• X
  • X
  • X
  • X
  • X

Leo Vroman, 'Nee, nog niet dood' (2008)

Een streling voor de poëzie

Image_vroman Een titel als ‘Nee, nog niet dood' wordt begrijpelijk als je weet dat de schrijver ervan inmiddels drieënnegentig jaar is. Leo Vroman (°1915) toont dat zijn pen nog niet is uitgedroogd. De schetstekening op de omslag, door Vroman zelf getekend, beeldt een schrijvende hand met een nog halfvolle pen af. Maar een hoogbejaarde dichter raakt niet om de dood heen, want elk gedicht in de bundel is er, expliciet of impliciet, van doordrenkt. Titels als ‘Even in de hemel', ‘De dood', ‘Dood en bloot', ‘Een psalm voor het sterven', ‘Ik hoor het dreunen van de tijd', ‘Voetnootjes bij de dood' liegen er niet om.

‘Nee, nog niet dood' is de drieënveertigste dichtbundel sinds zijn debuut in 1946. Vroman publiceerde ook proza, toneelteksten, essays en kinderboeken. In de lage landen is hij bekend als dichter en schrijver, maar in de wetenschappelijke wereld verwierf hij naam en faam als bioloog en hematoloog. De joodse Vroman werd geboren in Gouda, maar moest in 1940 vluchten voor de nazi's. Na omzwervingen in het Verenigd Koninkrijk en Nederlands-Indië, waar hij als krijgsgevangene wordt vastgezet, zet hij voorgoed voet aan Amerikaans wal. Sinds 1951 is hij officieel Amerikaans staatsburger, maar hij heeft zijn Nederlandse afkomst niet verloochend. Zijn dichtwerk is in zijn moedertaal, hoewel er ook Engelse passages in voorkomen. In ‘Dezelfde stilte' schrijft hij: ‘Waar ik ook woon / ik blijf gewoon / in het Hollands schrijven.' Het gedicht herinnert aan Vromans bekendste citaat: ‘liever heimwee dan Holland'.

Vromans jongste en mogelijk laatste dichtbundel bevat achtenzestig gedichten, waaronder korte cycli, zoals ‘Heen en back', ‘Kleine rijmpjes', ‘Dood en bloot' en de Engelstalige reeks ‘All in the Head'. De bundel bevat ook negen psalmen die aan het ‘Systeem' gericht zijn. Ondanks de christelijke connotatie zijn het geen religieuze psalmen. De centrale thema's van de bundel zijn de dood, de tijd en de poëzie. Stijltechnisch bevatten de vrij lange gedichten vaak (gekruist) rijm, enjambementen en meestal een strakke structuur qua strofe-indeling. Vrijwel elk gedicht heeft interpunctie en hoofdletters. Er is altijd een ik-figuur aan het woord. Vroman is erg persoonlijk in zijn poëzie en schrijft ook over mensen uit zijn intieme kring, zoals zijn vrouw Tineke en zijn dochters Peggy Ann en Geraldine.

De titel ‘Nee, nog niet dood' komt terug in ‘Binnen de spiegel': ‘De menselijke mond waarmee, / nee, waarboven mijn ogen turen / in hun kleine ietwat rood / omrande overburen / beweegt iets en zegt ‘Nee, / Nog niet dood'.' Aan dat gedicht merk je al de zelfrelativerende kant van Vroman, die de dingen graag met de knipoog benadert. Zoals in ‘Toen ik jong had moeten wezen': ‘[...] Ja, ik had bloot moeten zijn / op mijn buik in de wei en zo willen / schrijven of erger nog, dichten // en het Vaderland met mijn / bolle haast witte billen / gratis verlichten'. Zijn hematologische achtergrond wordt in ‘Ik vraag mij af' wat belicht, maar zijn ambacht als dichter is een betere muze, want poëzie is een belangrijk thema doorheen de bundel. Met ‘Jeldicans veranderingen', een vervolg op ‘Jeldican en het woord', verwijst hij trouwens naar eerder werk.

‘Ik zie mij zelf nogal vaag / bij wijze van spreken / als iets met een naderend einde', schrijft Vroman in ‘Heen en back'. De dood, in al haar facetten, komt in verschillende vormen terug: de tijd, ouderdom, eenzaamheid, de metafoor van het bed in ‘Mijn vaderland', de nostalgie in ‘Eens', ... ‘Genoeg' opent met ‘Nu heb ik wel genoeg geschreven / over het naken van mijn dood. / Ben ik intussen niet lekker bloot en lichaamswarm blijven leven?'; gaat dieper in op wat hij nog allemaal kan, maar eindigt onvermijdelijk met ‘Verrek. Daar is die dood alweer.' Als hoogbejaarde kan hij er maar niet aan ontkomen, dus promoveert hij de dood tot immer aanwezige muze. Vromans scherpe geest en frisse blik vallen op. Hij is geen oud mannetje dat grotesk naar de dood kijkt, hij relativeert enorm: ‘Mijn dood zal sterven met mijn dood, / dus wat hindert het?' (‘De dood').

In de valavond van zijn leven heeft Vroman deze bundel nog geschreven, die gerust een streling voor de poëzie genoemd mag worden. ‘Nee, nog niet dood' krijgt een mooi einde met ‘Late liefde', een bericht aan zijn lezers. En wat met zijn einde? ‘Les vieux ne meurent pas, ils s'endorment un jour et dorment trop longtemps', zong Jacques Brel. Zo zal het vast ook met Vroman gaan, maar niet nu, want hij is nog niet dood.

Katleen Gabriëls

Reageer

 

Details // Boek

  • Titel: Nee, nog niet dood
  • Auteur: Leo Vroman
  • Uitgeverij: Querido
  • Jaar: 2008
  • Aantal pagina's: 107


FOTO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO

Meer Foto's »» | Meer Video's »»

Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex * Telex

Meer Telexberichten »»

Nieuwsbrief * Nieuwsbrief * Nieuwsbrief * Nieuwsbrief * Nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in om je in te schrijven op onze nieuwsbrief

RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds * RSS Feeds