John 'Derf' Backderf

Interview met John 'Derf' Backderf

“I think we’re doomed”

Voor de liefhebbers van de betere Amerikaanse undergound comics is John Backderf - beter bekend als Derf Backderf - geen onbekende. Met ‘The City’, een reeks comics die jarenlang in verschillende weekbladen verscheen, ontpopte hij zich de voorbije twee decennia tot dé kroniekschrijver van de Amerikaanse grootstad. Wereldwijde faam kwam er in 2012 met de indrukwekkende graphic novel ‘My Friend Dahmer’, een boek waarin zijn jeugdige vriendschap met de latere seriemoordenaar Jeffrey Dahmer centraal staat. 

Backderf trok de voorbije weken door de Lage Landen om zijn nieuwe boek ‘Trashed’ te promoten. Wij spraken af met de Amerikaan in de fijne Gentse comic store Epic.

Cutting Edge: Mr. Backderf, hoe voelt het om als gerespecteerd underground comic book artist door te breken bij het grote publiek?

John Backderf: Het is geweldig. Daar doe je het ergens wel voor. Het is een geschenk zo laat in mijn carrière. Na 30 jaar werken plots zo’n overweldigende reacties krijgen: ik geniet van elke minuut.

CE: Voelde je dat er iets veranderd was, na het winnen van de Robert F. Kennedy Journalism Award (2006)?

JB: Ik heb altijd wel succes gekend als cartoonist. Maar ik wist dat ‘My Friend Dahmer’ een hit zou worden. Als de novel ooit gepubliceerd zou raken tenminste. Want dat was het grootste probleem: uitgeverijen overtuigen om het ding effectief uit te geven. Het kostte me meer dan tien jaar om er eentje te vinden. Ik had voordien al enkele delen zelf uitgegeven, in de hoop dat één uitgeverij de sprong zou durven wagen. Maar mensen waren gewoon bang van het verhaal. Of ze hielden niet van mijn stijl. Maar toen ‘My Friend Dahmer’ uiteindelijk verscheen, werd het meteen een internationale bestseller. Ik win dus (lacht).

CE: Je nieuwe novel ‘Trashed’ is anders dan ‘My Friend Dahmer’, in die zin dat het deze keer deels fictief en deels autobiografisch is. Toeval, of wilde je echt weg van het intieme, het persoonlijke?

JB: ‘Trashed’ is inderdaad fictiever, maar wel gebaseerd op eigen ervaringen. ‘My Friend Dahmer’ was autobiografisch omdat het zo moest. Er was geen andere manier om het te doen. Eigenlijk verkies ik fictie omdat je dan veel meer vrijheid hebt. Je gaat waar het verhaal je brengt. Memoires zijn niet echt mijn ding. 

CE: In ‘Trashed’ haal je enkele verbijsterende feiten en cijfers boven over de berg afval die ieder van ons produceert. Was je verrast toen je op die gegevens botste?

JB: Niet helemaal, want ik heb echt letterlijk tussen het afval gestaan. Dat is het voordeel van zo'n ‘persoonlijke’ ervaringen. Als je in het midden van een vuilnisbelt staat en je ziet die gigantische bergen afval rondom je, dan vergeet je dat beeld nooit. Vandaar dit boek ook. 

CE: Je wordt vaak bestempeld als een politiek cartoonist. Mogen we zeggen dat ‘Trashed’ bedoeld is als wake-up call voor politici en burgers? Als een schop tegen de kont?

JB: Niet echt, want eerst en vooral: I think we’re doomed. Ik denk niet dat mensen door dit boek hun gedrag zullen veranderen. Als vuilnisman kijk je nogal realistisch naar die zaken, want het vuilnis blijft maar komen. We stevenen af op een moment dat de wereld gewoon verzuipt in afval.

Recycleren lost ook niets op, alleen minder afval aanmaken is de oplossing. Het ligt ook vooral aan de hoeveelheden verpakkingen. (tot Pedro Goeman, de zaakvoerder van Epic) Pedro, hoeveel kilogram strips in verpakking ontvang jij per week?

Pedro Goeman: Geen idee, maar vaak zitten strips verpakt in plastic, en die komen op hun beurt in kartonnen dozen aan. Zelfs de Nederlandse versie van ‘Trashed’ heeft een plastic wikkel. Dat begrijp ik niet, want die boeken verkopen daardoor echt niet sneller.

JB: Het is echt overal.

CE: Wel ironisch dat een boek dat ‘Trashed’ heet verpakt is.

JB: Ik moet dringend met mijn uitgever praten (lacht).

CE: ‘Trashed’ is je derde echte graphic novel, maar daarvoor was je ruim twee decennia bezig met de comic ‘The City’. Vanwaar de omslag van wekelijkse cartoons naar omvangrijke novels?

