I, Olga Hepnarová

Empathie voor iemand zonder empathie

Soms neemt de werkelijkheid een huiveringwekkend loopje met de feiten. Zo werd de film ‘I, Olga Hepnarová’ volop klaargestoomd voor zijn release, toen een terrorist op 14 juli dit jaar ruim 80 mensen doodreed op de Promenade des Anglais in Nice. Een daad ingegeven door de aanslag van Olga Hepnarová, die op 10 juli 1973 acht mensen op een voetpad in Praag om het leven bracht door op hen in te rijden met een truck?

Achteraf verklaarde de jonge vrouw, vooraan in de twintig, dat ze doelbewust had gehandeld en wilde veroordeeld worden tot de doodstraf. De jury achtte haar toerekeningsvatbaar en willigde haar wens in. Ze was de laatste persoon die in het toenmalige Tsjechoslowakije in de naam van de wet werd verhangen, en haar verhaal is dusdanig merkwaardig dat een verfilming er vroeg of laat moest komen.

Hoe komt iemand tot dergelijke daden? Regisseurs Petr Kazda en Tomás Weinreb zagen maar een manier om dat aanschouwelijk te maken: door de gebeurtenissen te registeren vanuit de perceptie van Olga zelf. Niet dat de film in first person is geschoten. Aanvankelijk lijkt ‘I, Olga Hepnarová’ zelfs een traditioneel biografisch relaas te zijn. Langzaam maar zeker wordt echter duidelijk dat geen van de personages echt kleur krijgt – letterlijk noch figuurlijk. Het is Olga’s ijskoude blik via dewelke de toeschouwer de realiteit bekijkt, en die blik laat geen psychologische typering van andere karakters toe.

Als psychisch kwetsbaar meisje komt Olga van jongs af aan in de verdrukking, waardoor ze zich steeds meer terugtrekt in haar eigen psyche. Ze beseft haar onvermogen om te communiceren, om ‘normaal’ te zijn, om ‘gewoon’ te functioneren. In seksualiteit vindt ze een uitlaatklep, maar dan wel seksualiteit onder gelijken. Mannen laat ze, vanuit een afkeer voor alles wat ze belichamen, niet toe.

De regisseurs laten zien hoe Olga zich verliest in de lust, en hoe er naast dat tomeloze verlangen vooral leegte bestaat. Ze kleedt zich uit en zegt dat ze zichzelf van kant zal maken. Lees: eros en thanatos, de innerlijke demonen van een meisje dat almaar meer haar grip op zichzelf, de mensen rondom haar en de werkelijkheid verliest. Petr Kazda en Tomás Weinreb laten hun publiek echter niet alleen met zoveel afgrijzen en zoveel eenzaamheid. Ze compenseren Olga’s fundamentele gebrek – kunnen empathiseren met anderen – door hun film in een weergaloos esthetisch kader in te bedden.

‘I, Olga Hepnarová’ is opgebouwd uit niets dan prachtig gecomponeerde beelden, in een star zwart-wit dat zichzelf vastbijt op de netvliezen. Soms spiedend, soms weinig verhullend, soms heel mysterieus: het is de beeldtaal die voor een spanning zorgt, daar waar het verhaal zich van scène naar scène beweegt, schijnbaar zonder de gangbare narratieve regels te volgen. Inderdaad blijven alle nevenpersonages een soort figuranten, en inderdaad lijkt het alsof de regisseurs niet goed weten hoe ze de plot met een doeltreffende opbouw richting climax konden duwen. Dat was evenwel niet hun bedoeling.

De film illustreert waar een losmazige perceptie van de buitenwereld op neer komt, waardoor de toeschouwer als vanzelf in het hoofd van Olga terecht komt. Het is er eng, en dat wekt ontreddering op. Temeer omdat ware gerechtigheid nooit is geschied. Geesteszieken hebben het recht op een behandeling, en de weg van boetedoening is vanuit maatschappelijk oogpunt (te) gemakzuchtig. Een brok in de keel, een traan in de ooghoek en een zwaar gevoel in het hoofd: geen film om vrolijk van te worden, wel een heftig moreel appel.

Details Nu in de zalen
Empathie voor iemand zonder empathie
Regie: Petr Kazda, Tomás Weinreb
Met: Michalina Olszanska, Martin Pechlát, Klára Melísková