- Titel: Een zeepaardje in je hoofd
- Auteur: Marianne Joëls
- Uitgeverij: Bert Bakker
- Jaar: 2009
- Aantal pagina's: 187
Marianne Joëls, 'Een zeepaardje in je hoofd' (2009)
Neurologie voor de buurvrouw
De uitgeverij van ‘Een zeepaardje in je hoofd' suggereert dat het een bonte boel is in onze hoofden. Op de hoes lopen er vreemde felgekleurde snoepdraden door elkaar in een kluwen van jewelste dat uitkomt in kruispunten van rare knopjes die eruitzien als doorzichtige olijven gevuld met rode pepers. De metafoor kan niet klaarder worden gesteld, in de hersenen is het niet allemaal even transparant en er valt veel te ontdekken, maar het is dan wel een fabelachtig plezante reis. Het is aldus kermis in de amygdala, er is vuurwerk in de hippocampus en vergeet de waterpedalo's in het cerebellum niet te checken. Ik vraag me af of mensen met een hersenziekte, toch wel het onderwerp van dit boek, dezelfde mening toegedaan zijn. Met dit boek probeerde Marianne Joels een paar onderwerpen uit de neurologie open te stellen voor het grote publiek. Een hele opgave, zeker in een boekje van nog geen tweehonderd pagina's, maar mevrouw Joels is als rechtgeaarde carrièrevrouw en wetenschapper natuurlijk van geen kleintje vervaard. Het kader dat ze bij het vertellen hanteert, is dat van de autobiografische roman. Ze neemt bepaalde personen uit haar eigen leven als exemplarische gevallen om een ziekte of neurologische aandoening te beschrijven. Dan krijg je zinnen als: 'Die Karel. Voortdurend pratend, bezig, beginnend met de ene handeling om die vervolgens achteloos te onderbreken en met de volgende verder te gaan. Een klassieke ADHD'er.' Erg wetenschappelijk accuraat is het niet, maar het is wel énig, zeg nu zelf.
Hierna, of hiervoor, naargelang het hoofdstuk, beschrijft Joels zeer beknopt wat de wetenschap al over de betreffende ziekte weet of nog hoopt te ontdekken. De technische uitleg in het boek werd bewust zeer laagdrempelig gehouden, wat een goede zaak is voor leken als ons. Maar bij nadere lezing blijkt dat de informatie ook gewoonweg kort wordt gehouden en dat er niet meer duiding wordt gegeven dan het absolute minimum. Als dit wetenschap is, dan is het wetenschap ultra light. Je hoeft er weinig calorieën voor te verbruiken maar alles smaakt wel naar karton.
Wetenschappers die een verdienstelijke carrière achter de rug hebben, schrijven steeds vaker een boek voor het grote publiek, en helaas maken zij als de eerste de beste literaire debutant steeds dezelfde fouten. Zo vergalopperen ze zich aan taalkundige clichés, gebruiken ze vaak een overdreven telegramstijl of een hachéstijl en willen ze veel te graag spitsvondige metaforen en taalspelletjes in hun schrijven incorporeren. Het is de opkomst van een nieuw genre in de non-fictie, naar analogie met de chick-lit en de sci-lit. Eindelijk krijgen wetenschappers de ruimte om zich te uiten als datgene wat zij altijd vermoed hebben te zijn: onvervalste kunstenaars.
Maar laten we maar niet te hard juichen om die evolutie, want ‘Een zeepaardje in je hoofd' is helaas geen kunst. Het lijkt alsof je bejaarde buurvrouw vlug wat roddels heeft opgeschreven en ze nu nodig door je strot wil rammen. Bovendien is het boek door zijn hele lage drempel niet interessant voor wie echt meer wil weten over de werking van de hersenen en de vorderingen in de neurowetenschap. Als je daar dan nog bijneemt dat er wel interessante en toegankelijke boeken over neurowetenschap geschreven zijn, bijvoorbeeld door Roger Penrose, Steven Pinker en consorten, dan is het maar zeer de vraag waarom je dit boek eigenlijk nog zou lezen.
Frank D'hanis
© Cutting Edge -- 03 May 2009
Reageer
Details // Boek
FOTO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO * VIDEO * FOTO
Meer Foto's »» | Meer Video's »»



