Wouter Bulckaert, 'Troubadour in de woestijn'

Zoektocht naar een muzikaal mysterie

Eerder schreef Wouter Bulckaert (Klasse) een pracht van een biografie over Ry Cooder, nu is het de beurt aan J.J. Cale. Een bijzondere uitdaging, want Cale was allerminst een spraakwater en liet interviews maar al te graag aan zich voorbijgaan. Veel liever werd hij met rust gelaten door overuren kloppende perslui, journalisten en de muziekindustrie. Daardoor is bronmateriaal ook aanzienlijk schaars, op de heerlijk eigenzinnige discografie die Cale tijdens zijn leven bijeenpende na.

Een van de grote verdiensten van dit boek is het uiterst zorgvuldig bij elkaar geharkte bronmateriaal. Geen sinecure, daar J.J. Cale net als Ry Cooder (naar wie Bulckaert in het boek terecht verwijst) een ‘meester in de schaduw’ was. Een muzikant die jarenlang uit de schijnwerpers wist te blijven en amper hits scoorde, al werden zijn meest bekende songs ('After midnight', 'Cocaïne') miljoenen keren verkocht via onder meer blueslegende Eric Clapton. Die stak zijn bewondering voor J.J. Cale niet onder stoelen of banken en liet ook geen kans onbenut om de talloze kwaliteiten van zijn vriend, die zich met de grote opbrengsten van dat handvol hits in de luwte hield, te eren. Dat illustreert het in 2014 uitgekomen ‘The breeze: an appreciation of J.J. Cale’.

Muziekkenner en -liefhebber Bulckaert ontsluit in ‘Troubadour in de woestijn’ de verhalen achter de albums en de nummers. In zijn knappe en bijzonder informatieve profielschets gaat hij voorbij aan eerder oppervlakkige indrukken en ontsluiert hij relevante achtergronden. De auteur vertrekt vanuit een chronologische bio, maar presenteert vooral het unieke verhaal achter de schaamteloos ondergewaardeerde muzikant die het liefst in de marge opereerde. Zo zoomt hij in op de zo geroemde ‘Tulsa’-sound en op het zompige, luie maar bovenal unieke gitaargeluid dat J.J. Cale aan zijn soms zelfgefabriceerde gitaren ontlokte, maar evengoed licht hij toe wat Cale zoal deed toen hij al die jaren uit de schijnwerpers bleef.

Dat resulteert in een mooi, toegankelijk en vaak behoorlijk grappig eerbetoon aan een muzikant die zich tijdens zijn leven richtte op de essentie, namelijk: liedjes schrijven. Het beeld dat Bulckaert in ‘Troubadour in de woestijn’ portretteert is dat van een muzikant die zich steevast ten dienste stelde van de muziek, een componist die vasthield aan eenvoud en ambacht. Een rustige, beheerste muzikant die geen groter genot kende dan de liedjes die hij aan het schrijven was, al dan niet met inbreng van musici die hij vertrouwde, zoals de helaas eveneens ondergewaardeerde componist-pianist Leon Russell. Cale was helemaal geen handelsman, maar eerder een vrije, creatieve geest die heel erg kon genieten van het buitenleven en de vrijheid die eraan verbonden is.

Op reis kwam Bulckaert toevalligerwijs in aanraking met illustrator en collega-muziekliefhebber Edward Hall, die de fraaie, wonderlijk vormgegeven illustraties bij dit nieuwe werkstuk verzorgt. Zij versterken nog eens dubbel en dik het leesplezier. Het idee voor deze meer dan degelijke, hartverwarmende en tot luisteren uitnodigende biografie rond J.J. Cale kwam er dan weer op initiatief van Bulckaerts’ vrouw, die het idee prompt naar voren schoof toen Bulckaert weer eens in zijn platenkast dook. Resultaat? Een pracht van een biografie met een eigenzinnig en uitermate bescheiden karakter. Kortom: net zoals het leven en werk van ‘troubadour in de woestijn’ J.J. Cale zélf.

 

Details Non-fictie
:
:
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
224