren?
JVDC: In ieder geval niet met betogingen stakingen of – godsgruwel - ludieke acties. We moeten ons de vraag stellen hoe we omgaan met politici die letterlijk zeggen dat ze niet naar ons zullen luisteren? Maar ook met het nieuwe religieuze fundamentalisme? Een tijdje terug zat ik in Bozar voor een gesprek met een aantal gasten uit Molenbeek. Het ging onder andere over geloof en wetenschap. Eén van hen zei: ‘die evolutietheorie die kennen we. We hebben ze op school geleerd, maar we geloven ze niet. Feiten doen ons niets.' Ik vond dat een beestig goede zin die het probleem in zijn kern verwoordt. Als feiten niet voldoende zijn, moeten we op zoek naar iets anders.

Licht eens een tip van de sluier?
JVDC: We zijn nog te rigide in ons denken. We moeten beseffen dat we niet gaan winnen met rationele argumenten eender hoe legitiem ze ook zijn. Bovendien moeten we af van de gedachte dat je met geld alles oplost. De grote verwezenlijking waarmee Gwendolyn Rutten op haar nieuwjaarsreceptie stond te stoefen was het feit dat we vier miljard minder belastingen moeten betalen. Heel die zaal ging uit zijn dak. Dan denk ik: is dat dan het politieke debat? Ik licht de VLD er nu uit maar ons maatschappelijke discours is volledige tot geld vernauwd. Maar dan zie je dat bij de huidige samenlevingsproblemen boetes niets oplossen. Onze oplossing is steeds ‘hier zijn spulletjes’. Alleen zeggen die fanatici nu gewoon ‘wij willen helemaal geen spulletjes’ en daar staan we, met onze mond vol tanden.

Wat is dan het alternatief?
JVDC: Er bestaat niet zoiets als het alternatief. Het punt is dat het een progressieve gedachte is om wanneer een oplossing niet werkt ze overboord te gooien en iets anders te proberen. Neem de toestand in Keulen. Is een cursus nu werkelijk het enige wat wij daartegen kunnen bedenken? Dat is toch om te janken. Gelukkig zie ik bij mij in de straat ook kleine zaken gebeuren die de krant niet halen, maar die wel interessant zijn.
 
Zoals?
JVDC: Ik beschrijf in ‘Jungle’ een groep jongeren die zeer grappige, beledigende stickers op auto’s van asociale bestuurders plakt. Dat gebeurde echt.

En is het verkeer nu veiliger in jouw straat?
JVDC: Daar gaat het niet om. Verzet heeft voor mij ook niet altijd meteen resultaat. Ik weet dat drukkingsgroepen zo moeten redeneren. Wij gaan deze petitie afleveren en morgen beslist de minister om die maatregel te nemen. Dat is een te beperkte visie. Voor mij gaat verzet vooral over de onwil om te aanvaarden dat de situatie nu eenmaal is zoals ze is en ook altijd zo zal zijn. Om die omwenteling te realiseren, zal er meer humor nodig zijn. Meer humor en vreemdheid, want vreemdheid zal ons redden, daar ben ik heel zeker van.

Foto: Geertje De Waegeneer