Xenos en Etnos, oude vrienden, dikke bullshit
Column
Delen
Wij, LVDA, zullen deze week uw geest en zijn epifenomenen weer ledig houden met de meest scherpe en fantastische analyse die u ooit gelezen hebt, oh medeprool van de letteren. Maar eerste dingen eerst, zoals ze in Swansea zeggen. Bij deze: Tanja van café 'de plekbek', wijf, ik zie u graag. Hopelijk gaat ge nu eindelijk ophouden met neuten, of ik zal eens aan uw lellen trekken.
Laat ik u deze week parabelgewijs de geheel en al fictieve historie van twee dwergsterren in een ver verwijderd hypergalaxij uiteenzetten. Laten we, gedreven door pure onnozelheid, aannemen dat de ene ster Etnos en de andere Xenos heette. Ooit, laat ons zeggen in de zeventiende eeuw, waren de sterren een geheel bestaande uit zeven provinciën, maar er was sindsdien een cataclystische ontploffing geweest en ze hadden zich van elkaar afgescheiden. 'Klats, bloem, plok', zou Paul van Ostaijen zeggen, want zo was hij wel.
Op de sterren werd er heel wat afgelezen en omdat de taal op beide hemellichamen dezelfde was zou men kunnen aannemen dat er heel wat lectuur van Etnos op Xenos gelezen werd, en vice versa. Maar, en nu komt het beest metonymisch uit het kledingstuk, dat was niet zo. Op Etnos werd er heel wat gelezen uit Xenos, maar op Xenos werd er bijna nooit iets gelezen uit Etnos. Dat was een vreemd fenomeen waarover antropologen en literatuurwetenschappers daar heel wat schalen van de denkbeeldige eieren braken.
Des te vreemder vond men dat, aangezien de sterrenmensen op Xenos én op Etnos wel romans, traagpoëzie, kookboeken, non-fictie van mannen met snorren en getekende banden van een andere ster lazen. Die andere ster was Consumptos, de dominante ster van het heelal, zoals dat gaat. De taal op Consumptos, het Worchesteriaans, was niet dezelfde als die op Xenos en Etnos, het Peruviaans. Het was veel Etnici een doorn in het oog dat veel Xenoben veeleer een vertaald boek zouden lezen dan een boek van hun ster, in het eigen Peruviaans, dat zij prima meenden te beheersen. (De taalunie van Xenos beweerde vaak het tegendeel, maar dat, letterlijk, tussen haakjes, ze moesten ons maar eens horen.)
De literatuurminnende bevolking op Xenos trok zich niets aan van het onevenwicht der straallichamen, las gewoon vrolijk en zonder veel gezeik de eigen werken en die van Consumptos erbovenop. 'Vertaling, verschmaling', dachten ze. Op Xenos waren er veel intellectuelen en er was ook veel talent. Een donkerbruine gezonde aarde voor literaire eiken. Op Etnos keken de literato's daarentegen wat zuur, alsof ze een slechte spijsvertering hadden. De aarde spuwde er al jaren alleen maar distels en mannen die over godverdomse bollen schreven.
Een illustratief voorval zal ons ten voordele strekken.
'We hebben toch ook goeie schrijvers! We moeten protesteren tegen de verloochening van onze eigen identiteit!', kreette een schrijver uit Antwerpen, de hoofdstad van Etnos, op een keer uit, waarbij zijn modieuze bril wild op zijn neus wipte.
Nu. Iedereen was hem in feite kotsbeu, want hij riep elke week iets anders uit. Soms ging dat over banale zaken zoals bruggen over stromen, over zijn lange wapper en over het elastiekje van zijn pyjamabroek. Soms deed hij ook gewoon wat zielig over de dood van zijn moeder Samantha of over de hoeveelheid onbegrip (veel) die hem met een hoge frequentie (elke dag) te beurt viel. Het was een van die types die je het liefst in de reet van een groot landdier zou willen zien verdwijnen. Een baby-olifant, bijvoorbeeld, ik zeg maar wat. Maar deze keer vonden de mensen van Etnos dat hij eigenlijk gelijk had en zij beklaagden zich, met toenemende bitterheid. Na een tijd konden zij over niets anders meer praten en voor een tijd vergaten zij zelfs al hun zorgen, die vaak financieel van aard waren. Er was dus sprake van een zekere culturele verheffing.
