Weber & Deville, 'Glimlach 58'

Zestig jaar geleden was Brussel het centrum van alles. Toen, in het gezegende jaar 1958, vond in de stad de wereldexpo plaats. In de schaduw van het versgebouwde atomium ging de wereld verzameld. Elk land dat ook maar een beetje belang had, stelde zich tentoon. De Verenigde Staten, Frankrijk, Kongo, De Sovjet-Unie… Iedereen bouwde een paviljoen ter meerdere glorie van de natie.

Nu, zestig jaar later, verschijnt er een strip waarin net dat – de expo, de landen, het jaar – centraal staat. Een aangenaam spionage-verhaal dat fictieve gebeurtenissen plaats in een echte geschiedenis.

Het is in die reële achtergrond dat ‘Glimlach 58’ overtuigt. In de expo. In de tekeningen van een atomium in aanbouw, in de drukte – de 42 miljoen mensen die het feest bezochten. In de moderne architectuur die een halve eeuw geleden gelijk stond aan hoop en vooruitgang.

Daar, in de ziel van de expo, schuilt de kracht van de strip. Niet dat dit opvalt als je het album een eerste keer openslaat. Op het eerste zicht ziet dit er nogal gewoontjes uit. De tekeningen zijn nergens revolutionair – de stijl is er eentje die je eerder zag. Iets van de klare lijn, iets van Edgar P. Jacobs, maar evenzeer iets van Marvano… Wie prenten in de experimele atoomstijl verwacht - een stijl vernoemd naar de expo en het atomium ! – zal teleurgesteld zijn. Geen experimenten hier – geen Ever Meulen, geen Joost Swarte. Wel: eenvoudige, oerdegelijke, mooie pagina’s.

Doch, in de eenvoud schuilt de kracht. Wie begint te lezen, kijkt naar wat er te zien is. Gaat rustig mee in de sfeer van de expo. Herkent de magie van een nu nostaligsch aandoende moderniteit. Daar, in de subtiele reis naar die andere tijd, zie je de strip schitteren.

Het verhaal zelf is degelijk. Geschreven in een klassieke spionagestijl - weer denken we aan Jacobs - zonder deze te overstijgen.

De ‘glimlach’ uit de titel verwijst naar de lach van Kathleen: een hostess op de expo. Ze moet in haar mooie uniform de gasten ontvangen, ervoor zorgen dat ze zich thuis voelen. En soms, zoals haar bazin het verwoordt, haar best doen om ‘een mooie pot bloemen te zijn’.

Uiteraard verloopt niet alles zoals gewenst. Tegen haar zin raakt Kathleen betrokken in een wespennest van Amerikaans, Russische, en zelfs Vaticaanse belangen. De Koude Oorlog op de tereinen van Expo 58.

Met dat verhaal is niets mis – misschien dat het niet ontzettend origineel is, en wellicht dat het hier en daar wat verwarrend verteld wordt – maar echt kritiek kunnen we er niet op hebben. Het levert wat het belooft, en dat is al heel wat. We erkennen wel dat het net dat beetje echter en donkerder is dan doorsnee, en dat we dat waarderen.

Het pleit ook voor de makers dat ze het avontuur altijd mooi centraal houden. Zo vermijden ze dat deze strip leest als een saaie geschiedenisles, of zielloos eerbetoon. Iets waar dit type ‘laten we nu eens een historische gebeurtenis in beeld zetten, want het is nu eenmaal zoveel jaar geleden dat het gebeurde’-strips maar al te vaak in vervalt.

Al bij al is dit dus een best leuk en aan te raden album. Wees benieuwd naar de intrige, en blijf voor de prachtige, subtiele nostalgie naar betere tijden.

 

Details Strips
Scenario: Patrick Weber
Tekeningen: Baudouin Deville
Inkleuring: Bérengère Marquebreucq
Uitgerverij: Anspach
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
64