Y.M. Dangre, 'Maartse kamers'

Ondanks alles de liefde

‘Maartse kamers’ is de tweede roman van Y.M. Dangre, die zowel met de dichtbundel ‘Meisje dat ik je nog moet’, als het prozadebuut ‘Vulkaanvrucht’ veel lof oogstte. Dangre lost de hooggespannen verwachtingen moeiteloos in. Het verhaal van de verscheurde Fernand, die heen en weer slingert tussen liefde en haat, tussen lust en schaamte, is verpletterend. 'Het slijt wel degelijk. Alles slijt, je vermogen tot emoties op kop.'

Dertig dagen scheiden de hoogbejaarde Albert van de dood. Abrupt is de lijn met Fernand, zijn levensgezel, verbroken. De kiestoon snerpt in de klankkast tussen zijn oren, voor zijn ogen hangt een dikke mist. Hij is uitgeput in woorden: ‘Altijd maar stemmen die zwijgen, uren aan een stuk, de kamer is ermee volgepropt.’ Leunend op de armreling van Alberts laatste bed duizelt het bij Fernand, duizelt het nog steeds. Een affaire, die hem decennia terug katapulteert, is met zijn lichaam vergroeid als een erfelijke aandoening. Een affaire met een vrouw dan nog, Celeste. 'Mijn pezen en spieren hervonden hun lenigheid, alles was zacht, verliep in welvingen, alsof ik door vruchtwater waadde en nooit, nooit geboren zou moeten worden.'

Het boek schetst Fernands levenslange poging om de vloek uit te wissen die op hem rust, een schuld waarmee hij zichzelf opzadelt door de driehoeksverhouding waarvan hij de spil was en die hij inkleurt als hoogverraad. Het onversneden geluk dat Celeste, 'de hemelse', hem bracht is evenredig aan de Fernands verwarring, waarvan hij de intensiteit maar niet tot bedaren kan brengen. Een kus van haar in de nadagen van zijn leven ontketent een emotionele implosie in zijn hoofd, 'één grote mengeling van onvervulde verlangens en verdampte toekomstmogelijkheden'. De spagaat waarin Fernand zit, vermorzelt zijn ziel. Zijn onmacht drijft hem in het nauw, in het volle besef dat Alberts gastvrijheid voor andere mannen zoveel verder reikte, alsof er een ongeschreven hiërarchie bestaat als het op overspel aankomt.

Dangre ontleent het motto van zijn roman, dat een onwelriekend verleden de liefde een chronische hak kan zetten, aan Marcel Proust. De geest van de Franse schrijver blijft rondwaren in de roman. De bibliofiele Fernand ontvlucht zijn ellende en verschanst zich achter de brede boekdelen van ‘A la recherche du temps perdu’. Het ontlokt bij Albert een schamper ‘in plaats van bij die Proust op zoek te gaan naar de verloren tijd, zou hij beter ophouden met de resterende tijd van zijn leven te verkwanselen.’ Fernand zuipt om te vergeten, uit zelfdestructie ook. Als een stuk wrakhout zwalpt hij rond, overgeleverd aan de schuimende golven die loyaal aan de getijden van zijn gemoed aanspoelen en wegstromen.

De beladen stijl die hij in ‘Vulkaanvrucht’ etaleerde, werpt Dangre resoluut van zich af. De prille bezieling is er nog steeds, de uitbundigheid heeft hij weggekrast. 'Maartse kamers' is een intelligente roman, waarvan de structuur de meeslepende plot subtiel ontrafelt. Handig kaatst Dangre de lezer met de slotregel terug naar de openingszin, smeert hem de deining in Fernands geest aan. Dangre is een volbloed romancier met een poëtische vertelkracht en een scherpzinnig psychologisch inzicht. Hij lijkt nu al, ondanks zijn jeugdige leeftijd, een zekerheid voor de literaire toekomst.

Details Fictie
Auteur: Y.M. Dangre
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
343