- Titel: The faith of graffiti
- Auteur: Norman Mailer
- Uitgeverij: Lebowski
- Jaar: 2009
- Aantal pagina's: 128
Norman Mailer, 'The faith of graffiti' (2009)
De ziel van de spuitbus
Begrijp ons niet verkeerd: wij houden van kunst. En we zijn jong, rebels en progressief genoeg om graffiti als kunst te erkennen. Banksy is onze held en we genieten van het kleurrijke werk van onze eigen Bonom in Brussel. Maar die lelijke tags, die agressieve krabbels die onze mooi geschilderde muren bekladden, die kan je toch bezwaarlijk kunst noemen?
Toch wel, betoogt het essay 'The faith of graffiti'. Als je tenminste de moeite doet om even je vooroordelen opzij te schuiven en ook eens te luisteren naar de stem van de tagger. Dus sloeg de Amerikaanse journalist-intellectueel Norman Mailer in 1973 zijn kap nog wat dieper over de ogen en trok hij op onderzoek uit naar het nieuwe sociologische fenomeen dat overal in New York de kop opstak. Hij slenterde rond in de grimmige graffitisteegjes in de Bronx en Brooklyn en nodigde zichzelf uit op audiëntie in de propere fauteuil van burgemeester John Lindsay. Tussen illegaliteit en autoriteit ontpopte Mailer zich zo tot grootstedelijke oorlogscorrespondent.
De oorlog tussen spuitbus en maatpak is niet alleen het resultaat van een uit de hand gelopen generatieconflict, zo blijkt. De clash tussen rebelse esthetiek en gevestigd gezag heeft een idealistische, filosofische onderlaag. Met veel eruditie betoogt Mailer hoe graffitikunstenaars de steriele, monotoon geworden stad van beton en plastiek een nieuwe ziel willen geven. In een commerciële wereld waar persoonlijke identiteit is vervangen door zielloze merken van auto's en kleren en logo's van massaproducten, probeert de tagger de menselijke identiteit weer op de voorgrond te plaatsen. Letterlijk.
Interessant, maar daarom niet minder controversieel. Toen het boek werd gepubliceerd in 1974, zette het menig vulpen en spuitbus aan tot stedelijke oorlogsretoriek. Het essay had immers niet alleen een stem gegeven aan de collectieve stadsvijand, maar de gereputeerde tweevoudige Pulitzerprijswinnaar was er meteen ook in geslaagd de verfoeide illegale criminele activiteit een zekere legitimiteit te verlenen.
Een dikke drie decennia later is hetzelfde essay van Mailer opnieuw uitgegeven, met de oorspronkelijke foto's van Jon Naar en stevig aangedikt met tweeëndertig extra fotopagina's. De herdruk van het unieke pionierswerk blijkt ook in 2010 nog niet aan geloofwaardigheid te hebben ingeboet. Doorblader je de foto's, na je door het in eloquent Engels geschreven essay te hebben geworsteld, dan kijk je met een ander, vredelievender, oog naar de stedelijke graffiti-jungle. Je wordt haast geneigd dit zowaar mooi te vinden en de kracht te voelen die uitgaat van street art: de onuitwisbare stempel van de jeugd die niet zomaar binnen de lijntjes zal spuiten.
In de jaren zeventig werd het boek prompt verheven tot de Bijbel van de graffiti. Ondertussen geloven we niet meer, zijn kerken - al dan niet beklad - omgebouwd tot musea en priesters gedegradeerd tot ambassadeurs van het verleden. Terwijl graffiti blijft bestaan. Ondanks de almaar toenemende aanwezigheid van blauw op straat blijft het gespoten onkruid stevig woeden in de stad.
De heruitgave van 'The faith of graffiti' lijkt dan ook een vredig initiatief voor een nieuwe aanpak van graffiti. Je leert als brave burger de filosofie van je 'stadsvijand' wat beter kennen en kijkt op een andere manier naar de zo opzichtige tags die je geliefde stad ontsieren. Allemaal zeer mooi en nobel. Maar we zouden er niets op tegen hebben mochten ze die graffiti op onze eigen voorgevel eindelijk eens komen wegwassen.
Cédric Raskin
© Cutting Edge -- 22 Feb 2010
images © Lebowski
Reageer
Details // Boek
FOTO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO
Meer Foto's »» | Meer Video's »»



