Brecht Evens: ‘Mensen met energie en idealen zijn nodig, maar maniakken hebben hulp nodig’

Interview met Brecht Evens: ‘Mensen met energie en idealen zijn nodig, maar maniakken hebben hulp nodig’

Het was ondertussen alweer vier jaar geleden dat illustrator Brecht Evens ons verblijdde met het beklemmende ‘Panter’. Dit jaar bracht hij daar verandering in en verscheen zijn nieuwste boek, ‘Het amusement’. Daarin verwerkte hij zijn eigen ervaringen uit de periode 2013-2014 toen hij achtereenvolgens te maken kreeg met een depressie, manie, psychose en tot slot een tweede depressie. Het resultaat is een symfonisch verhaal met intrigerende hoofdpersonages en heel wat aangenaam overdadige tekeningen. Daar wilden we meer over weten.

Laten we beginnen bij het begin, of althans dat wat het begin lijkt voor de lezer, de titel. De Franstalige versie, ‘Les rigoles’, legt de nadruk op het vloeiende, water, vissen (die regelmatig terugkomen in de tekeningen), terwijl dat niet in de Nederlandstalige titel zit. Hoe moeilijk was het dit boek een naam te geven?
Brecht Evens: 'Een stuk moeilijker dan met "Panter", een boek over een panter. Het boek is zo'n woud van kleine gebeurtenissen, dialogen, plaatsen en volk dat geen enkele titel zich opdrong. Ik heb er honderden overwogen. "Les Rigoles" ('goten' of 'kanaaltjes') is de naam van het café waar ik het boek grotendeels heb geschreven en geredigeerd. In de Franse versie werd het de naam van de uitgaanswijk waar alle personages heen vloeien. In het Nederlands heet die wijk 'De Kanaalkom', zoals de wijk in Hasselt waar ik m'n eerste discotheek heb gezien, en – gelukkig toeval – een goede vertaling.'

Het viel me op dat de tekstredactie van je boek verzorgd werd door de 'Familie Evens'. Hoeveel steun heb je aan je familie gehad bij het maken van dit boek en de periode die eraan vooraf ging?
'Voor al mijn boeken vraag ik mijn ouders en zus, germanisten, om er met de rode pen door te gaan. En, veel belangrijker, in die harde periode vooraf kon ik helemaal op hen terugvallen en m'n gekneusde vleugeltjes laten genezen. In alle periodes daarvoor waren ze ook altijd warme en slimme supporters, mentoren en steunverlaten geweest. Het eerste privilege in een reeks van privileges waarvan ik heb kunnen profiteren.'

'Het amusement' is een heel weelderig boek geworden met behoorlijk wat pagina’s, rijk gedetailleerde tekeningen en hoofdpersonages waarvan de verhalen voortdurend langs en door mekaar lopen. Het leek alsof alles er in één keer uit moest. Liep het maken ervan vlot, eens je eraan begon?
'Niet vlot in de zin van een kraan opendraaien en klaar, in definitieve vorm. Maar ook geen gebrek aan inspiratie, eerder teveel en dan je darlings moeten doden. "Panter" was een boek dat rechtlijnig groeide, hoofdstuk per hoofdstuk, uit één wortel en via één stengel, allemaal heel logisch. "Het amusement" was meer tuinieren, vanalles groeide, woekerde en verwelkte langs alle kanten. Vier jaar aangenaam werk. Om altijd het overzicht te bewaren had ik een dikke map met een soort maquette van het boek, waarin prints van afgewerkte scènes naast schetsen en storyboards en losse dialogen gerangschikt zaten. Meestal in de bedoelde chronologische volgorde, soms herschikt per hoofdpersonage, zodat ik hun aparte spanningsbogen kon, euh, opspannen. In die maquette was ik altijd aan het noteren en schrappen, constante redactie. Tegen het einde ging ik nauwelijks meer naar de bakker zonder die vijf kilo papier, moest ik hurkend op de stoep nog wat aantekeningen willen maken.'

