Hanco Kolk en Kim Duchateau

Interview met Hanco Kolk en Kim Duchateau

Hanco Kolk en Kim Duchateau hebben een geweldige nieuwe strip gemaakt: ‘De man van nu’. Beide heren tekenen samen, in hetzelfde plaatje. Kolk tekent één realiteit, Duchateau de andere – beide realiteiten bestaan samen. Vormen één verhaal. Een unieke strip, een unieke samenwerking. Wij van Cutting Edge wilden er meer over weten, en dus spraken we af ...

Hanco Kolk: Ken je ‘Interview’? Nee? Dat was een blad, een magazine, opgericht door Andy Warhol. Heel groot, zo groot. Op krantenpapier, en dik, met alleen maar interviews in. De omslagen maakte Warhol in zijn Factory.

Het mooie aan dat blad was dat die interviews uitsluitend uit de uitgeytpte tapes bestonden.

Kim Duchateau: Dus met de euhs en de ahs er in?

Kolk: Ja, met de euhs en de ahs. Maar ook … het was integraal. Niets werd weggelaten. Ik denk aan een dubbelinterview met Jack Nicholson en Debbie Harry, tijdens een diner. Daar staan zinnen in als ‘mag ik het zout even’. Zo verschrikkelijk goed. Je zit echt aan tafel met ze. Echt geweldig.

Covers van twee exemplaren van 'Interview'. Links: Jack Nicholson. Rechts: Debbie Harry

Rewind naar een half uur eerder – het begin van het interview. Plaats van gesprek: een restaurant in Antwerpen. Niet ver van Ballon Media, één van de twee uitgevers van ‘De man van nu’. Aan tafel zitten Hanco Kolk, Kim Duchateu, zij die de uitgeverij vertegenwoordigen en Cutting Edge.

CE: Hebben jullie het scenario van ‘De man van nu’ samen geschreven?

(Ondertussen laat Hanco Kolk een mes vallen.)

Kolk: (wijst naar onze opnameapparatuur) Nee, dit is niet het geluid van ik die iemand neersteek. (lacht)

Kim Duchateau: Nee, Hanco heeft het geschreven …

Kolk: Inderdaad. Ik liep al lang met het verhaal rond, maar wist niet precies wat ik ermee moest. Omdat, euh … Ik wist dat het een sterk idee was, maar had geen idee hoe ik het zou uitwerken ... Zelf tekenen, was onmogelijk. Dat zou te ingewikkeld worden – die twee realiteiten door elkaar, mocht ik die allebei zelf tekenen, dan zou de lezer in verwarring raken. Het duurde eigenlijk best lang voor ik bedacht dat Kim in mijn tekeningen zou kunnen tekenen om zo de andere realiteit eraan toe te voegen.

CE: En waarom heb je aan Kim gedacht? Kennen jullie elkaar al lang?

Kolk: (neemt een hap van zijn hamburger) Nou, ik heb mijn mond vol, dus antwoord jij maar.

Duchateau: Ja, waarom ik? Hanco heeft mij gevraagd. De grote lijnen van het verhaal had hij al …

Kolk: De synopsis.

Duchateau: Ja, de synopsis was af. Ik was meteen verkocht. Maar waarom ik … Wat wij, Hanco en ik, doen, ligt eigenlijk niet zo ver uit elkaar. Allebei proberen we met kleurrijke tekeningen - niets te moeilijks, niets te experimenteels - iets zwartgalligs of iets onaangenaams neer te zetten.

Kolk: Iets verontrustends.

Duchateau: Verontrustend. Ja. Uiteraard zijn ‘Meccano’, ‘S1NGLE’ en ‘Gilles de Geus’ anders dan wat ik maak, maar toch …


Links: Esther Verkest van Kim Duchateau
Rechts: een dame van Hanco Kolk

Kolk: Onze instelling over wat een strip moet zijn, die komt helemaal overeen.

(een sirene van een voorbijrazende politie-auto weerklinkt.)

Kolk: (luid) Ik moet nu heel hard weglopen!

Duchateau: (lacht)

Kolk: Dat is ook het belangrijkste. Het is niet zozeer een kwestie van stijl, het gaat meer om de instelling van de tekenaar.

Duchateau: Hoe je als tekenaar met het verhaal omgaat.

