Ansatz Der Maschine

Interview met Ansatz Der Maschine

De onvermoeibare muze van geluidskunstenaar Mathijs Bertel doet al een eeuwigheid overuren. Creativiteit, vernieuwing en een tegendraads karakter staan dan ook tot vervelens toe in zijn biografie beschreven. Dat merk je ook aan ‘Tattooed body blues’, de nieuwste langspeler waarin hij met zijn avonturiers van Ansatz Der Maschine zoveel mogelijk ideeën wist te vatten.

‘Tattooed body blues’ is erg toegankelijk?

Bertel: De vorige drie platen waren heel sfeervol, filmisch en insinuerend. Na tien jaar interesseert mij dat niet meer en wil ik de luisteraar rechtstreeks benaderen. Het probleem is: als artiest ben je een zoekende ziel die uit zijn comfortzone wil geraken. In mijn hoofd ben ik dus alweer met iets nieuws bezig. ‘TBB’ is een jaar oud en heb ik al 3000 keer gehoord. Wim Vandekeybus zei ooit: “Wanneer een productie af is, moet je je enkele maanden herbronnen. Je zit zodanig in een tunnelvisie dat je opnieuw moet openstaan voor nieuwe dingen.” Dat klink allemaal wat zwaarmoedig (lacht), maar natuurlijk gaan we de songs nog live spelen, daarvoor doe je het. Dat is de schoonste manier om energie te krijgen en een sfeer te scheppen die op plaat niet zou overkomen.

Wat is de gedachte achter de plaat?

Bertel: Ik probeer alles positief te zien. Iemand die mijn teksten hoort, zal niet beseffen waarover het precies gaat. Je kan ze invullen zoals je zelf wil, maar alle songs hebben één voor één een betekenis voor mij. De titel staat voor de littekens en de builen die je oploopt in je leven. Over het feit dat je vol goeie bedoeningen zit, maar dingen niet gaan zoals je ze plande. Als zoekende ziel ben je gevoeliger voor zaken waarvoor je openstaat.

Ben je bang te falen in de zoektocht naar een uitdaging?

Bertel: Eigenlijk wel. Ik begeef me nu op glad ijs omdat ik mijn gekende trucjes niet kan gebruiken. Zelf ben ik altijd zenuwachtig, maar dat is positief. Zelfzeker zijn en weten wat je wilt, is voor een muzikant geen goede drive om mooie songs te schrijven. Je moet jezelf constant essentiële vragen blijven stellen in de zoektocht naar de kern van de song. De sound van wisselende genres doorheen de plaat is onze rode draad en staat voor de gejaagdheid en de vele impulsen die we in het leven ervaren.

Je neemt wel heel drastisch afstand van het verleden, van ouder werk is niets terug te vinden.

Bertel: Als artiest ben je erg gefocust op datgene waarmee je op dat moment bezig bent. Zelf kan ik echt niet meer naar ouder werk luisteren. Als iets af is, leg ik dat in een doos op zolder en wil ik het niet meer horen. Intussen sta ik zoveel verder dan hetgeen ik ooit gedaan heb. Bovendien kan je de hedendaagse elektronica niet meer vergelijken met die van vijftien jaar geleden. Je moet het ook kunnen relativeren, het is maar muziek. Bang zijn omdat mijn oeuvre ooit in de vergetelheid geraakt, is gezever - daarvoor ben ik niet belangrijk genoeg. Maar misschien zet ik mijn muziek ooit wel eens gratis op het net.

Wat kunnen we allemaal horen op de plaat?

Bertel: Je kan van alles verwachten. Zo maak ik met mijn stem en krakende vingers de beat. Je hoort wekkers, wc’s, koffiezetapparaten, het piepende geluid van de lucht die uit een thermos komt, speeksel, ... Alles is zodanig bewerkt dat je het niet kan herkennen. Ondertussen heb ik zo’n gigantische klankbibliotheek dat ik niet meer weet vanwaar alles komt. Vroeger liep ik constant met een geluidsopnemer rond, nu heb ik daar minder tijd voor. Al overvalt het mij vaak. Op mijn werk is er bijvoorbeeld een deur die ik absoluut nog moet sampelen (lacht). In mijn gedachten zit ik met geluiden die ik maar niet kan creëren en dat is heel frustrerend, maar je moet die frustraties uitbuiten, dat maakt het tof.

‘TBB’ is een ode aan natuurelementen. Vanwaar de fascinatie voor Narodnaja, de hoogste berg in de Oeral?

Bertel: Ik ben er nog niet geweest en zal er waarschijnlijk nooit geraken, wat mij enorm fascineert. Als je leven in een knoop zit, kan je naar Narodnaja, waar niemand je zal vinden. Het lijkt mij zeker een interessante vlucht naar de natuur gezien de ongereptheid. Ik ben een natuurmens die ieder jaar zijn tijd in het bos moet doorbrengen. Als er iets is waar ik mij zorgen over maak, dan is het wel het natuurbehoud. Met ‘TBB’ was het niet mijn bedoeling om voor het milieu te strijden, dan zou ik het veel explicieter gedaan hebben. Misschien doe ik dat live wel, je brengt mij op ideeën (lacht). Het is sowieso hoog tijd om op de barricaden te staan.

Mooi volk horen we: Nathalie Delcroix, Inne Eysermans, … Waren zij jouw keuze?

Bertel: We hebben geen management, dus ik beslis alles zelf. De keuze ging naar artiesten die mij van mijn sokken blazen. Het was dus geen commerciële zet. Het leuke aan de guestvocals was dat ik ze nog niet persoonlijk kende. Via email zocht ik contact en wonderbaarlijk genoeg was elkeen meteen enthousiast. Het is wel tricky: je kent elkaar niet, maar werkt direct heel persoonlijk en intens samen. Bovendien heb je slechts een voormiddag de tijd om alles op te nemen, daarna stopt het.

Lig je ervan wakker dat je als artiest minder kansen krijgt?

Bertel: Over subsidies pieker ik nog niet. De clubs waarin we mogen spelen en heel die omkadering is super. In Engeland of andere landen is dat duidelijk een heel stuk slechter gesteld. Waar ik wel wakker van lig, is de evolutie van het medialandschap zelf. Een trieste evolutie is dat traditionele media nichemuziek geen kans geven omdat ze denken dat je het toch overal kan streamen. Dat is niet waar. Die kwaliteitsfilters heb je wel nodig. Er is zodanig veel informatie dat iemand voor jou de zoektocht moet aangaan en zegt wat je moet beluisteren en wat niet.

Wat mag de toekomst brengen?

Bertel: We denken er nog niet al te veel over na, want je moet genieten van het moment zelf. Elkeen heeft gigantisch veel projecten. Wij hebben ook al die projecten nodig om financieel rond te komen, dat maakt het ook moeilijker om als band samen te blijven. Momenteel ben ik aan het broeden op filmische muziek. Het zit nog erg ver, maar ik zou graag starten vanuit een soloproject met ook live meer sampling en ruimte voor visuals. Dan kan ik bijna met een audiovisuele installatie op tournee gaan, evenzeer in huiskamers. Misschien zelfs zonder concrete songs...?