Barbara Yelin

Interview met Barbara Yelin

Barbara Yelin © Martin Friedrich

'Irmina' is het verhaal van een jonge Duitse vrouw tijdens de tweede wereldoorlog. Een ambitieuze jonge dame, op zoek naar zichzelf, maar gehinderd door de geschiedenis. De Duitse tekenares en scenariste Barabara Yelin maakte, wellicht, de mooiste, meest doorleefde strip van het jaar.

CE: De eerste druk van de Nederlandse vertaling van 'Irmina' is ondertussen al uitverkocht, de tweede is onderweg. Verbaast dat succes je? Een eenvoudig verhaal is het niet, het snijdt diep.

Barbara Yelin: In Duitsland is de strip ook succesvol. Ik wist dus dat er een publiek voor bestaat, dat het verhaal van 'Irmina' de lezer kan raken. Je zou kunnen zeggen dat het Duitse succes logisch is, omdat het over de Duitse geschiedenis gaat, maar het gaat verder dan dat, denk ik. Het verhaal is zeker niet makkelijk, dat is waar, maar de onderwerpen – hoe je terugkijkt op je leven, hoe je je idealen verliest, hoe je ze verraadt - zijn universeel en spreken meer mensen dan enkel Duitsers aan.

Guus van Sonsbeek (de uitgever, die ook aanwezig is): Je vertelde me gisteren dat 'Irmina' in Duitsland verscheen net op het moment dat er in het land opnieuw over die thema's gesproken werd.

BY: Ja. We leven nu in een tijd dat de oorlogsgeneratie – de jong volwassenen uit de jaren veertig – niet meer leeft. Mijn grootmoeder stierf twintig jaar geleden.

Het is vreemd – en veel van mijn generatiegenoten ervaren hetzelfde – maar we weten heel weinig over hoe onze grootouders hun jeugd hebben ervaren. Hoe ging dat, leven in oorlogstijd? We hebben er nooit naar gevraagd. Zelfs onze ouders, de kinderen van na de oorlog, weten het niet. Er werd niet over gesproken. Waardoor die onderwerpen nu een soort zwart gat zijn. Uiteraard werden er wel verhalen verteld over de oorlog, maar dat zijn altijd dezelfde. De echte vragen worden niet gesteld. Hoe komt dat? 

CE: In de inleiding van je strip zeg je dat je brieven van je grootmoeder vond en dat deze iets in je wakker maakten. Het zette je aan verder te zoeken. Hoe ben je die zoektocht aangegaan? Zat er genoeg informatie in die brieven om dit verhaal te schrijven?

BY: Nee. Eigenlijk was het datgene wat niet in de brieven stond, dat me interesseerde, de leemtes.

CE: Hoe heb je die ingevuld?

BY: Het begon met de brieven... Weet je, ik heb mijn grootmoeder één keer gevraagd naar de oorlog, omdat ik het wilde weten, maar ze heeft niet geantwoord. Ze zei simpelweg: 'Nee, daar wil ik niet over spreken.' Kort nadien is ze gestorven... Een brandende, onbeantwoorde vraag bleef achter.

Tien jaar later vond ik dan die brieven, die op zich redelijk bescheiden blijven. Ook daarin kan je niet veel ontdekken, niet alles werd er in opgeschreven. Het is geen dagboek, je kan het nog het beste met een puzzel vergelijken.

Die brieven intrigeerden me. Niet dat ik toen al dacht aan een mogelijk boek, het was een persoonlijke fascinatie. Pas toen ik me realiseerde dat dit onderwerp, die vragen, ook anderen zouden kunnen interesseren, ben ik een boek gaan overwegen. Waarna ik de familiegeschiedenis heb onderzocht: ik heb de archieven geraadpleegd, veel boeken gelezen. Zo ontdekte ik dingen, leerde ik dingen.

CE: In het nawoord van 'Irmina' vertelt professor Korb hoe er eigenlijk nog niet veel onderzoek naar dat verleden gedaan werd of toch niet volgens die bepaalde benadering. Het werd verzwegen, zoals je zelf ook al aangaf. Als die interesse zo recent is, heb je dan wel literatuur gevonden waarop je je beroepen?

BY: Je hebt gelijk. Die boeken zijn pas de laatste tien jaar verschenen. Pas toen is men dieper ingegaan op de 'zwijgende meerderheid'. Op hen die de oorlog en het nazisme passief hebben meegemaakt. Mensen die misschien niet rechtstreeks in de oorlog vochten, maar wel mee verantwoordelijk zijn voor alles wat gebeurd is.

