The Glass Castle

Pakkend levensverhaal zonder scherpe randjes

Doet de naam Jeannette Walls een belletje rinkelen? De Amerikaanse schrijfster en journaliste stond 261 (!) weken in de bestsellerlijst van New York Times met het in 2005 verschenen ‘The Glass Castle’, een boek over haar moeilijke jeugd met een excentrieke moeder en een alcoholverslaafde vader. Het stond in de sterren geschreven dat zo’n pakkend levensverhaal ooit verfilmd zou worden. En kijk, twaalf jaar later is het zover, maar in tegenstelling tot het boek zal de film volgens ons geen box-office-records verbreken.

‘The Glass Castle’ vertelt het verhaal vanuit de ogen van de volwassen Jeannette (Brie Larson), die goed geld verdient met het schrijven van een roddelrubriek en op het punt staat te trouwen met een rijke bankier. Wanneer ze na een fancy etentje met de taxi naar huis rijdt, komt ze voorbij twee bedelaars die op straat op zoek zijn naar eten. Al snel blijken het haar ouders te zijn. Hoe komt het toch dat ze hen zo kil negeert?  

Via flashbacks krijgen we meer inzicht in Jeannettes jeugd. Moeder Rose Mary (Naomi Watts) en vader Rex (Woody Harrelson) trekken met hun 4 kinderen als nomaden door de VS. Op de vlucht voor politie of belastingcontroleurs. Terwijl in het begin hun avontuurlijke levensstijl vooral positief in beeld gebracht wordt – ook wij dromen er soms wel eens van om alles achter te laten om de wereld rond te reizen – blijkt al snel dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Vooral wanneer papa Rex iets te veel glazen sterkedrank achteroverslaat, loopt het mis. Stilaan wordt duidelijk waarom de relaties tussen de verschillende familieleden ook in het heden zo gespannen zijn.

De spil van de film is de relatie tussen Jeannette en haar vader, sterkt vertolkt door Larson (en Ella Anderson die de tienerversie van de schrijfster vertolkt) en Harrelson, trouwens. Die focus geeft het verhaal een mooie rode draad,  zeker in het eerste uur word je helemaal meegesleurd in het verhaal. Helaas wordt alles wat te lang uitgesponnen – de film duurt meer dan twee uur en lang niet elke scène heeft een meerwaarde. Dan is het extra zuur dat het personage van Watts zo matig uitgewerkt is, of dat we niet te weten komen hoe de andere kinderen uit het gezin eigenlijk tegenover hun ouders staan.

Ook bij het uitbeelden van de vader-dochterrelatie slaat de regisseur soms de bal mis. Zeker naar het einde toe wordt alles wat geromantiseerd voorgesteld. Clichématig zelfs – en dat is straf bij het verfilmen van een waargebeurd meeslepend verhaal. De scherpe randjes zijn er af gevijld. Ondanks die negatieve punten weet de film toch wel een gevoelige snaar te raken en zorgen de prestaties van Larson en Harrelson ervoor dat deze film toch drie in plaats van twee sterren verdient. Geslaagd, maar met de hakken over de sloot dus.  

Details Nu in de zalen
Jaar:
2017
Speelduur:
127 min.