Bruno Dumont

Interview met Bruno Dumont

'Ik hou van de fragiliteit van amateurs'

Met zijn 'Jeanne' vertelt Bruno Dumont het verhaal van Jeanne d’Arc voor de tweede keer op rij. In 'Jeannette' had de Franse regisseur het al over de jeugd van een van ’s werelds grootste legendes en ook nu wordt ze gespeeld door een jong meisje (Lise Leplat). Die opvallende verhaalkeuze leverde hem opnieuw een nominatie in de Un Certain Regard op. In die nevencompetitie van het filmfestival van Cannes zetelt onze landgenoot Lukas Dhont momenteel in de jury, nadat hij er vorig jaar zelf de prijs voor beste regisseur won met zijn filmdebuut 'Girl'. Een dag na de première van 'Jeanne' spraken we met Dumont over een legende die hij nog honderd keer opnieuw kan vertellen.

Waarom koos je ervoor om het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van een jong meisje?

‘Het gaat me bij films als deze niet om de historische waarde achter het hele verhaal. Het is de symboliek die me interesseert. Door een tienjarig meisje de hoofdrol op zich te laten nemen, leg je de nadruk op de kinderlijke onschuld en de passie die Jeanne d’Arc bezat.’

Het is geen historisch verhaal, maar toch gebruik je exacte data. Waarom?

‘Dat is de paradox. Er is een historische context en waarheid aanwezig in de film, maar wat me het meest interesseerde, was het mythische niveau. Als een schilder een landschap vastlegt op een canvas, doet hij dat om wat niet aanwezig is vast te leggen. Je hebt de realiteit enigszins nodig om die nadien te overstijgen.’

Waarom wou je het verhaal nogmaals vertellen?

‘Het is belangrijk om dingen te herhalen. Toen Monet de kathedraal van Rouen schilderde, deed hij dat niet één, maar veertig keer. Jeanne d’Arcs mythe is zo belangrijk dat ze bijna smeekt om opnieuw onder de loep genomen te worden. Je kan het verhaal niet verslijten of in één zitting volledig verkennen. Volgens mij kan je elk jaar een film over Jeanne d'Arcs leven maken en nog steeds nieuwe dingen te zeggen hebben. Hedendaags of klassiek, maar de mythe blijft even krachtig. Ze is een heel mysterieus personage, net zoals het leven zelf.'

Van waar komt je voorliefde voor niet-professionele acteurs?

‘Er is altijd een aantrekkingskracht geweest om met amateurs te werken. Ik hou van hun natuurlijke manier van acteren en de imperfectie ervan. Er schuilt een fragiliteit in hen die me heel erg raakt. Professionele acteurs streven naar perfectie, maar dat voelt vaak veel te platgestreken. Daarnaast zijn er niet veel professionele kinderen. Met degenen die er zijn, loopt het vaak catastrofaal af.’

Wanneer Jeanne ten strijde trekt, beginnen de ruiterpaarden plots te dansen. Wat was daar de bedoeling van?

‘Ik had simpelweg het budget niet om enorm heroïsche gevechtsscènes te filmen met paarden en stuntmannen. Er zaten wel al dansscènes in 'Jeannette', dus vond ik dat die ook hier te gebruiken vielen om de gevechten weer te geven. Ik botste toevallig op echte soldaten die shows opvoeren met paarden en besloot gewoon hun choreografieën te gebruiken.’

De film speelt zich slechts op drie verschillende plaatsen af. Waarom?

Ik zoek naar omgevingen die een poëtische kracht met zich meedragen. De duinen waarin ik filmde, waren zo’n plek. Het was er natuurlijk maar verlaten. Dat was voor mij een mooie plek om de rust voor een oorlog weer te geven. De gotische kathedraal was dan weer een manier om de overheersende macht van de kerk als instituut weer te geven. Als je kijkt hoe de mensen reageerden op het afbranden van de Notre-Dame, dan wordt het wel duidelijk hoe veel zulke plekken voor ons betekenen.

Zijn er moderne figuren waarin je Jeanne d’Arc herkent?

‘Bijna iedereen die nee durft te zeggen tegen instituten als de kerk of de regering is in mijn ogen een Jeanne d’Arc. Greta Thunberg bijvoorbeeld, die durft uit te halen naar alle politici met de hoop op een beter klimaat. Jeanne d’Arc kan zelfs een jongen zijn, want de mythe overstijgt hier gender en ras. Haar mythe draait niet rond het vrouwelijke, maar om het menselijke dat ze bezit. Er zijn dus zeker moderne Jeanne d’Arcs.’