Interview Gal

Interview met Interview Gal

Gal - Gerard Alsteens in het echte leven - is één van Belgiës langst werkende en bekendste tekenaars. Zijn tekeningen, waarin hij de Belgische en wereldse politiek aan een streng maar rechtvaardig oordeel onderwerpt, verschijnen al vijftig jaar lang in menig weekblad. Sinds december 2010 loopt er een geslaagde overzichtstentoonstelling over zijn werk. Vanaf 5 maart is deze te zien in Genk. Later reist ze verder het land rond (zie hier de kalender). Maar wie is die Gal eigenlijk? Wij vroegen het hem zelf.

CE: Ik vind het moeilijk om te definiëren wat je exact doet. Hoe ziet je jezelf? Als cartoonist, journalist, kunstenaar?

Gal: Wel, ze mogen mij cartoonist noemen. Maar, weet je, ik was een keer in New York bij Louise Bourgeois: een kunstenares waar ik heel erg van hou. Toen ik haar mijn werk toonde, zei ze: 'Maar dat zijn geen cartoons. Dit is illustratie. Schilderwerk.' Voor haar, maar ook voor vele anderen, zijn cartoons iets om mee te lachen, iets met grappige figuurtjes. Bij mijn tekeningen is dat meestal niet het geval. Je mag er natuurlijk wel mee lachen, maar dat is uiteindelijk toch niet mijn doel.
Ik heb eigenlijk de taak op mij genomen om de geschiedenis te bekijken, en ze samen met mijn mening erover, op een visuele manier weer te geven. Vandaar dat ik me gewoon tekenaar noem. Politiek tekenaar.

CE: Nochtans maak je ook vrije werken. Meer echte kunstwerken.

Gal: Het is misschien zo dat ik mezelf in zekere zin ook een kunstenaar noem. Maar dan voor wat meestal niet gezien wordt. In deze tentoonstelling zijn er een stuk of tien tekeningen opgenomen die toch wat kunstzinnig zijn. Werken waarin ik met vormen wilde spelen. Waarin ik met picturale middelen iemand probeer te raken. Ze in mijn leefwereld wil laten komen. Dat is iets helemaal anders dan wat ik normaal maak.

CE: Is het iets waarop je je wilt toeleggen?

Gal: Ik zou het wel willen. Maar de drang om wekelijks mijn mening in tekeningen om te zetten is gewoon te groot.

CE: Ben je, als politiek tekenaar, blij met de huidige politieke crisis in België? Biedt de crisis je veel dankbare onderwerpen aan?

Gal: Misschien wel, als er enkele maanden tussenuit zouden vallen. Nu is het altijd meer van hetzelfde. Wat er ook gebeurt, het mondt altijd uit in niks. En over niks tekenen ... Als je al die maanden regeringsvorming in de geschiedenis zou bekijken, kan je die herleiden tot één tekening: dat het lang geduurd heeft. Dat is alles. Bovendien weten we ook heel weinig. Soms is er, wikileaks-gewijs, een lek en kom je weer ergens achter. Maar uiteindelijk is het toch erg moeilijk geworden om aan te voelen wat er allemaal gaat bovenkomen. Hoe zullen we moeten besparen, wat met de subsidies? Omdat er geen echte regering is, weten we daar allemaal niets over. Het is nu zelfs zo dat we stilaan de indruk krijgen dat Leterme iemand is die goed regeert! Gewoonweg omdat er in zijn regering niet meer beslist mag worden.

CE: Heb je eigenlijk veel last gehad van censuur?

Gal: Ik denk dat er op vijftig jaar nog geen tien tekeningen geweigerd zijn. Dat is weinig. Het is wel zo dat 'Knack' een katholieke uitgever heeft - of had: de familie De Nolf. Vroeger was moeder De Nolf degene die toekeek of er niets tegen de katholieke kerk gepubliceerd werd. Er zaten nogal wat tante nonnekes in die familie, vandaar. Maar dat is verzwakt en verzwakt. Nu is dat zeker niet meer het geval. Ik ben meer gecensureerd geweest onder Sus Verleyen, de oud-hoofdredacteur van 'Knack', dan onder de huidige, Rik Van Cauwelaert. En dat is vreemd, want ik stond dichter bij Verleyen, wat mening betreft, dan bij Cauwelaert. Maar Cauwelaert zegt: 'Dat is jouw pagina, je doet daarmee wat je wilt.' Dat is fantastisch, hé!

CE: Is het belangrijk dat je op een redactie werkt die je eigen politieke ideeën deelt?

Gal: Niet echt. Ik zie 'Knack' tegenwoordig trouwens - en misschien klinkt dit oneerbiedig - als een vergaarbak van verschillende meningen. Hoewel het de laatste tijd nogal Vlaams is. Voor mij hoeft dat niet. Voor mij heeft België een meerwaarde, meer dan Vlaanderen alleen. (stilte) Nu besef ik trouwens dat mijn vertrek bij 'De Nieuwe' eigenlijk ook een reactie was op die Vlaamse strekking.

CE: 'De Nieuwe' is het weekblad waar je vroeger voor werkte?