Terwijl Jona vooral probeert af te rekenen met demonen uit het verleden en zo in de problemen komt, worstelen Rodolphe en Victoria met mentale problemen. Waarom koos je ervoor om het verhaal van Rodolphe – deels ook jouw verhaal zoals je in eerdere interviews zei – te combineren met de verhalen van de andere twee personages?
'In zijn prille vorm was het boek een soort massaportret van de stad, zoals Fellini's "Roma", waar tientallen of honderden personages even belangrijk waren. Maar sommige personages eisten hun plek op, anderen sneuvelden, sommige smolten samen en anderen werden figuranten. Het boek zit vol mooie littekens en ruïnes van verlaten verhalen die alleen ik kan herkennen, maar die er een rijke textuur aan geven, denk ik. De drie dooreengevlochten kernverhalen die overblijven hadden de sterkste emotionele motor, en ze zijn complementair. Soms spiegelen ze elkaar en soms spreken ze elkaar tegen. Victoria en Jona zijn geïnspireerd op mensen die ik ken, en daaroverheen ook weer een saus van mijn eigen ervaringen. De tekening waarin Rodolphe, gejaagd door een tomeloze energie, op het dak belandt van een gebouw en van daar uitkijkt over de schreeuwerige stad, laat een sterke indruk na.'

De tekening waarin Rodolphe, gejaagd door een tomeloze energie, op het dak belandt van een gebouw en van daar uitkijkt over de schreeuwerige stad, laat een sterke indruk na. Het contrast met de rust van het schilderij van Caspar David Friedrich is erg groot. Rodolphe lijkt de enige overlevende van een wereld die niet meer bestaat. Is hij in een bepaald opzicht een moderne romanticus waar meer plaats voor zou moeten zijn in deze maatschappij, of vooral iemand die hulp nodig heeft?
'Mensen met energie en idealen zijn nodig, maar maniakken hebben hulp nodig. Die tekening echoot Friedrich en ook scènes met een wilde Robert De Niro uit "Mean Streets", die al in mijn hoofd echoden toen ik zelf manisch door Parijs donderjaagde. Hij overziet de stad als een eenzame generaal of rebel. Dichtbij zien we de cafés en nachtclubs waar het boek zich afspeelt, maar verderop torenen de hoofdkwartieren van (grotendeels Belgische) multinationals. Het toont zijn escalerende ambitie, net zoals mijn eigen manische episode begon met hevig uitgaan, dansen en womanizen, en dan overschakelde naar een messianistische roeping om de wereld te veranderen. Van nachttempels naar dagtempels. Ik had een paar mooie impulsen en soms goeie ideeën, maar mijn aanpak was extreem chaotisch en onpraktisch. Sommige personages in mijn boek geloven in de wijsheid van gekken, ik niet zozeer. De gekken in mijn boek helpen elkaar niet echt. Ze stichten geen nieuwe wereld. Zonder de band met hun on-gekke vrienden of familie halen ze het niet.'

Nochtans was het soms, hoe goedbedoeld ook, bijna pijnlijk om te zien hoe ongemakkelijk sommige on-gekke personages omgingen met hun gekke medemens. Is ook die occasionele dosis ongemakkelijkheid, op een of andere manier, een hulp?
'Waarschijnlijk niet.

"Ergens waar je niet wil zijn" is nooit veraf in "Het amusement". Zowel decors als personages keren terug en ook in het verhaal zelf zitten echo’s van je ‘doorbraakboek’. Horen beide werken voor jou ook op een bepaalde manier samen of had je gewoon zin Disco Harem nog eens te tekenen?
'Zodra het duidelijk was dat het boek over een nacht in de grootstad ging, wou ik de oppervlakkige gelijkenissen met "Ergens waar je niet wil zijn" zoveel mogelijk benadrukken, en profiteren van een ‘shared universe’ zoals dat heet in sciencefiction. Ik wil dat de stad oneindig lijkt, dat je voelt dat er zich links en rechts verhalen afspelen die je ook had kunnen volgen, zoals in een echte stad. Brugjes bouwen tussen de twee boeken helpt daarmee. "Het amusement" voelt als een grote broer van "Ergens": ze hebben dezelfde neus en ogen, maar een verschillend karakter. "Het amusement" heeft tien jaar meer ervaring. En een dikke pens.'

Ondertussen heb je een duidelijke eigen stijl ontwikkeld met aquareltekeningen, maar in dit boek duiken af en toe ook andere materialen en technieken op. Wil je in de toekomst graag nieuwe horizonten verkennen op dat gebied of is het voor jou eerder een aanvulling op het aquarelleren?
'Geen idee hoe ik in de toekomst ga tekenen. Ik probeer grafische keuzes te maken die het verhaal vooruithelpen en doen schitteren. Mijn arsenaal aan technieken wordt steeds groter, maar wanneer een oude truc werkt, perfect. Interessante en juiste keuzes zijn belangrijk, stijl is maar een bijproduct. Stijl bestaat uit onbewuste herhalingen. Als je tekenen vergelijkt met Frans spreken, dan is die stijl mijn Vlaams accent.'

 

copyright foto: Jean Nicolaï