Alexander Korb heeft een boek geschreven, gewijd aan de Kristallnacht (toen, in de nacht van 8 op 9 november 1938, verschillende Joodse synagogen en winkels in brand gestoken werden en vele Joden vermoord werden, nvdr.). Korb onderzocht hoe de bevolking, ook de mensen die niet aan de vernielingen deelnamen, hierop reageerden. Het is die nacht en dat onderwerp, dat ik centraal in mijn verhaal plaats. Wat deden de Duisters of, wat deden ze niet? Wat zeiden ze, hoe gingen ze er mee om? Kwamen er mensen in opstand?

De uren na kristalnacht

Inderdaad, heel veel boeken zijn er dus niet, maar er zijn wel getuigenissen uit de tijd zelf. Ik heb verslagen gelezen van een Britse journalist, die toen in Berlijn zat. Hij vertelt over de nazibijeenkomsten en hoe daar meer en meer gewone mensen op af kwamen, heel akelig allemaal.

Je hebt dus de boeken en de getuigenissen. Daar heb ik veel uit geleerd, maar, en dat is de derde vorm van onderzoek, er zijn ook mijn tekeningen. Als ik teken dan schets ik continu. Dat doet me nadenken... Hoe ziet een persoon er uit? Wat zijn haar uitdrukkingen? Hoe beweegt ze? Maar ook, hoe ziet de kamer er uit, welke meubels staan er in. Dat leidt naar nog meer vragen, naar nog meer research. Hoe zag de propaganda er toen uit? Wat stond op de affiches? Door te tekenen wil je nog meer ontdekken.

Dat tekenen gaat niet enkel over die feiten. Je tekent iemand waardoor je gaat nadenken over haar karakter. Over wat ze zegt... Aanvankelijk had ik veel tekst voorzien, tot ik besefte dat Irmina eigenlijk helemaal niet spreekt. Ze stelt geen vragen... Ze houdt alles stil.

Dat is het tweede grote thema van het boek: de stilte. Het gaat niet enkel over wegkijken, maar ook over zwijgen. Waarom praten mensen niet over dingen die ze weten, zoals de holocaust. In de strip zie je Gregor, Irmina's man, twijfelen. Hij heeft de treinen gezien en wil zijn vrouw er over vertellen, maar Irmina onderbreekt hem. Met een immense stilte als gevolg.

CE: Waarom heb je ervoor gekozen het nawoord van professor Korb in het boek op te nemen? Hoewel dat heel interessant is, moeten we toegeven dat het veel minder indruk maakt dan je verhaal. Korb is een leerkracht, zijn tekst een les. De strip daarentegen, is doorleefd.

BY: Zijn historisch onderzoek en niet alleen dat van hem, heeft me toch veel geholpen. De historici hebben ook naar individuen gekeken, naar persoonlijke reacties.

In de strip is er die scène waarin Irmina de gordijnen toetrekt. Het moment dat ze beslist de gebeurtenissen van de Kristallnacht buiten te sluiten. Vanaf dat moment focus ik me helemaal op haar. De politiek komt enkel nog binnen door de spleet tussen de twee gordijnen of via de radio. Bovendien ga ik ervan uit dat de lezers de feiten kennen, dat ze weten wat er die nacht gebeurde. Ik leg niets uit, het gaat volledig over Irmina.

Net daarom vind ik het nawoord belangrijk. Het kan je vertellen wat ik niet letterlijk zeg. Mocht je niet weten wat er gebeurde, kan je het daar ontdekken.

Via de radio dringt de politiek Irmina's appartement binnen.

Ik wilde absoluut geen les geven. Ik gebruik bijvoorbeeld geen voice-over. Er is geen 'hogere stem' die zegt wat je moet denken, die de zaken veroordeelt of er excuses voor zoekt. Er zijn enkel dialogen, die doen de lezer zelf nadenken.

Uiteindelijk zijn het toch de tekeningen die spreken, ze contrasteren met de dialogen. Denk aan de scène waarin Irmina een pot rode vruchtenconfituur laat vallen, terwijl ze met haar vriendin Gerda spreekt of niet spreekt, want Gerda vertelt over deportaties, ze stelt vragen. Irmina wil die niet horen, maar tegelijk steekt ze haar vingers in die rode confituur, in het bloed.

CE: Eerlijk gezegd, die link hadden we niet gelegd.

BY: Echt? (lacht) Dat is niet erg, maar dat is wel wat ik je geef. Mijn tekeningen staan ergens voor. Ze symboliseren iets.

