Wessel te Gussinklo, 'De hoogstapelaar'

Een God in het diepst van zijn gedachten

Wie zich in John Williams’ 'Stoner' al stoorde aan de arrogante gluiperd Charles Walker moet zich maar eens een paar bladzijden laten meedrijven op de gedachten van Ewout Meyster, het hoofdpersonage van Wessel te Gussinklo’s meesterlijke roman. Ewout beschouwt aanzien immers als de oplossing voor zijn existentiële twijfels en mondt daardoor uit in een kluwen van opschepperij, pose en oppervlakkigheid. En toch levert zijn interne monoloog een erg leesbare en zelfs verslavende roman op. Te Gussinklo is er wonderwel in geslaagd een magistrale roman op te hangen aan een lap pedante puberpraat.

'De hoogstapelaar' opent met een passage waarin Ewout zich spiegelt aan de afbeelding van een dirigent in een tijdschrift. Het is meteen een treffend beeld omdat het in al zijn eenvoud Ewouts ambitie blootlegt. Deze zeventienjarige wil neerkijken op anderen. Hij wil zelf de maat kunnen slaan en de toon aangeven. Zo kunnen zijn! En andere het nakijken geven! Wacht maar eens af! Ewout is een tiener die rookt met brede gebaren. Omwille van de allure. De uitstraling. Hij oefent zijn blikken en gezichtsuitdrukkingen voor de spiegel en analyseert uitvoerig zijn eigen gedrag.

Maar achter dat grootsprakerige en snoevende gaat een klein jongetje schuil. Tussen de regels (en tussen de haakjes) door is 'De hoogstapelaar' een roman over zwakte en onzekerheid, over leegte en eenzaamheid. En over oppervlakkigheid. Zo is het ook feit dat Ewout boven een boekenwinkel woont een trefzekere metafoor. Hij kent de namen en de titels wel maar echt lezen of begrijpen is niets voor hem. Hij hangt er zweverig maar wat boven, dweept met filosofen en hun theorieën zonder ze doorgrond te hebben en strooit kwistig maar wat namen in het rond om zichzelf als kenner te profileren.

Wie dit boek induikt op zoek naar een meeslepend verhaal komt bedrogen uit. Als een rivier kronkelt en raast 'De hoogstapelaar' voort, zonder plot, zonder narratieve lijn. Ewout cirkelt als verteller voortdurend om de essentie heen. Zijn relaas is dan ook een maalstroom waarin steeds dezelfde flarden komen bovendrijven en steeds dezelfde onvervulde verlangens de kop opsteken. Daar krijgt zelfs een driedelige compositie geen vat op. De zinnen zijn onaf en de chaotische, meanderende gedachtestroom spoelt elke vorm van structuur of verhaalverloop genadeloos weg. En toch leest het boek verrassend vlot. Een plotloze pageturner. Dat heeft natuurlijk met de volstrekt unieke schrijfstijl van te Gussinklo te maken die de vruchten van een puberbrein heeft weten te componeren tot een ritmisch en natuurlijk geheel.

Met 'De hoogstapelaar' heeft te Gussinklo veel meer geschreven dan de onsamenhangende spinsels van een tiener. Met Ewout levert hij een archetype af. Deze roman is, naast een sterk staaltje ‘stream of consciousness’, een scherpe analyse van het machtsgeile menselijke brein. Of hoe de vrije gedachtestroom van een uiterst irritante poseur omgezet kan worden in een uiterst leesbare en sterke roman.  

Details Fictie
Auteur: Wessel te Gussinklo
Uitgeverij: Koppernik
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
384