The white king

Het regisseurskoppel Alex Helfrecht en Jörg Tittel besloot de roman 'The white king' van Gyorgy Dragoman over het leven in een communistisch regime te bewerken tot een film, nadat mevrouw tot tranen toe geroerd was bij het lezen hiervan. Ze verplaatsen de setting naar een dystopische toekomst, castten klassebakken als Jonathan Pryce en Fiona Shaw, en creëerden een intrigerend bildungsverhaal.

Althans, dat was de opzet.

In 'The white king' maken we kennis met Djata, een twaalfjarige jongen die een rustig leventje leidt met zijn mama en papa, tot wanneer papa wordt meegenomen door het regime. Waar Djata in eerste instantie nog hoopt dat zijn vader slechts tijdelijk weg is, wordt steeds meer duidelijk dat zijn terugkeer onwaarschijnlijk is.

'The white king' gaat over hoe Djata omgaat met de wereld waarin hij leeft. De regisseurs hebben er voor gekozen alles vanuit Djata's standpunt te vertellen, en we leren dan ook weinig over hoe deze wereld tot stand is gekomen of wat de motieven van de volwassenen in Djata's omgeving zijn. Dit is wat ons betreft een wat spijtige regiekeuze, gezien het juist die wereld is die de interesse vasthoudt. Het personage van Djata an sich voelt immers te vlak aan om echt te boeien. Hij houdt zich bezig met typische (kwa)jongensstreken, en meer diepgang dan 'ik mis mijn papa' ontbreekt.

De volwassenwereld sluipt weliswaar steeds meer binnen in de wereld van Djata, maar Helfrecht en Tittel doseren dit dusdanig behoedzaam, dat we na afloop op onze honger blijven zitten. Ze scheppen een intrigerende toekomstvisie die doet denken aan '1984' of 'The hunger games', maar kunnen qua vertelkracht aan geen van beiden tippen.

Details Nu in de zalen
Jaar:
2016
Speelduur:
89 min.