'Elk boek is een levend wezen.' Een interview met Aleksandr Skorogobatov

Interview met 'Elk boek is een levend wezen.' Een interview met Aleksandr Skorogobatov

Wij ontmoeten Aleksandr Skorobogatov voor het eerst in Boekhandel Beatrijs waar hij de laatste lezing van zijn Confituur-boekhandeltournee zal geven. Samen met Rosemie Vermeulen, zijn levensgezellin die de vertaling van zijn boeken uit het Russisch voor haar rekening neemt, stapt hij een uurtje voor aanvang binnen voor een verkennend gesprek. De formaliteiten slaat hij over. Het lijkt alsof hij ons al jaren kent en zonder schroom steekt hij van wal. Een overvloed aan woorden rolt met een eigenaardige mix van een Antwerps accent en een Russische tongval over ons heen. Hij heeft het over de literaire wereld, over zijn afkomst en over zijn nieuwste roman. Er is bijna geen speld tussen te krijgen. Zo gedreven is hij. Meteen wordt duidelijk dat Aleksandr Skorobogatov iets te vertellen heeft.

U groeide op in Wit-Rusland waar u op achttienjarige leeftijd besloot u volledig te wijden aan de literatuur. Hoe maakt iemand die keuze en wat houdt zo’n beslissing precies in?

Ik kan dat met twee woorden verklaren: naïviteit en idiotie. Een jonge jongen beseft nog niet dat we sterfelijk zijn en dat het leven verschillende fases kent. Toen ik nog aan het toneelinstituut studeerde, ontmoette ik de belangrijkste dissident van de hele toenmalige Sovjet-Unie. Zijn inhouden waren voor mij op verschillende vlakken van belang. Ten eerste heeft die man mij tijdens onze eerste ontmoeting veel duidelijk gemaakt over het despotische, communistische regime van het land waarin we woonden. Ten tweede vertelde hij me, nadat hij mijn allereerste verhaal had gelezen, dat ik als schrijver veel beter was dan ik als acteur ooit zou kunnen worden. 'Je kan echt een groot schrijver worden', verklaarde hij, 'maar dan heb je hulp nodig, iemand die je kan begeleiden.' Hij bleek zelf bereid om die rol op zich te nemen. Eén van de slimste koppen van de hele Sovjet-Unie zou me helpen een groot schrijver te worden! Ik heb toen beslist om met alles te stoppen en me voltijds met het schrijverschap bezig te houden vanuit een kinderlijke overtuiging dat alles goed zou komen.

Wie waren in die periode uw literaire voorbeelden?

‘Parijs is een feest’ van Ernest Hemingway is een giftig boekje voor een jonge ziel die een schrijver wil worden. Het is een autobiografische roman waarin de Amerikaan zichzelf beschrijft als jonge twintiger in Parijs, omringd door dromers, dichters en schrijvers. Daarin ontdekte ik verschillende raakpunten: de jonge leeftijd, het feit dat hij nog niets gepubliceerd had en alles losliet in functie van zijn literatuur. Zijn boekje was op dat moment een soort handleiding voor mij.

En ondertussen gaat het hard. U woont nu in Antwerpen, uw boeken worden in het Nederlands vertaald en de pers is ronduit lovend. Ervaart u een verschil in de manier waarop literatuur functioneert tussen Rusland toen en Vlaanderen vandaag?

De mogelijkheden voor een schrijver zijn hier natuurlijk veel uitgebreider. Toen ik in Wit-Rusland met mijn verhaaltjes naar een literair tijdschrift wilde stappen, had ik slechts één keuze. Er was in die tijd slechts één literair tijdschrift en slechts één uitgeverij voor het hele land. In Vlaanderen zijn er tientallen uitgeverijen. De eerste redacteur die ik in Wit-Rusland ontmoette verklaarde me gek. In die tijd was het enige wat daar gepubliceerd werd propaganda vermomd als literatuur. Boekhandels lagen vol boeken die niet gekocht en niet gelezen werden.

En uw teksten werden beschouwd als politiek incorrect en zelfs gevaarlijk.    