Kolk: Ja. Dat je niet tussen de lezer en het verhaal gaat instaan, van 'kijk mij eens goed tekenen’. Bovendien zijn Kim en ik al jaren lang vrienden. Wij kunnen elkaar lezen en schrijven, laat ik maar zeggen. En tekenen.

Duchateau: Onze tekenstijlen – die mochten van elkaar afwijken, maar ook niet te veel. Het moest ertussen zweven. Wat eigenlijk het moeilijkste is – we moesten het leesbaar houden. De lezer mocht niet iets hebben van 'Oh, kijk, kunstwerk! Twee stijlen!'.

CE: Hebben jullie zich aan elkaar aangepast? Zijn jullie in een andere stijl gaan tekenen voor dit boek?

Duchateau: Ik wel.

Kolk: We hebben dat alletwee een beetje gedaan. Euh. Ik ben iets realistischer gaan werken. En jij eigenlijk ook. We zijn allebei naar een ander soort versie van onze realiteit gegaan. Het belangrijkste was de lezer te overtuigen. Hij moest meteen mee zijn met de realiteit van het verhaal. Daarom gingen we alletwee naar dat ander soort realisme toe. Het mocht niet zomaar een bedenkseltje worden. Het moest echt zijn.

Een prent uit 'De man van nu'. Kolk tekende de mensen aan tafel, Duchateau de mensen op de achtergrond.

CE: In een interview uit 2011 lazen we hoe jullie toen al dit boek vermeldden. Zijn jullie vijf jaar aan deze strip bezig geweest?

Duchateau: Ja.

CE: Is dat normaal?

Duchateau: Mwja. Er zat geen tijdsdruk achter. Niemand vertelde ons dat het af moest zijn. We hebben alle tijd genomen die het nodig had. En het is ook niet vanzelfsprekend. We hebben zelden, misschien één keer, langs elkaar zitten tekenen ...

Kolk: Ja. En dat beviel ons niet zo. Want ik was heel snel, waar jij dan last van had.

Duchateau: We hebben verschillende ritmes. Een tekenaar werkt meestal alleen, en kent zijn eigen gewoontes. Maar als je samenwerkt, moet je je aanpassen aan de andere. En Hanco is een snellere en efficiëntere tekenaar dan ik.

Kolk: Ja.

CE: Dus jullie hebben toch op jullie eentje gewerkt. Thuis, om dan met de computer alles door te sturen?

Kolk: Ja. Gewoon thuis.

Duchateau: Bellen, dat wel. Of we stuurden mails om de dingen bij te sturen …

Kolk: Dat het zolang duurde, heeft ook met het verhaal te maken. Ik had dat basisidee wel – en die synopsis las lekker. (Duchateau lacht). Daar stond dan in dat op een gegeven moment het hoofdpersonage gekidnapt wordt. Maar, als vervolg had ik in mijn synopsis 'na vele avonturen en vele jaren later' geschreven. 'Oh shit !’ dacht ik ‘dat heb ik helemaal nog niet uitgewerkt!'. Het heeft dan maanden geduurd voor ik die tweede akte bij elkaar had. En als je een tweede akte schrijft, dan moet je ook altijd ingrijpen in de eerste, dus dan moest alles weer op de schop.

CE: Kim, heb je echt niets in het verhaal ingebracht? Dacht je niet vaak: ‘dit zou leuk zijn’, of ‘als we dat eens deden’?

Duchateau: Dat is soms wel voorgekomen. Weet je, na een tijd weet je niet meer wat je zelf hebt bedacht en wat we samen hebben gedaan. Het enige waar ik zeker van ben dat het mijn idee was, is het woud van mensen (in het tweede deel van de strip, nvdr.) Ik vond het wel leuk dat een grote groep stilstaande mensen een soort bos zouden vormen.

Kolk: Ik denk dat dat tijdens één van onze gesprekken ter sprake kwam. Dat je het toen al daar over had. Meteen de climax.

Het woud van mensen

Duchateau: Eigenlijk waren we voortdurend aan het denken: stel dat die twee werelden bestaan. Wat kan er dan in gebeuren? Wat kan niet?

CE: Dat lijkt ons leuk. Je fantasie kan dan echt alle kanten op.