CE: Je geeft dit duidelijk voorbeeld, van die ene scène. Wij vroegen ons af hoe je de toon van de gehele strip benaderd hebt. Wij lazen voornamelijk een donker, grijs verhaal.

BY: Die toon is het resultaat van datgene wat ik kan, gemixt met de techniek die ik nodig heb. Wanneer ik teken, doe ik alles voortdurend opnieuw. Zoals ik aangaf, ontstaat het verhaal tijdens het tekenproces. Ik denk na, ik reflecteer en die gedachten moet ik kunnen uitdrukken in mijn prenten. Dus heb ik een techniek nodig die dit mogelijk maakt. Ik moet op en over elkaar kunnen tekenen, dingen opnieuw op papier zetten.

Bovendien was ik op zoek naar een manier om, voornamelijk in het begin van het verhaal, ruimte te laten. Als je goed kijkt, zal je zien dat er in de eerste helft veel plaats is tussen de kadertjes. Op het einde, wanneer Irmina's wereldvisie veel beperkter is, verdwijnt die ruimte. Alles wordt enger, de kadertjes staan veel dichter bij elkaar.

Nazi-rood

Wat de kleuren betreft: ik ben begonnen met een redelijk eenvoudig kleurenconcept. Uiteraard zie je hoe alles donkerder wordt naarmate het verhaal vordert. Je ziet ook de kleuren zelf evolueren: in het begin zijn er veel blauw-tinten, wat voor mij een zekere hoop symboliseert. Vrijheid is nog altijd een optie. Naarmate het verhaal vordert, verdwijnt dat blauw. Dan zie je enkel nog rood: de kleur van de nazivlag, van bloed, schuld en brutaliteit. In het laatste deel is turquoise de dominante kleur.

CE: We zouden het graag even over het einde van je verhaal hebben. Zonder al te veel spoilers te geven, mogen we zeggen dat Howard, de man die Irmina tijdens haar jeugd ontmoette, weer opduikt. Wat kan je over hem en over zijn leven vertellen. Bestaat hij echt?

BY: Ja, er is een echte Howard. Je zou hem kunnen opzoeken, hoewel Howard niet zijn echte naam is. (denkt na) Wat op zich geen probleem is, ik heb zijn dochter ontmoet, ze zou het niet erg vinden. Ik zou kunnen zeggen wie hij echt is, maar ik doe het niet. Howard is de man uit het verhaal. De echte feiten zijn voor de strip van geen belang.

Irmina en Howard, hun eerste ontmoeting

CE: De dochter die ook in de strip voorkomt? Irmina?

BY: Ja, maar ze heet anders, net als mijn grootmoeder, maar je hebt gelijk, ze hebben dezelfde naam. (lacht) Het meest kitchy deel van het verhaal is realiteit.

CE: Wist je dat? Van die namen?

BY: Ja! Dat was geweten. Ook het verhaal van mijn grootmoeder en Howard kende ik. Dat was geen geheim. Meer nog, het was en soort familielegende (lacht). Op zich logisch misschien: dat zijn nu eenmaal de vrolijke delen, daar kon mijn grootmoeder wel over vertellen.

CE: Eigenlijk is ook dat niet echt vrolijk. De laatste scène is hartverscheurend.

BY: Uiteraard, er is geen happy end. Dat heb ik niet verzonnen.

Ik had een soort dagboek van mijn grootmoeder, over haar laatste ontmoeting met Howard, maar daar staan bijna enkel feiten in, geen gevoelens. Ik was dus verplicht om tussen de regels te lezen en aangezien dit een verhaal is, heb ik daar mijn artistieke vrijheden voor gebruikt.

Niettemin is het belangrijk en dit is echt, dat ook toen die stilte bleef bestaan. Ook tegenover Howard zwijgt Irmina over de oorlog. Niemand praat erover, ook Howard niet. Wanneer ze uiteindelijk toch om een soort vergiffenis vraagt, komt er geen antwoord. Natuurlijk niet, er is hier geen oplossing. Hij moet niet antwoorden, zij moet dat zelf doen.

De enige vorm van verlossing in het verhaal heb ik er zelf in gelegd. Irmina trekt flipflops aan. Ze stapt uit haar oude schoenen en wandelt verder in iets nieuw...

CE: Heeft de dochter van Howard je boek gelezen?

BY: Ja, en ze heeft het goedgekeurd. Ze zei me dat veel dingen die ik over haar vader verzonnen heb, correct zijn. Ze heeft niets gezegd over het deel in de oorlog, wat logisch is.