Maar verheffing of niet, eigenlijk hadden de schrijver en de mensen op Etnos helemaal geen gelijk. Hun literatuur was gewoonweg belachelijk beperkt. Als het een keertje niet over spruitjes, de kachel of familiefeesten bevolkt door dorpsgekken ging, dan ging het over een of ander schokkend onverwerkt verleden, over de slechtheid van alle mensen of over blowjobs op de koe van iemands grootmoeder. De Etnische schrijvers vonden geen evenwicht tussen absoluut schofferen en de banaliteit. Geen middenweg tussen nietszeggende gezelligheid en in de darmen van een seriemoordenaar kruipen. Een bepaalde langharige schrijver met een lederen frak schreef zelfs al vijfentwintig jaar hetzelfde boek, dat blowjobs als exclusief thema had. Niemand merkte het op, want eigenlijk gaven ze in Etnos geen ene fuckshitanalcuntslut om literatuur (pardon my Worchesteriaans). Dat beseften ze ergens ook, maar toch.
Maar toch! Dat de literatuur van Etnos zelfs niet op het hol van een ezel sloeg, mochten die 'godverdomd arrogante Xenoben' uiteraard niet luidop zeggen. Ze deden dat ook niet. 'Maar je ziet het ze zo denken', sprak de schrijver uit Etnisch Antwerpen en hij kreeg alom bijval. De Xenobe cultuur was, volgens de gemiddelde Etnicus, een chauvinistische en arrogante afvoerbak die (hen) nog niets goeds had opgeleverd.
Na een weeklange hetze (in mediatijd omgezet is dat een eeuw) en de verveelvoudiging van de proliferatie van de uitspraken van de Antwerpse schrijver, volgde er een parade voor de Etnische literatuur. De banieren met de zwart-met-gele Etnische Clownenpoep, het Etnische symbool van nationale eenheid, kleurden de straten. De pers op Etnos zowel als op Xenos berichtte uitgelaten over de revolutie, waarvan voorspeld werd dat ze heel wat zou veranderen. Op het hoogtepunt van de mars werden er duizenden Xenobe boeken verbrand. Dit bracht een glimlach op het gezicht van de Etniciteit, een groteske scheur in een gemeenschap verenigd door dronken gebral en misplaatst nationalisme. Iedereen was intussen strontzat, alsof ze op een gigantisch trouwfeest uit een typisch Etnische roman waren. Mocht ik er geweest zijn, ik had godverdomme zelf een traan gelaten, zo fucking ontroerend was het.
Wat gebeurde er toen, vraagt u mij? Niets, natuurlijk. Ze hadden allemaal een kater.
Hierna trad de nuchterheid in. Ze beseften dat ze voortaan zelf zouden moeten schrijven, creatief moeten zijn en meesterwerken moeten produceren. Dat leek hen toch wat moeilijker dan heel de tijd te zeiken en te zeuren over anderen, en eerlijk gezegd ook schijtvervelend saai. Dus deden ze het maar niet. Ze kochten nieuwe Xenobe romans en klaagden aan één stuk door over hun financiën, over bruggen, over hun lange wapper en een over het schrijnende tekort aan verzamelbare stickers van sprookjesfiguren in de supermarkt.
Fuck ze.
Ludo Vandenabeele is dichter/ romancier/ toneelauteur/ poëet/ werkloos en de grootste ongepubliceerde geest van zijn tijd.
© Cutting Edge -- 12 Oct 2009
Reageer
FOTO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO
Meer Foto's »» | Meer Video's »»
Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex
Oneliner * Oneliner * Oneliner * Onliner * Onliner * Oneliner