Duchateau: Ja, dat is ...

Kolk: Nee! Helemaal niet! Je zit wel met een heel bizar idee, maar je moet wel consequent zijn. Het is niet zo dat alles kan.

Duchateau: Je zit wel wat vast. Ja.

Kolk: Op een gegeven moment moest er iemand geëxecuteerd worden – dat zit niet in het boek hoor – maar dan bedacht ik: ze kunnen die man helemaal niet neerschieten! Het zou eeuwen duren voor die kogel aankomt. Dan dacht ik, laten we maar een laserstraal nemen. Ik heb dan zitten uitrekenen hoelang het duurt voor die door de hoofdhuid heen zou dringen. Nou, in hun tijd duurt dat ook alweer tien jaar. Dus, dat ging ook niet. Het moet wel consequent zijn. Als je een bizarre wereld maakt, dan moet je hem helemaal geloofwaardig maken.

CE: Kim, is dit een van de eerste dikke albums die je gemaakt hebt?

Duchateau: Jazeker. Het allereerste. Tot nu toe heb ik enkel korte gag-strips gemaakt.

Kolk: Je hebt toch... Hoe heet dat boekje nou alweer. Dat zwarte boekje...

Duchateau: 'Antisol' – dat is eigenlijk ook niet lang. Maar twintig pagina's. Maar ja, inderdaad. Dat waren mijn eerste schreden in het langere verhaal.

Uit Kim Duchateaus 'Antisol'

CE: En, heeft dit je aangezet tot meer?

Duchateau: Goh, het speelde al langer ... Ik was al een tijd over een project aan het nadenken. Maar … Ik heb ook weinig geduld … Ook met mezelf.

CE: Weinig geduld, dan lijkt het me moeilijk om vijf jaar aan één boek te werken.

Kolk: Nee, je maakt steeds andere tekeningen. Je hebt steeds nieuwe problemen om op te lossen. Zo blijft het steeds verrassend.

Met ‘S1NGLE’ ben ik aan aflevering 4000 – en ik doe echt mijn best om zo vaak mogelijk iets nieuws te doen. Niet iets dat de lezer meteen opvalt, maar grafische oplossingen of wat dan ook... Dat het fris blijft voor jezelf.

S1NGLE van Hanco Kolk en Peter de Wit

Als je vijf jaar aan een strip bezig bent – dat is lang – maar als je zorgt dat er steeds uitdagingen blijven, dan is het steeds anders. Dan blijft er een dynamiek in zitten.

Soms is het moeilijk– ook met deze strip – dan zag ik het helemaal niet meer zitten. Dan leek het op een tour de force met net één salto te veel. Maar dan was Kim er ...

Duchateau: Ik vond het vanaf de eerste dag fantastisch.

CE: Jij vreesde er niet voor?

Duchateau: Nee, ik vond het zo'n sterk gegeven. Waar het op af had kunnen springen, was de geloofwaardigheid. Maar zelfs dat … daar is heel goed over nagedacht.

Kolk: Maar dat was toch wel echt het belangrijkste. Als dat mislukte, dan was de hele boel mislukt.

Duchateau: Maar ik had nooit dat gevoel.

Kolk: Ik heb eigenlijk pas sinds twee weken dat ik denk: mmh ...

Duchateau: Ja, ik weet het. Ik was heel verrast toen je schreef dat het allemaal opnieuw moest.

Kolk: Ja. Een week voor het naar de drukker ging, dacht ik dat het helemaal mislukt was.

Kim van de uitgeverij: Echt!? Ik dacht toen juist dat het allemaal in orde kwam.

Kolk: Oh, nee nee!

CE: En waar heb je het dan over. Wat was er niet goed? Technische dingen?

Kolk: De geloofwaardigheid (en dan gaat zijn telefoon, die hij, zoals het een geschikte interviewee past, niet beantwoordt) Ik dacht dat de lezer de twee realiteiten niet zou kunnen scheiden. Pas sinds twee weken voor de deadline - toen ik Kims lijnen in het grijs zette – ben ik overtuigd. Toen werkte het opeens wel. Daarvoor stonden de lijnen in het zwart. Ze braken door alles heen. Alle plaatjes werden door Kims personages aan flarden gescheurd. Na dat besef heb ik echt drie nachten lang moeten doorkloten, met Marloes.