Klopt. Er was een vorm van ideologische censuur. Wat niet politiek correct was, werd niet gepubliceerd. Om mijn werk gepubliceerd te krijgen zou ik volgens die man anders hebben moeten schrijven. Dat soort censuur hebben we hier in het vrije westen gelukkig niet, maar helaas hebben we hier wel te kampen met commerciële censuur. Als een auteur met een goed boek naar een uitgever stapt, zal die uitgever hier altijd eerst overwegen of dat boek verkocht zal worden. Een goede roman is niet meer goed genoeg. Met een erg lelijke term binnen het jargon noemen ze dat kapstokken. Een jong Syrisch meisje wordt door mensensmokkelaars naar Europa geloodst en maakt onderweg allerlei verschrikkelijk dingen mee. Ik noem maar wat. Met zo’n verhaal heb je meteen 10 kapstokken en dat krijg je gemakkelijk verkocht. Niet iedereen beseft dat dit binnen de literaire wereld aan het gebeuren is, maar ik vind het heel treurig.

In de jaren 90 begon u in Vlaanderen te publiceren. Bent u nu, anno 2016, nog steeds onderhevig aan censuur?

Wist je dat ze in Frankrijk de korte inleiding op 'Sergeant Bertrand' hebben weggehaald? Ze vonden het stukje te brutaal en te morbide.

Een stukje dat u 25 jaar geleden voor het eerst uitgaf…

'Sergeant Bertrand' werd inderdaad voor het eerst in 1991 uitgegeven, maar ik kan me niet meer herinneren wanneer ik die roman precies heb geschreven. Ik kan me zelfs niet meer voorstellen hoe gek het was om zoiets te schrijven. Een paar jaar na mijn allereerste pogingen om fulltime schrijver te worden, studeerde ik in Moskou aan het Literaire Gorki Instituut. Op een decemberavond in ons studententehuis feliciteerde iemand me in het voorbijgaan met mijn roman die het jaar daarop zou uitkomen. Ik dacht toen dat het om een grap ging. Ik had namelijk nog geen roman geschreven en er was tot dan toe niemand geweest die me had voorgesteld om een roman te schrijven. Wat bleek: de uitgever die mijn eerste verhaal anderhalf jaar voordien had gepubliceerd -maar waarvan ik niets meer had gehoord- had een annotatie geplaatst waarin een roman van mij werd aangekondigd.

Maar de roman was toen nog niet geschreven.

'Fuck', dacht ik toen, 'had ik een roman geschreven, dan kon ik hem het jaar daarop publiceren'. Aan mensen van mijn leeftijd werd zoiets nooit aangeboden. Ik wilde naar mijn kamer gaan om me over te geven aan de ontzettende droefenis van de ontbrekende roman en pas na een kwartier kwam ik tot het besef dat ik eigenlijk een roman had. Dat was 'Sergeant Bertrand'.

Hoe komt het dat u toen niet meer wist dat u die geschreven had?

Er bestond toen zo’n geijkte uitdrukking die letterlijk vertaald neerkomt op ‘schrijven voor in de tafel’. Het betekent zoiets als schrijven vanuit de wetenschap dat je werk niet gepubliceerd zal worden. Je laat het misschien aan een paar mensen lezen, maar nadien eindigt het ergens in een vergeten hoek in een bureau of een kast. Dat is wat gebeurd was met mijn 'Sergeant Bertrand'. Ik was gewoon letterlijk vergeten dat ik dat geschreven had.

'Sergeant Bertrand' komt pas volledig tot zijn recht als de lezer ophoudt met naar antwoorden te zoeken. Wie zich overgeeft aan uw 'grensstrook tussen droom en werkelijkheid' komt terecht in een literaire roes.