Gal: Inderdaad. Daarvoor heb ik ook nog voor 'De Linie' gewerkt: het enige onafhankelijke, politieke, maatschappelijke en culturele weekblad dat toen, in de jaren zestig, bestond. In feite was het ook een katholiek blad. Het werd uitgegeven door de Jezuïeten. Maar het was er wel eentje dat stilletjes redelijk onafhankelijk geworden was. Tot Rome dat in de gaten kreeg en ons als veel te progressief bestempelde. Toen is het blad opgehouden met bestaan. Na 'De Linie' ben ik bij 'De Nieuwe' begonnen. Daar heb ik een kleine twintig jaar voor gewerkt, tot het opgekocht werd door de clan rond Hugo Schiltz (politicus, oud-voorzitter van de Volksunie en een belangrijke speler in eerdere staatshervormingen, nvdr.). Ik had niets tegen Schiltz zelf, ik had er zelfs regelmatig contact mee, maar toch voelde me niet meer op mijn gemak. Het was misschien geen officieel partijblad, maar als iemand geld steekt in een weekblad, dan zou het me verwonderen dat ze geen 'toezicht' houden. In de zin van: 'Hier geen kritiek op de Volksunie, hé'. Ik had daar schrik van.

CE: In het boek verwijs je vaak naar het begin van jouw carrière. Naar de jaren zestig, toen alles nog kon, toen er nog hoop was.

Gal: De jaren zestig waren voor mij een soort ontploffing. Alles was plots mogelijk. In die jaren heb ik alles ontdekt. Je moet weten dat ik uit een klein boerendorp kom waar er niet zoveel te doen was, zeker wat cultuur betreft. In 1958 ben ik dan naar Brussel getrokken, om aan het Sint-Lucas te gaan studeren, en toen heb ik gezien wat er allemaal kon. Ik begon te hopen dat alles zich verder en verder zou blijven ontplooien.

CE: Ben je naar het Sint-Lucas getrokken in de hoop ooit voor een tijdschrift te kunnen tekenen?

Gal: Eerst wilde ik schilder worden, maar toen na enkele jaren aan het Sint-Lucas de richting vrije grafiek werd opgericht, ben ik overgeschakeld. Ik zou het eigenlijk niet mogen zeggen, maar ik leerde gewoon te weinig bij mijn leraar schilderkunst. In grafiek kreeg ik veel vrijheid, ik kon schilderen, etsen, grafisch tekenen. Bovendien was ik een half jaar lang niet alleen de eerste student vrije grafiek, maar ook de enige. Een luxepositie, want zo had ik alle drukmachines voor mezelf (lacht). Uiteindelijk, in het laatste jaar, moesten we verplicht stage volgen. Ofwel bij een schilder, ofwel bij een graficus. Ik heb toen voor 'De Linie' gekozen. Blijkbaar zat mijn interesse voor de serieuze weekbladen toen toch al in mijn bloed. Ik ben trouwens niet enkel tekenaar, ik heb ook altijd les gegeven. Al vanaf 1964. Toen werd aan het Sint-Lucas de kunsthumaniora opgericht en vroegen ze mij om daar te komen werken.

CE: In interviews vermeld je vaak Picasso als één van je grootste inspiraties. Is dat niet wat vreemd voor een politiek tekenaar?

Gal: Maar Picasso was wel degelijk iemand die met zijn tijd meeleefde. Hij is op een bepaald ogenblik zelfs communist geweest, hoewel dat niet de reden voor mijn fascinatie is. Hij heeft verschillende politieke werken gemaakt, denk maar aan de Guernica of zijn muurschilderingen rond oorlog, die je in Vallauris kan zien. Maar Picasso is meer als dat. Hij heeft zo'n rijk oeuvre. Er zitten zoveel thema's in dat je er nooit op uitgekeken raakt. Hij werkte rond oorlog, liefde, maar ook bijvoorbeeld rond seksualiteit. Of leven en dood: kijk maar eens naar zijn werk rond de stierengevechten. Picasso heeft me mee bevrijd. Niet alleen zijn virtuositeit en vitaliteit vind ik fantastisch. Ook hoe hij met alle mogelijke technieken omging. Hij gebruikte echt alles. Alles wat nieuw was, probeerde hij uit. Ik ben er zeker van dat hij nu de computer zou gebruiken. Picasso ... Ik ben daar eigenlijk op een kinderlijke manier fan van. Zoals jongeren van muzikanten fan kunnen zijn.

CE: Waarom werk je zelf niet met de computer?

Gal: Ik werk nog altijd het liefst met verf, acryl, houtskool en pastel. Ik heb dat ook zo geleerd (lacht). En bovendien is er het plezier van de materie. Het plezier van pigmenten te gebruiken. Dat weegt nog altijd niet op tegen de computer. Ik zou me ook verliezen in al die mogelijkheden. Je kan 36 versies van één tekening maken, om dan de juiste te kiezen. Je kan die allemaal opslaan, maar uiteindelijk brengt je dat niet verder. Maar als leraar heb ik mijn leerlingen altijd aangespoord de computer te gebruiken. Ik herinner me nog dat de mensen daar twintig jaar geleden heel huiverachtig tegenover stonden. Nu is dat willens nillens: nu beseft iedereen dat je niet meer zonder kan.

CE: Zou je het tekenen kunnen laten?

Gal: Nee, dat denk ik niet. Of ik moest depressief zijn (lacht). Maar nee, ik heb dikwijls gezegd: 'Eens ik niet meer in Brussel zou willen wonen, of een stad in het algemeen, dan stop ik ook met tekenen.' Want de grootstad voedt mij. Je ziet wat er gebeurt, ook negatieve dingen. Het is als een laboratorium: er wil nog al eens iets ontploffen. Maar je ziet wel hoe alles evolueert, je merkt alle trends op. Niet alleen in de mode, maar ook in de politiek en de maatschappij. Nu woon ik wegens verbouwingen in mijn huis in Schaarbeek, al een tijdje op de buiten. Daar geniet ik ook van. Je ziet de natuur evolueren. Ik herken weer dingen uit mijn jeugd die ik jaren heb gemist. Maar ik ben toch een stadsmens. Ik heb dat nodig. En wanneer ik het niet meer nodig heb, is het een teken dat ik het opgeef. (lacht)

Interview: Tom Stessens