Duchateaus grijzere man versus Kolks zwartere dame

CE: Dan heb je het over Marloes Dekkers.

Kolk: Ja, ze heeft de kleuren gedaan, net als ze voor ‘Meccano’ deed. En ‘De ruwe gids’.

CE: In welke mate is zij betrokken bij het maken van deze strip?

Kolk: Nou, ze is in januari, februari begonnen. Toen was het grootste deel van het tekenwerk al klaar. Ze heeft dan zeker twee weken zitten zoeken naar een juiste benadering. We wisten allebei dat het geen Meccano-inkleuring mocht zijn. Die is veel te in your face.

Marloes vindt het leuk om elke strip een nieuwe impuls te geven door een bepaalde manier van inkleuren. Dus zijn we beginnen nadenken, en zijn we hier op uitgekomen. Daarna mocht zij loos gaan terwijl ik achterover kon leunen. Heerlijk.

(En, beste lezer, mocht je in tijdnood verkeren of vinden dat een interview best beperkt blijft tot enkele, goed samengevatte pagina’s, dan kan je hier afhaken. We nemen het je niet kwalijk. Indien niet: lees gerust verder. Leve Andy Warhol! nvdr.)

CE: Als je tegen een deadline aanwerkt, hoe moeilijk is het dan om met een uitgever om te gaan? Hebben ze ooit druk uitgeoefend?

Duchateau: Ik heb nooit druk gevoeld. Misschien Hanco wel?

Kolk: Nee, het was meer een druk die we ons zelf oplegden. We waren er al zo lang mee bezig – het moest werken.

CE: Nu is de strip uitgegeven door De Harmonie en Ballon Media. Wanneer zijn die uitgeverijen erbij gekomen? Was dat al sinds het prille begin, vijf jaar geleden?

Duchateau: (kijkt naar Kim van de uitgeverij) Dat is eerder een vraag voor Kim.

Kim van de uitgeverij: Nu moet ik toch eens goed graven in mijn geheugen. Het is geen vijf jaar geleden, maar al zeker enkele jaren. Toch?

Kolk: Ik denk iets van een twee en een half jaar geleden.

Kim van de uitgeverij: Dat zou wel kunnen. Het is alleszins al een hele tijd geleden. Maar je zat toen al redelijk ver. Het was al heel concreet toen ik het te lezen kreeg. Maar wij, de uitgevers – zowel Ballon Media als de Harmonie – zijn heel erg betrokken geweest bij de strip.

CE: In de zin dat jullie op de hoogte gehouden werden?

Kolk: Nee, andersom. Zij heeft ons bij de les gehouden. En ik zeg dit nu niet omdat ze langs me zit maar omdat ik het belangrijk vind. De eerste keer dat ik Kim ontmoette begon ze meteen heel inhoudelijke vragen te stellen. Ik dacht meteen ‘whooo!’. In Nederland zou dat niet gebeuren. Daar doen ze dat niet.

CE: Durven ze dat daar niet?

Kolk: Nou, de goeie … Want Kristel van de Harmonie is ook een goeie. Maar ik heb al heel vaak moeten vaststellen dat de redacteurs van bepaalde uitgeverijen helemaal niks van strips weten. Die vinden dan alles best, als het maar op tijd is. 

Kim van de uitgeverij: For the record. Toen ik Hanco voor de eerste keer ontmoette, heb ik hem gezegd dat ik megafan ben. Om dan pas kritiek te geven.

Kolk: Dat daagt je uit. Je moet je keuzes verdedigen. Tijdens die verdediging denk je verder na. Klopt het wel? Ik ben best wel eigenwijs, maar als het niet klopt, wil ik dat wel toegeven. Je werkt namelijk voor een lezer en (tot Kim van de uitgeverij) jij bent de ideale lezer.

CE: Heb je het verhaal van ‘De man van nu’ vaak aan buitenstaanders voorgelegd? Heb je het getest?

Kolk: Ik heb het verhaal heel vaak verteld. Je weet dat ik samengewerkt heb met Spinvis. Nou, tijdens een concert van hem heb ik het verhaal verteld aan zijn publiek. (lacht) Gewoon om te kijken of het wat voorstelde.