Ik hoop het. Ik speel in mijn boeken graag met de realiteit, met dromen en met waanzin. Elk geslaagd boek is een soort levend wezen met een heel eigen logica. Als we dromen, ervaren we ook ongelooflijke, onverklaarbare dingen waar we verder niet bij stilstaan. Dit soort boeken moet je kunnen vertrouwen, je moet als lezer gewoon meezwemmen en je moet niet proberen om slimmer te zijn dan het boek. Milan Kundera moet ooit gezegd hebben dat een tekst altijd intelligenter is dan de auteur. Meestal schrijft een boek zichzelf en ben je als auteur een soort middel waardoor het tot stand komt.

Is het moeilijk om op een bepaald moment een boek los te laten, om het de wereld in te sturen en het een eigen leven te laten leiden?

In het geval van deze roman was dat niet zo moeilijk. Het verhaal zat in mijn hoofd en ik schreef het uit. Punt. Bij 'Portret van een onbekend meisje' was het echter stukken moeilijker. Ik heb er vijf jaar aan gewerkt en ik zou zelfs nog meer kunnen schrijven. De ontstaansgeschiedenis van dat boek is dan ook helemaal anders. Ik schreef het tijdens de eerste maanden na de ontvoering en de dood van mijn zoon. Ik had in die periode een toevluchtsoord nodig omdat ik helemaal aan het desintegreren was. Dit boek heeft mij gered. Door te schrijven kon ik elke dag een paar uur ergens anders leven. Weg van de wereld waarin ik werkelijk leefde. Alles wat in dit boek voorkwam moest mooi zijn en zo pijnloos en zo kleurrijk mogelijk.

Maar het zou geen roman van Skorobogatov zijn als alles van begin tot eind rooskleurig was.

Oorspronkelijk was het tragische in dit boek niet aanwezig. Dat heb ik later toegevoegd. Eén van de personages uit 'Portret' had ik aanvankelijk terloops gebruikt om afleiding te zoeken, maar na een paar maanden werd ik verliefd op haar. Ze verdiende veel meer dan die ene episode, vond ik, en zo kreeg de roman een heel ander einde.

U stelt zichzelf voor als Sasha. Dat is ook de naam van het hoofdpersonage uit 'Portret van een onbekend meisje'. Hoe autobiografisch zijn uw romans?

Dat klinkt misschien vreemd, maar Sasha is voor een Rus de meest logische afkorting van Aleksandr. Mijn werk is natuurlijk altijd redelijk autobiografisch. Elk goed boek begint bij de eigen ervaringen van de auteur. Het schrijverschap is immers een erg goede manier om iets over jezelf te vertellen onder het mom van fictie. In 'Brieven aan een jonge romanschrijver' vergelijkt Mario Vargas Llosa het werk van een schrijver met dat van een stripper. Die laatste begint aangekleed en geeft zichzelf stelselmatig bloot. Een schrijver daarentegen werkt net andersom. Hij begint naakt, met persoonlijke gedachten die hem niet loslaten bijvoorbeeld, en hij kleedt zichzelf gaandeweg aan met verzonnen elementen. Ikzelf ben opgegroeid in één van de meest gewelddadige wijken van mijn geboortestad. Als klein jongetje wist ik al dat ik na zonsondergang de straat beter niet overstak om het risico te vermijden om geen tanden of geen oog te verliezen. Het opzet was om van 'Portret van een onbekend meisje' een zo mooi en zo licht mogelijk boek te maken, maar daartoe heb ik ook geput uit eigen ervaringen die minder aangenaam waren. Sommige verhaalelement uit de roman heb ik helaas zelf meegemaakt. De jongen die ergens in het struikgewas verdrinkt in zijn eigen braaksel is bijvoorbeeld niet bedacht. Dat is echt gebeurd in de buurt van ons flatgebouw. Ik was op zoek naar de meest gelukkige periode uit mijn leven en zo kwam ik uit bij de eerste verliefdheid tijdens de tienerjaren. En daar liet ik de fictie het overnemen.

In maart volgend jaar ligt uw nieuwe roman al in de rekken. Voor u is het nu vermoedelijk gespannen uitkijken naar het moment waarop lezers boekhandels binnenstappen om – volkomen legaal - naar 'Cocaïne' te vragen. Hartelijk dank voor dit gesprek.