FFG Kékszakállú

Nog nooit zo nietig…

Een Zuid-Amerikaanse film gebaseerd op een Hongaarse opera uit het fin de siècle? Juist ja, daarvoor moet je op het Filmfestival zijn. In Gent is het programmatische luik ‘global cinema’ jaar na jaar een vergaarbak van onorthodoxe denkoefeningen, waar ‘Kékszakállú’ absoluut in thuis hoort. Behalve een paar minuten bladmuziek is de link met de partituur trouwens ver te zoeken. Of niet?

Wie een dieper verband tussen de opera en de film probeert bloot te leggen, moet zich in eerste instantie afvragen waar het werk van Béla Bartók eigenlijk over gaat. Het libretto is ontsproten uit een volkslegende. Volgens de sage is Hertog Blauwbaard een boosaardig individu dat vrouwen in zijn netten probeert te strikken, of meer concreet: in zijn burcht tot het einde der tijden probeert onder te brengen. Bij Bartók krijgt Blauwbaard echter een menselijk gelaat. Bij herhaling smeekt hij de vrouw die hij toegang heeft gegeven tot zijn woonst om niet in zijn verleden te graven.

Anders dan in de traditionele vertelling, worden de rollen tijdens de opera als het ware omgedraaid. Blauwbaard wil liefhebben in het hier en het nu. Judith, de vrouwelijke tegenpool, kan echter pas beginnen ‘houden van’ wanneer ze iemand volledig heeft doorgrond. Daarbij moet opgemerkt dat de idee dat het proces van ‘doorgronden’ ooit voltooid kan zijn uiteraard een illusie is. Bovendien is het startpunt van verliefdheid of liefde niet het kennen van de ander, maar veeleer het aanvaarden van diens onkenbaarheid. Precies dit is wat het titelpersonage tevergeefs aan Elsa vraagt in Wagners ‘Lohengrin’: om de vraag naar afkomst te laten voor wat ze is, en vanuit het heden een perspectief op te bouwen voor de dagen, maanden en jaren die zullen volgen.

Wat is nu de link met ‘Kékszakállú’? Welnu, de link bestaat eruit dat Gastón Solnicki voor zijn film tevens vertrokken is vanuit de idee van onkenbaarheid. Hij toont een aantal personages die keuzes proberen maken in het leven, dikwijls zonder ten gronde inzicht te hebben in hun eigen motieven. Bovenal hebben de personages een bewustzijn van hun onvermogen, wat de protagoniste er uiteindelijk toe dwingt om weg te lopen. Dat ze op die manier een nieuwe reeks beslissingen uitlokt waar ze eveneens geen antwoord op zal kunnen bieden, weet ze nog niet. Tot de toeschouwer dringt die noodlottigheid echter krachtig door.

Als ‘kracht’ al een woord is dat met ‘Kékszakállú’ te verzoenen valt, dan is het de kracht van de herhaling. En van de traagheid. Het publiek wordt doordrongen van absurde banaliteit, van bizarre alledaagsheid en van merkwaardige zinledigheid. Toch doen de personages gewoon voort. Ze communiceren, ze proberen, ze zoeken – zonder ooit écht de ander te bereiken, iets te bereiken, laat staan iets te vinden. Wat zich in Bartók opera op microscopisch niveau afspeelt in een relatie tussen twee mensen, vergroot Solnicki eigenlijk uit tot op de dimensie van het bestaan op zich. Er is überhaupt geen mogelijkheid om los te breken uit de tragische wetmatigheid van onvermogen die het leven overheerst. Wie dat kan aanvaarden - en deze film geeft daar de aanzet toe – die heeft de sleutel tot geluk in handen.

Als film is ‘Kékszakállú’ niettemin mislukt. Hoewel cinematografisch superieur, is de nietigheid van wat getoond wordt allesoverheersend. Dat genereert initieel misschien ‘kracht’, maar het verzandt iets over halfweg in slaapverwekkende eenvormigheid. Als museaal artefact best fascinerend, maar in essentie niet wat cinema zou kunnen of moeten zijn.

Details Nu in de zalen
Nog nooit zo nietig?
Regie: Gastón Solnicki
Met o.a.: Laila Maltz, Lara Tarlowski, Katia Szechtman