Iedereen was van ‘whoo, dat is interessant’. En dan gingen ze meedenken. Daar kreeg ik toch wel de indruk dat ik goed bezig was.

Hanco Kolk met Spinvis op het podium. Kolk als derde van rechts.

Met ‘Meccano’ heb ik dat ook gedaan, het verhaal heel erg veel vertellen. Veel guinea pigs gebruiken. Kijken hoe de mensen reageren.

Duchateau: Ik doe dat ook, met mijn grappen.

Kolk: Ja, doe je dat altijd?

Duchateau: Vaak toch. Omdat je na een tijd niet meer weet of je het zelf grappig vindt, of dat het ook effectief grappig is.

CE: Hoe moeilijk was het voor je om niet meer grappen in ‘De man van nu’ te leggen?

Duchateau: Heel moeilijk. In het begin moest ik mezelf inhouden. Mezelf zeggen dat het geen ‘Aldegonde’ is, geen ‘Esther Verkest’. Mijn grappen hadden geen plaats in dit verhaal.

Trouwens, onlangs heb ik een verhaal getekend voor ‘Suske & Wiske’, en daar had ik dat ook. Zelfs nog meer. Omdat dat stijf en vaststaand is – dan had ik zin om dat allemaal eens goed onderuit te schoppen.

CE: Heb ik gelijk als ik denk …

Kolk: Je hebt altijd gelijk (lacht)

CE: Dank je. Wat ik wilde zeggen: heb ik gelijk als ik denk dat de Nederlandse en Vlaamse stripscène eigenlijk apart bestaan? Dat er weinig interactie tussen de twee is?

Duchateau: Ja, ik vind dat vreemd. Dat geldt trouwens ook voor Vlaanderen en Wallonië. Ik zit eigenlijk meer in de cartoonwereld - daar is die scheiding heel erg voelbaar. Dat zijn twee totaal andere werelden.

Kolk: Ik denk dat dat komt omdat kranten in Nederland veel meer krantenstrips publiceren van Nederlandse auteurs. Ik heb de indruk dat dat in België niet zo is.

Wat nog een verschil is – en daar ben ik ontzettend jaloers op – is de ambitie van de Vlaamse stripauteurs. Die denken in boeken en in grote, bizarre verhalen. In Nederland is het van: ‘ik heb dat in de krant gelezen, daar weet ik nog een grapje op’. Aargh, verschikkelijk vind ik dat. Ik noem dat de grapjesvoeren. Kijk naar wat Serge doet – Serge Baeken. Of Randall Casaer. Dat kan niet in Nederland. Dat is verschrikkelijk jammer. En dan heb ik het niet eens over Brecht. Dat is een cultuur in Vlaanderen waar ik heel erg jaloers op ben.

Serge Baeken, Randall Casaer en Brecht Evens.

CE: ‘De man van nu’ is een zogenaamde graphic novel. Was dat vroeger, twintig dertig jaar geleden, mogelijk?

Kolk: Nee, dat ging niet. Je zegt twintig, dertig jaar, maar ik denk dat het pas de afgelopen vijftien jaar opgekomen is. Natuurlijk had je ‘Maus’, en van dat soort dingen. Maar in Nederland en België werden van dat soort dingen niet gemaakt.

Daar is ook gewoon een economische reden voor. Er waren geen uitgevers die dergelijke dingen wilden uitgeven en er waren geen tekenaars die tijd hadden om zoiets te maken zonder ervoor betaald te worden.

Op een gegeven moment – in België, en daarna ook in Nederland – won de ambitie het van het economisch nadenken en zijn tekenaars het wel gaan doen.

Duchateau: Ik denk nog anders. Ik denk dat die graphic novels langer bestaan. ‘Het besloten land’ van Tardi, wanneer is dat gepubliceerd? De jaren 70?

Kolk: Comès.

Duchateau: Ja, ‘De dorpsgek van schoonvergeten’. Dat is ook een graphic novel.

Uit 'De dorpsgek van schoonvergeten'.

Kolk: Ja, maar dat werd wel uitgebracht in albums van 44 pagina’s.

Duchateau: Ja, en die werden voorgepubliceerd in ‘A Suivre’. Waardoor het wel economisch rendabel was. Het tijdschrift betaalde de auteur om dat verhaal te vertellen.

