Transit

Tussen lot en toeval

Heraclitus wist: alles beweegt. Ook na hem bleek de wetenschappelijke teneur telkens weer: er is geen stilstand, we zijn altijd onderweg. Ook tijdens het wachten. Zelfs in de dood dichten we het leven transitie toe.

Het lijkt erop dat regisseur Christian Petzold dit basisgegeven als uitgangspunt nam voor zijn verfilming van het gelijknamige boek van Anna Seghers. Zij was in feite Netty Reiling, een joods-communistische schrijfster die er tijdens het nazibewind alle belang bij had Duitsland te ontvluchten. Haar persoonlijke vlucht langs Parijs, Marseille en uiteindelijk Mexico legde ze meesterlijk in de handen van vier anderen: drie mannen en een vrouw, die allen de oversteek willen maken.

Petzold weet de geest van haar fictie te vangen, door te focussen op het toeval dat de levens van mensen telkens weer drastisch weet te ontregelen en te herschikken. Hij kleurt zijn personages nauwelijks in. Ze kruisen elkaars pad zonder doorwrochte logica. Dat ze elkaar tegenkomen, evolueert in een gedeelde lotsbestemming, die meteen weer gedoemd lijkt.

Marie zoekt haar man, de schrijver Weidel, in de straten van Marseille. Hij is dood, maar dat weet zij niet. Georg, een zwijgzame, maar behulpzame vluchteling, heeft de dode Weidel in zijn Parijse hotel aangetroffen en neemt zijn identiteit over. Met diens visum kan hij immers zelf de oceaan oversteken. En dan is er nog een dokter wiens motieven zich moeiteloos met de andere vermengen.

Ook de tijd is ambigue. De Duitse bezetting van Frankrijk is een historisch feit, maar het straatbeeld en het machtsvertoon in Transit zijn overduidelijk hedendaags. Dat de kijker daarin tuint, is de verdienste van Petzolds manipulatieve kracht: hij selecteert hoeveel moderniteit er te zien is. Maar het toont ook aan hoe weinig verschil er werkelijk is tussen beide tijdssegmenten. Ook vandaag worden vluchtelingen opgejaagd, terwijl het leven van anderen ogenschijnlijk normaal verder gaat.

Transit zet de logica buitenspel en speelt met herhaling en vervreemding. Soms lijkt het wel alsof Pina Bausch' legendarische choreografie ‘Café Müller’ (1978) model heeft gestaan voor deze film. Ook haar personages zwerven in een soort voorgeborchte van de dood, een sluimerfase waarin het verleden zich alleen nog in anekdotisch handelen herhaalt. De jonge Marie, actrice Paula Beer, lijkt met haar rode haar, zwarte jas en panische loopje letterlijk hieruit weggelopen.

Transit verwijst ook naar een ander meesterwerk uit de Europese theatertraditie, ‘Huis Clos’ (1943) van Jean-Paul Sartre. Ook daarin staat het wachten in een afgesloten ruimte centraal. Sartres personages zijn dood en tot elkaar veroordeeld. Ze proberen te ontsnappen, maar daarin bevestigen ze telkens weer de uitzichtloosheid van de hel. “L’enfer, c’est les autres.” Georg citeert net niet letterlijk uit dit werk en wel uit dat van Weidel, wanneer hij zijn literaire identiteit tegenover de Mexicaanse consul moet bewijzen.

Petzold noemt zijn invloeden niet bij naam, maar ze liggen voor het oprapen. Bausch, Sartre, zelfs het bekende verhaal van Orpheus en Eurydice. “Zij die verlaten worden, hebben liederen waarin ze hun verdriet herkennen. Zij die zelf verlaten, hebben dat voorrecht niet." Dixit de voice-over. Andermaal een theatrale ingreep die Petzold niet ongebruikt laat. Toch komt hij ermee weg.

‘Transit’ wordt nooit zwaar op de hand of zwaarmoedig. Petzold schildert immers met kleur en gevoel en tilt net zoals Seghers voor hem de concrete invalshoek naar een abstracter niveau. Een fundamenteel gevoel van herkenning blijft over. 

Details Nu in de zalen
regisseur: Christian Petzold
scenario: Christian Petzold, Anna Seghers
Acteur(s): Franz Rogowski, Paula Beer, Godehard Giese, Lilien Batman
Producenten: Florian Koerner von Gustorf, Antonin Dedet
Componist: Stefan Will
Montage: Bettina Böhler
Fotografie: Hans Fromm
Jaar:
2018
Speelduur:
101 min.