Wim Brands, 'Verzamelde gedichten'

Een verkenner van de geest

Toen Wim Brands op een dag plotseling uit het leven stapte, hield de literaire wereld even de adem in. Kon hij niet nog wat langer blijven? Waarom was hij ineens weg? Hij, de talentvolle interviewer van VPRO-Boeken, een fel gesmaakt zondags boekenprogramma, dat bij de VRT maar niet wil lukken. Hoe hij elk nieuw boek uit Vlaanderen of Nederland met de juiste vragen in een verhelderende context wist te plaatsen, was van een zelden vertoond vakmanschap. Zijn manier van interviewen was associatief en leverde doorgaans boeiende televisie op.

Dat hij ook talloze gedichten heeft geschreven, is in Vlaanderen nauwelijks bekend. Ten onrechte. Brands was overigens meer dan zomaar een occasionele dichter. Zijn poëzie werd namelijk door eminente critici van meet af aan naar waarde geschat. Zo selecteerde Gerrit Komrij in zijn beroemde bloemlezing Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten maar liefst vier gedichten van hem. Een vorm van erkenning die kan tellen.

Volkomen terecht, want naar het volume van zijn Verzamelde gedichten te oordelen, was zijn schrijfdrang grenzeloos. Honderden gedichten waarin zijn stem nog altijd  fris en actueel klinkt, al was het maar omdat poëzie per definitie het midden houdt tussen verleden en toekomst.

Het minste wat je van Brands kunt zeggen, is dat hij een begenadigd dichter is. Op zijn negentiende debuteert hij in Hollands Maandblad met symbolisch getinte gedichten. Zeven jaar later verschijnt Inslag, zijn debuut. Minimalistische poëzie over alles wat reilt en zeilt in de natuur. Een te gulzig konijn, een notelaar, het geschreeuw van een pauw, het wisselen van de seizoen enzovoort. Een dichter die in Poëzie, het slotgedicht van deze bundel, al zijn latere poëtica laat doorschemeren:

Ik haat de dweper die over de maan/ dat rustpunt hoog aan de hemel schrijft/ Liever blijf ik/laagbijdegronds.

In de metro (1997), een van de vele bundels in Verzamelde gedichten is opgedragen aan zijn echtgenote Monique Edelschaap en zijn kinderen Jim en Nikki. Een verzameling ogenschijnlijk toegankelijke gedichten waarin tussen de regels het onzegbare verscholen zit. De liefde voor een vrouw, herinneringen aan zijn ouders. Of het ontvluchten van de alledaagsheid:

Laten we een vliegtuig kapen/en eindeloos rondvliegen.

Heldere poëzie waarover lang en grondig is nagedacht. Wie oog heeft voor details registreert langzaam, corrigeert zichzelf voortdurend en is zelden tevreden over het resultaat. Dat de meeste van zijn gedichten, bij een eerste lezing direct overkomen, heeft niets met zijn manier van schrijven te maken. Brands is geen snelle dichter, wel veeleer een woordenslijper. Altijd op zoek naar die woorden die in een geslaagde combinatie zo veel oproepen dat ze de lezer blijven verrassen.

Thomas Verbogt , die samen met Brands' levensgezellin Verzamelde gedichten samenstelde, merkt in het nawoord dan ook terecht op: "Alsof je een liedje hoort dat niet meer uit je hoofd gaat. En dat je ieder gedicht meteen opnieuw wilt lezen, omdat er iets in gebeurt wat je wéér wilt meemaken."

Na lezing van het verzameld poëtisch oeuvre van Wim Brands rest maar één conclusie: Brands is een verkenner van de geest. Een nuchtere taalvirtuoos wiens gedichten zich langzaam laten openen als een oester. Een dichter die ons niet echt heeft verlaten, maar wiens stem blijft klinken in volgend gedicht:

Er is nauwelijks een verhaal.
Er is nauwelijks verleden.
Er is nauwelijks toekomst.
Er is een gele vlinder
die onder mijn ogen
zijn vleugels opent
en de stad onder
zijn hoede
neemt.

 

Details Poëzie
Wim Brands, 'Verzamelde gedichten'
Uitgeverij: G.A. van Oorschot, Amsterdam
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
523