Kolk: Zo heb ik de eerste ‘Meccano’ gemaakt.

CE: Eigenlijk is ‘Meccano’ een vroege voorloper van de graphic novel in de lage landen.

Kolk: Het zit zo. Ik had ‘Meccano’ verkocht aan het blad ‘L’Echo des Savanes’. (Jean-Pierre) Dionnet had daar toen veel te zeggen. Een maand nadat ik het contract getekend had, werd Dionnet de laan uitgestuurd, maar ik bleef gewoon doortekenen, en ik werd netjes betaald. Maar er werd helemaal niets gepubliceerd! Na een jaar waarin er niets gebeurde, heb ik dan mijn originelen teruggevraagd, en ook gekregen. Ik kreeg de doos met de tekeningen netjes opgestuurd, en op de doos plakte nog het origineel briefje, waarop het volgende geschreven stond: ‘Meccano. Ne rien faire.’ (lacht)

Cover en prent uit Kolks Meccano 1: Beauregard.

Kolk: (wijst naar ons cassetterecordertje) Hij is draagbaar. Zullen we even naar buiten wandelen om een sigaret te roken?

(Duchateau, Kolk en Cutting Edge verhuizen naar het terras. Twee sigaretten worden aangestoken.)

Kolk: Ga je dit horen ? (wijst opnieuw naar het recordertje)

CE: Zeker. Dat zal geen probleem zijn.

Duchateau: Dat is het voordeel van cassettetjes. Die werken altijd. Met van dat digitaal spul loop je altijd een risico. Dan kom je thuis en blijkt er niets op te staan. Met cassettes heb je dat niet.

CE: Inderdaad: als het draait, is het in orde. Maar, misschien nog één serieuzere vraag. Over de aanslagen op Charlie Hebdo. Kim, jij bent cartoonist en werd dus eigenlijk rechtstreeks geviseerd. Hanco, jij hebt in ‘Meccano’ met alles en iedereen gespot. Hebben de aanslagen jullie manier van werken veranderd?

Kolk: Nou, de tijd is wel veranderd natuurlijk. ‘S1NGLE’ is heel mainstream – dat is een reeks voor een groot publiek. Ik maak die nu al vijftien jaar. De moppen die ik vijftien jaar geleden vertelde, zouden nu niet meer kunnen.

Het publiek is nu hartstikke snel beledigd.

CE: En hoe merk je dat?

Kolk: Nou, door de brieven. Ik heb ooit een aflevering gemaakt van ‘S1NGLE’ waarin ik een accu moest tekenen. Daar had ik dan twee van die bliksemschichtjes op gezet …

Duchateau: Haha, nazi’s! SS!

Kolk: Ja, dan kreeg ik een brief: ‘Leuke grap, maar waarom moet het nou weer over de tweede wereldoorlog gaan?’ Jezus Christus!

Door (en over?) Kim Duchateau.

Duchateau: Ik herinner me nog een gesprek dat ik een aantal jaar geleden met Vitalksi had en waarin we vast moesten stellen dat je toen niemand nog kon beledigen. Je mocht doen en zeggen wat je wou, niemand reageerde. Nu, op zich was ook dat frustrerend – het ouderwets choqueren was weg. Maar dat is ondertussen dus volledig omgedraaid.

Ik heb eens een linkse grap gemaakt, voor de vluchtelingen. Je kan de reacties al raden: allemaal commentaren van rechtse zakken. Dingen als ‘laat ze verdrinken!’. De week nadien heb ik het omgedraaid. Dan lachte ik met de linkse geitewollensokken. Ook daarop kreeg ik tonnen commentaar. De week daarna deed ik iets over Rock Werchter. Ik tekende twee koeien, waarvan eentje zegt: “We moeten plaats maken voor de varkens”. Dan kreeg ik alle dierenliefhebbers over me heen! “Waarom altijd varkens beledigen? Die zijn slimmer dan mensen.” En dit en dat! (lacht)

Kolk: Mensen hebben zo’n dunne huid. Als ze één woord lezen denken ze meteen dat ze beledigd worden. Seinfeld en Chris Rock treden niet meer op. Want het is alleen maar van ‘I’m offended by that’. Dat is niet leuk meer.

