Kin

Rommeltje uit de ruimte

Kin voelt als het flauwe afkooksel van de al even flauwe actiefilms die Hollywood ons rond de jaren 2000 voorschotelde, alleen krijgt deze film hier en daar wat futuristische effecten. Het script levert personages af met de emotionele reikwijdte van een steen, en een verhaal met meer putten dan de gemiddelde Belgische autobaan.

De veertienjarige Eli (Myles Truitt) groeit op in een grauwe wijk met zijn al even grauwe vader (Dennis Quaid). Rijk zijn ze niet, dus verdient Eli wat bij door schroot te verzamelen en dit door te verkopen. Op school is hij zeker niet de populairste. Hij voelt zich onbegrepen en eenzaam, zeker na de dood van zijn moeder. Wanneer zijn broer Jimmy (Jack Reynor) plots vrijkomt uit de gevangenis, loopt het nogal mis. Noodgedwongen vertrekt Eli met zijn broer op een roadtrip, op de vlucht voor een getatoeëerde crimineel (James Franco) en twee snuiters die doen denken aan de minder vriendelijke broertjes van Daft Punk. Bijna vergeten: er doet een zoemend ruimtepistool in mee.

Het leek wel alsof de gebroeders Baker met het ruimtepistool op het script van hun langspeeldebuut hebben geschoten, want jongens, wat een puinhoop. Door de oppervlakkige schrijfstijl blijft geen enkele dialoog bij, zelfs wanneer het over emotionele onderwerpen als de moeder gaat. De makers lijken dit te beseffen, want onder elke emotionele scène plaatsten ze een melancholische melodie om toch maar iets van emotie los te wekken bij de kijker. Nochtans doet de jonge Truitt dit niet slecht. De lijnen die hem werden voorgelegd, werken gewoon als een emotionele blokkade. Hetzelfde geldt voor het personage van Zoë Kravitz, die de veertienjarige Eli en zijn broer ontmoet in een … stripclub. Hier hoeven verder geen woorden aan vuil gemaakt te worden.

De plotholes binnen de film vallen niet meer op één hand te tellen. De continuïteit van het verhaal valt zodanig vaak uit elkaar dat het haast grappig wordt. Zo krijgen de drie hoofdpersonages de kamer van hun hostel met moeite betaald, maar zitten ze in de volgende scène gezellig een gloednieuwe fles whiskey achterover te gieten.

Er kan gelukkig nog één goed woordje af, namelijk rond de acteerprestaties van James Franco. Ook hij laat systematisch clichés van zijn tong rollen, maar zijn bewegingen, zijn ijzige blik en vooral zijn  getatoeëerde lijf brengen iets angstaanjagends voort. Hoedje af voor de make-upartiest dus.

Het hoofdonderwerp, namelijk het mysterieuze ruimtepistool, voelt door al de heisa aan als een bijzaak. De makers voeren het ding voortdurend ten tonele, alsof je anders zou vergeten dat allles hierom draait. Gelukkig is er de totaal van de pot gerukte eindscène om het pistool nog eens in de kijker te zetten.

Florian Saerens

 

Details Nu in de zalen
Jaar:
2018
Speelduur:
102 min.