JB: Simpel: de krantenmarkt is compleet ingestort. Als ik wou blijven tekenen, moest ik gewoon andere manieren vinden. Veel van mijn huidige collega’s werkten trouwens voor die zogenaamde free city papers. Elke grotere Amerikaanse stad had er eentje. Matt Groening, Lynda Barry, Charles Burns, Alison Bechdel, Chris Ware,...: ze zijn allemaal gestart met cartoons in zo'n magazines. Anderen maakten dan weer volledig de overstap naar het web, door enkel online comics te maken. Ik heb dat ook even overwogen, maar koos uiteindelijk toch voor graphic novels.

CE: Op je website derfcity.com publiceer je ook online comics.

JB: Klopt, maar die zijn eerder bedoeld als voorbereiding op een echt boek. Ik wil gewoon langere verhalen kunnen vertellen, en een graphic novel is daar het perfecte medium voor. Ik ben duidelijk ook beter in het schrijven van lange verhalen dan van korte strips. Ik heb dus eigenlijk zo’n goeie 20 jaar van mijn carièrre verkwist (lacht).

CE: Of het nu online of print is, je stijl - met die dik aangezette lijnen - is wel heel herkenbaar. Ze doet me wat denken aan de legende Robert Crumb? Hoe zou jij je stijl omschrijven?

JB: Ik teken niet zo goed als Crumb (lacht). Ik omschrijf mijn stijl altijd als post-punk-expressionisme. Mijn tekeningen zijn wel geïnspireerd op Amerikaanse underground cartoons, dus Crumb en ook iemand als Spain Rodriguez zijn zeker voorbeelden. Maar evengoed hebbben mainstream figuren als Will Eisner en Richard Corben me beïnvloed. Maar de mix die ik ervan maak, onderscheidt zich wel van de stijl van die auteurs. Zolang het niet suckt ben ik al blij (lacht).

Mijn cartoons waren misschien wat experimenteler, maar in mijn boeken focus ik meer op het verhaal. Ik wil geen grote artistieke statements maken.

CE: Wanneer je start aan een nieuw verhaal, heb je dan je volledige storyboard af of vul je aan along the way?

JB: Ik denk altijd alles op voorhand uit. Voor ‘Trashed’ wist ik dat het om een mix zou gaan van waargebeurde en verzonnen gebeurtenissen. Alles wat op de truck gebeurt, is echt, maar de meeste personages van mijn ‘team’ zijn ontstaan in mijn verbeelding. Al is dat net wat goeie fictie is: je probeert het zo echt mogelijk te maken.

CE: Deze week postte je op Facebook...

JB: Oh Jezus, ga je nu mijn posts op Facebook quoten? 

CE: Heel kort. Op Facebook verkondigde je dat er een nieuwe graphic novel van 100 pagina’s op komst is, gebaseerd op je online comic 'The Baron of Prospect Avenue'. Wanneer mogen we dat boek verwachten?

JB: Wel, geloof het of niet maar voor die novel heb ik een kunstbeurs ontvangen. Zelfs in Amerika kan zoiets dus. Ik heb nu zo’n 30 pagina’s klaar - die je ook kan lezen op derfcity.com - en ik wil de kaap van de 100 halen. Ik heb nog eventjes te gaan dus. Maar er komt zeker een publicatie. In tegenstelling tot vroeger komen de uitgeverijen nu bij mij aankloppen (lacht).

Voor die novel hanteer ik trouwens een nieuwe werkwijze, want ik vul dit keer pagina per pagina aan. Ik heb een plot in mijn hoofd, maar hoe het volledige verhaal eruit zal zien, kan ik nu onmogelijk zeggen. Je moet af en toe gewoon nieuwe dingen uitproberen. 

CE: Ok, nog enkele dilemma's om af te ronden. Diaper bombs of yellow torpedoes?

JB: Diaper bombs, want die yellow torpedoes konden ontploffen en waren echt walgelijk.

CE: Online comics of graphic novels?

JB: Graphic novels. Zonder twijfel.

CE: Joe Sacco of Joe Matt?

JB: Ik ben een grote bewonderaar van Joe Sacco, en zeker zijn verhalen over de oorlog in ex-Joegoslavië vind ik enorm beklijvend. Sacco is echt ongelofelijk.

CE: Devo of The Cramps?

JB: Devo! Mark Mothersbaugh (frontman van Devo, jm) was net in Cleveland en bezocht het restaurant waar mijn zoon werkt. Een gemeenschappelijke kennis stelde Mothersbaugh voor aan mijn zoon en zei: “Zeg tegen je pa dat ik van zijn werk hou”. Ik kies dus zeker voor hem (lacht).

CE: Vuilnis ophalen of campagne voeren voor Donald?

JB: Vuilnis ophalen. Dan doe je tenminste nog iets nuttigs voor de maatschappij.

CE: Bedankt voor dit fijne gesprek.