Aan de andere kant is er nu een nieuwe stroming ontstaan onder tekenaars. Mensen die met opzet gaan beledigen. Ze gaan porren. Maar die zijn niet grappig. Het is verbeten humor.

Duchateau: Nee, omdat de nadruk op het porren ligt. Op woede. Hans Teeuwen – ik vind die altijd grappig, maar zijn reactie op Erdoğan, dat was niet leuk. “Ik pak Erdoğan in zijn reet”. Nee, dat is niet leuk.

Kolk: Inderdaad, dat is meer van ‘kijk eens naar mij’. Daar ben ik te veel humorist voor. Ik denk dan, dat als je geen leuke grap hebt, je beter niets doet.

Maar, om nou te zeggen, dat ik me beknot voel? Nee, dat niet. Als het een leuke grap is, dan doe ik hem.

CE: En voor jou is het hetzelfde?

Duchateau: Ja. Maar hier is het veranderd. (wijst naar zijn hoofd) Vroeger deed ik het gewoon. Dan tekende iets en stuurde het naar de redactie. Die moest dan maar beslissen of het ermee door kon. Nu denk ik al op voorhand – ik wil niets meer voor niets tekenen. Ik voorspel de reactie van de redactie.

Kolk: Weet je, één van mijn oudste vrienden, Aloys Oosterwijk – die ook tekenaar is – die had een stelregel: ‘Een goeie grap mag vrienden kosten’.

Duchateau: (lacht)

Kolk: Prachtig! Prachtige uitspraak. Maar nu is het anders. Nu zou het zijn ‘een goeie grap mag levens kosten’. En dan vind ik het …

Duchateau: Dan wordt het iets anders. Kama doet het ook niet meer, hé! Kama heeft gezegd dat hij niet meer met alles zal lachen. En als Kamagurka het al zegt! Als hij al schrik heeft! Hij relativeerde het ook wel – dat het te makkelijk geworden is om met mensen te lachen…

Kolk: Nee! Het is net moeilijk om een goeie grap te maken. Het is makkelijk om te beledigen, maar moeilijk om een grap te maken.

Iemand heeft me wel eens gevraagd of ik nu ‘Gilette’ nog zou maken. Dat zou ik doen. Tuurlijk – dat is een no-brainer.

Uit Kolks 'Meccano 2: Gilette'.

Geert van de uitgeverij komt erbij staan: Zouden jullie kunnen afronden?

CE: Zeker. Geen probleem. Maar, Hanco, nog één vraag voor jou. Is het Gilles, Gilles of Gilles de Geus?

Kolk: Wij zeggen altijd Gilles (Zjilless). Maar het is eigenlijk Gilles (Zjiel)

Duchateau: Zjilles. Gilles. Ja.

Kolk: Eerst was het een Engelse struikrover. Een soort Dick Turpin, weet je wel. Daar had ik hem op gemodelleerd. Toen zei Wilbert Plijnaar, die toen een soort art-director was, dat het zich in Nederland moest afspelen, en dat het een geus moest zijn. “En dan noemen we hem Gilles de Geus”, zei hij. En ik dacht, nou, als ik maar een contract krijg. (lacht)

Drie covers van Zjilless de Geus.

CE: Komt er nog een nieuw album van Gilles?

Kolk: Nee.

CE: We lazen nochtans op internet dat jullie twee jaar geleden plannen hadden voor een nieuwe?

Kolk: We wilden wel, maar het is een enorme klus. Je bent anderhalf jaar bezig met tekenen. En je kan nu wel voorpubliceren in de ‘Eppo’, maar daar kan je net de inkleuring van betalen. Dus dan zou je anderhalf jaar voor niets moeten werken. Dan hebben we een soort crowdfunding geprobeerd. Maar dat is niet gelukt.

CE: Zonde.

Kolk: Nou ja. Er zijn een heleboel projecten niet gelukt, en dat is er eentje van. Het is gewoon: stof van de kleren af schudden en doorgaan.

CE: Bij dezen. Hartelijk bedankt voor dit gesprek.

 

Tot slot: uit respect. Kim van de uitgeverij is Kim Sanders. Geert van de uitgeverij is Geert Briers. Zonder hen was noch de strip, noch het interview mogelijk.
Foto Spinvis: www.mousique.nl