Wessel Te Gussinklo, 'Vijf sterren voor de gaarkeuken'

Van grootkeuken naar grootste keuken

In een gaarkeuken komt de onderkant van de samenleving om zijn kostje. Wanneer je voetje voor voetje richting de toonbank met lauwe, gaargekookte spijzen schuifelt, doe je dat niet vrijwillig, maar omdat het niet anders kan. Een mens moet voedsel tanken of zijn motor stopt met draaien. De kok, hoewel van beste wil, is geen goochelaar. Zijn konijnen verschijnen zonder uitzondering levenloos op het toneel. Evenzo kan hij van grootkeuken geen grootse keuken maken. Nooit zal je in de krant ‘Vijf sterren voor de gaarkeuken!’ zien, tenzij op een schaal van tien. De titel vat de verzameling essays van Wessel Te Gussinklo natuurlijk goed samen. Laat ons proberen uit te leggen waarom.

Wessel Te Gussinklo legt vingers op zere wonden. Niet om ze te zalven, maar om ze open te rijten. Om bloot te leggen wat onderhuids ligt te etteren. Wanneer we als maatschappij ons stinkende best doen om weg te kijken van sommige problemen, biedt Te Gussinklo een tegenstem. Hij schreeuwt, als het moet, om ons de juiste kant op te doen kijken. Of een andere kant op z’n minst. Want je hoeft het met Te Gussinklo helemaal niet eens te zijn. Wel is het verfrissend wanneer iedereen ‘wit’ zegt, gewoon omdat het zo hoort, dat er iemand de handschoen opneemt en ‘zwart’ oppert. Nogmaals, je hoeft het niet met hem eens te zijn, maar het doet je minstens nadenken over waarom jouw standpunt het jouwe is. Te Gussinklo daagt uit met vlijmscherpe argumenten die je alleen maar kunt afweren door jouw eigen meningen piekfijn te formuleren.

Aan uitdagende onderwerpen in geen geval een gebrek in ‘Vijf sterren voor de gaarkeuken’. Of wat te denken van een gouwe ouwe over de strijd tussen Israël en Palestina in zijn essay ‘De adderkluwen’? Je haalt de schouders even op? Nou, laat ze rustig weer zakken. Te Gussinklo neemt de verdediging op voor Israël; een natie die steeds vaker in de hoek staat waar de klappen vallen. ‘Dat hebben ze zelf gezocht!’, horen we je denken. Misschien wel, maar stond je er al eens bij stil wanneer het bon ton werd om Palestina te bejubelen in zijn strijd van kleine David tegen de gigantische Goliath? Te Gussinklo mengt zich ook in de hoofddoekendiscussie met zijn ‘Brief aan mijn apotheker’. Hij legt er rustig in uit waarom hij zich wél stoort aan hoofddoeken in het straatbeeld. En omdat Te Gussinklo zijn tijd neemt om zijn mening vorm te geven, blijf je luisteren.

En vooral met dat geduldige zwemt Te Gussinklo in tegen de stroom van deze tijd. Alles moet vandaag in hapklare, voorgekauwde brokken voorgezet worden. We leven in de fastfoodcultuur. Schranzen gulzig de opinietjes voor en tegen naar binnen tot onze honger verzadigd is en we alweer denken aan onze volgende maaltijd. Te Gussinklo echter serveert geen grootkeuken, maar doet een poging tot grootste keuken. Hij bereidt copieuzere en vooral complexere maaltijden die niet ieders meug zullen zijn. Sommigen zullen zich erin verslikken. De meesten zullen dat doen in de aangehaalde onderwerpen, maar anderen misschien ook in de lange zinnen met vele komma’s en gedachtestreepjes die Wessel Te Gussinklo uit zijn pen schudt. Voor de Vlaming zullen sommige van zijn essays ook net wat te Hollands zijn, maar laat dat slechts kleine punten van kritiek zijn.

Vijf sterren voor ‘Vijf sterren voor de gaarkeuken’ zou al te belachelijk zijn, maar vier sterren is natuurlijk ook niet slecht. Al zit Wessel Te Gussinklo nu waarschijnlijk te schuddebollen achter zijn pc want ook dat overal sterretjes en punten aan geven vindt hij maar niets. En of hij gelijk heeft.

Details Non-fictie
Auteur: Wessel te Gussinklo
Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
160