D'Ardennen

Brutaal Belgisch debuut

Wie al eens naar een Vlaamse film gaat kijken, kent het gevoel. Dat verlangen om eindelijk eens een film te zien die de platgetreden paadjes verlaat, het televisionele overstijgt en wat pit laat zien. Wel, die mensen mogen nu stante pede naar ‘D’Ardennen’ gaan kijken, een grimmige misdaadfilm die een flink aantal referentiepunten (‘Animal kingdom’, ’Fargo’ en Nicolas Winding Refn) samensmeed tot een broeierige en stijlvolle brok energie, met grotendeels een eigen smoelwerk. 

Vier jaar na een faliekant afgelopen homejacking komt Kenny (Kevin Janssens, tragisch en dreigend) uit de gevangenis. Hij wordt bij zijn terugkeer verwelkomd door zijn broer Dave (een geslaagd ingetogen Jeroen Perceval), die zelf met een geheim worstelt. In de tijd dat Kenny in de bak zat, heeft Dave een relatie opgebouwd met Kenny’s liefje Sylvie (Veerle Baetens). Dave zit tussen twee vuren: de loyauteit tegenover zijn agressieve broer en zijn nieuwe leventje. Kenny weet van niets en probeert Sylvie terug voor zich te winnen. Een gewelddadige confrontatie kan niet uitblijven.

Debutant Robin Pront heeft zijn visitekaartje afgeleverd, want op zijn regie valt maar weinig af te dingen. Hoewel gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Perceval, vervalt de film op geen moment tot ‘verfilmd toneel’. Sommige shots zijn wat te beredeneerd showy (zoals die waarin Perceval uit zijn bed rijst) en voelen daarmee een beetje aan als een pose, maar de momenten waarop je merkt dat Pront nog een groentje is, zijn op één hand te tellen. Meestal staat hij te regisseren met een zelfverzekerd métier waarop heel wat Belgische filmveteranen jaloers mogen wezen. Pront heeft niet meer nodig dan zijn opening, een klein pareltje van narratieve efficiëntie, strakke montage en sfeerschepping, om te laten zien dat hij nog wel iets groots uit zijn mouw gaat toveren. 

Maar helaas is dat niet de film die op deze scène volgt, want ‘D’Ardennen’ gaat nog teveel gebukt onder een aantal scenario-mankementen. Hoewel de eerste helft nog lijkt op te bouwen naar een diep-tragisch en haast Shakespeareaans misdaaddrama met doorleefde acteerprestaties en een rijke zin voor detail en milieu, lijkt de tweede helft zich plots in een ander filmisch universum af te spelen. Enter Sam Louwyck en Jan Bijvoet (twee personages waarvan we vermoeden dat ze niet in het originele toneelstuk voorkwamen) en een toon die plots surrealistisch en zwart komisch wordt. Het is ook hier dat Pront teveel zijn voorbeelden achterna hinkelt. Vooral de scène met de killer die een frivool deuntje opzet alvorens iemand van kant te maken, voelt 23 jaar (!) na ‘Reservoir dogs’ toch wel volstrekt gedateerd aan en ook de broertjes Coen kunnen op beide oren slapen: ‘D’Ardennen’ overtreft nergens hun meesterlijke ‘Fargo’.

Op zich zouden we daar mee kunnen leven, maar de twee prominente vrouwelijke personages (Viviane De Muynck als matriarch van dienst en Baetens als Marina fatale, allebei uitstekend) worden gereduceerd tot niets, we krijgen ook nog een transseksuele moordenaar op ons bord (een stereotype dat al ten tijde van ‘The silence of the lambs’ als bijzonder fout werd aanzien) en de finale laat een wel heel zure nasmaak achter. Niet alleen is de twist op het einde een ietwat goedkoop grimmige pointe, het is ook volstrekt ongeloofwaardig. Frustrerend, ‘D’Ardennen’ mikt dan wel op een schop in de kloten, maar is eerder een les in hoe je eigen potentieel naar de vaantjes te helpen met onnodige wendingen. Slechts half geslaagd, al zullen we die Pront in de gaten houden.

Details Nu in de zalen
Regisseur: Robin Pront
Cast: Kevin Janssens, Jeroen Perceval, Veerle Baetens, Jan Bijvoet, Sam Louwyck, Viviane de Muynck
Jaar:
2015
Speelduur:
95 min.