Aravind Adiga, De witte tijger

Grijze muis

‘Geen sari's, geen kruiden, geen lyriek. Ontdek nu het échte India'. Deze lokzin moet lezersogen vasthouden en hun hand ertoe bewegen de eerste bladzijde om te slaan. Maar wat krijgt de lezer dan wél? Enkele epitheta: ‘rauw', ‘venijnig', ‘provocerend'. Ook de bijhorende titel van wat volgens The Sunday Times een ‘pageturner' zou moeten zijn is niet van de poes: ‘De witte tijger'. Auteur Aravind Adiga schrijft voor The Financial Times en Time Magazine. Met ‘De witte tijger' maakt hij zijn entree in de literaire wereld.

De roze wolk doorprikken en er de modderige regen laten uitgutsen. Dat is wat Aravind Adiga in ‘De witte tijger' doet. De roman is geschreven in de vorm van brieven gericht aan de premier van China, Wen Jiabao. Deze brengt een bezoek aan India en protagonist Balram Halwai wil hem vertellen hoe het echte India eruitziet. Reeds in zijn eerste brief vertrouwt Balram de premier toe dat hij zijn baas vermoord heeft. Rond dit keerpunt is heel het verhaal opgebouwd.

Balram groeit op in het donkere binnenland van India. Als hij door een welvarende zakenman uit Delhi ingehuurd wordt als chauffeur, wordt hij ‘het licht' binnengeloodst, het terrein van de mogelijkheden. Van achter het stuur observeert Balram het moderne India. Een land in volle bloei, dat tegelijk ingesnoerd wordt door hun kastesysteem.

Volgens Balram zijn er maar twee kasten meer: bazen en bedienden. Hij vergelijkt de Indische samenleving met een hanenren. Alle Indische bedienden zitten samengepakt in kooien van kippengaas, ze pikken elkaar en zien hoe hun broeders geslacht en geplukt worden. Toch komt niemand in opstand en probeert niemand uit de ren te breken. ‘Een handvol mensen in dit land heeft de overige 99,9 procent - die in alle opzichten even sterk, begaafd en intelligent is - gedrild om in eeuwigdurende dienstbaarheid te leven.' De sleutel van dit harnas is de Indiase familie. Wie uit de ren durft te breken weet dat zijn familie kapot gemaakt zal worden. Niemand durft dit risico te nemen, alleen een witte tijger.

En Balram is zo'n witte tijger. Als hij op een dag zijn baas met een koffertje van zevenhonderdduizend rupee rondvoert, vermoordt hij hem. Met het geld wordt hij ondernemer in Bangalore. Hij stapt uit de hanenren en klimt op van bediende naar baas. Via het verhaal van zijn ontsnapping beschrijft hij het lot van die duizenden anderen die hun leven lang in de hanenren blijven vastzitten.

In de laatste brief wordt Adiga wat meer pamflettair. Tussen de lijnen lees je woede en frustratie. Hij stelt niet alleen vast, maar klaagt ook aan. Ook het verhaal wordt sterker naar het einde toe. De identificatie met de witte tijger in de dierentuin, die het startschot vormt van Balrams rebelse beslissing, is mooi uitgewerkt en vormt zo het pronkstuk van het verhaal.

Maar is een degelijk einde voldoende om een loom en traag verhaal recht te trekken? ‘De witte tijger' heeft fijne sarcastische uitschieters en is onopgesmukt. Maar ‘rauw' en ‘provocerend'? Dat is een brug te ver. Het verhaal heeft een nogal saai ritme en weet nooit echt te boeien. Het is een lange aanloop naar een climax die nooit komt. Jammer genoeg geen rauw gebrul van een witte tijger, maar eerder monotoon gepiep van een grijze muis.

Details Fictie
Originele titel:
witte tijger
Auteur: Aravind Adiga
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
278