Ze heeft me ontzettend veel gesteund. Dat heeft me geraakt, ze omschreef me zelfs als haar tweelingzus. Het is een heel coole dame: heel onafhankelijk, ze reist, ze heeft een carrière. Dat heb ik ook in het verhaal willen leggen: dat de jonge Irmina bereikt heeft wat de oude Irmina altijd wilde. Alsof het zo moest zijn, alsof het karakter van de dochter ergens, op een bizarre manier, haar oorsprong had bij de oude Irmina.

CE: We vermoeden dat hetgene waar je over vertelt – over het zwijgen van een generatie – herkenbaar is voor anderen. Hoe zijn de reacties van je lezers? Spreken ze je daar over aan?

BY: Ja, (denkt na) toch wel. Ik heb vreemde verhalen gehoord, over mensen die over hun grootouders dromen. Ik denk dus wel dat ik ergens iets geraakt heb.

Ik begrijp wel dat dit verhaal iets teweeg kan brengen, maar toch moet ik toegeven dat ik dat soort reacties bewust van op een afstand bekijk. Ik heb een heel individueel, heel specifiek verhaal verteld: dat van Irmina. Irmina is een uitzondering: ze had kunnen ontsnappen. Ze heeft een leven gehad in Engeland. Ze wist beter, maar toch heeft ze niets gedaan. Wat me trouwens heel boos maakte: het moment dat ik ontdekte dat ze terug kon gaan, weg van Duitsland, maar het niet gedaan heeft...

Irmina vertrekt uit Engeland.

CE: Toch zijn we van mening dat je boek wel degelijk een sociale relevantie heeft. Misschien komt dit omdat we het boek net nu lezen, op het moment dat Trump president wordt van de Verenigde Staten. Door het lezen van 'Irmina' kunnen we die verkiezingen beter plaatsen. Waarom stemmen mensen voor een dergelijk persoon? Waarom weten mensen niet beter?

GvS: We vroegen ons al af wanneer een journalist over Trump zou beginnen. (lacht)

BY: (lacht mee) Je hebt volledig gelijk. Hoe kan iemand zo ver de foute richting op gaan? Hoe kan extreemrechts bloeien, in Europa en daarbuiten? Net zoals jij ben ik daardoor gechoqueerd. Mijn verhaal probeert te achterhalen hoe dergelijke dingen mogelijk zijn. Het antwoord is ingewikkeld. Een mix van verschillende zaken.

Kijk naar Irmina. Ze heeft gedaan wat ze deed uit naïviteit, teleurstelling, egoïsme, zelfbescherming, uit woede zelfs. Soms doet ze net het tegenovergestelde van wat van haar verwacht wordt. Irmina is niet iemand die terugkeert. Ik vermoed dat ze beseft dat ze in de jaren veertig de foute kant opgegaan is, maar ze zal daar niet op terugkomen. Dat impliceert immers een zekere erkenning, van het feit dat het, dat zij niet juist zat...

Dan die haat: Irmina spuit haat over de Joden, maar ze kent geen Joden. Net als de mensen nu nooit vluchtelingen gezien hebben, ze kennen hen niet. Misschien zijn mensen bang of worstelen ze met hun eigen problemen, zoeken ze naar een zondebok... Dat is akelig. Toen ik het boek maakte vroeg ik me voortdurend af hoe ik zou reageren, mocht ik Irmina zijn...

CE: Inderdaad, dat is wat wij dachten toen we over de winst van Trump hoorden. Hoe moeten wij reageren? Moeten we meegaan en zwijgen of toch tot actie overgaan? Wat doen we dan? Jouw boek stelt die vragen, de juiste vragen op het juiste moment.

BY: Dank je wel. Toen ik met het boek begon, rond 2012, bestond die problematiek nog niet of toch niet zo pertinent.

Uiteindelijk gaat het over het moment. Wanneer besef je dat je op moet staan, dat je moedig moet zijn en de confrontatie moet aangaan? Ben je wel moedig genoeg? We leven in een situatie waarin we vrij genoeg zijn om te reageren, maar wanneer is het moment daar? Wanneer wordt burgerlijke moed belangrijk?

Er zijn zoveel mensen die niets doen – hoewel reactie absoluut nodig is. Wat is er nodig om alles te doen bewegen? Wie is er voor nodig? Bij het maken van het boek zaten die vragen in mijn achterhoofd... Ik wou echt dat ik er sneller conclusies uit getrokken had. Erover praten is één ding, wat echt telt, is wat je doet...

CE: Zoals het maken van een geweldige strip. Hartelijk bedankt voor je verhaal en voor dit gesprek.