Ilja Leonard Pfeijffer, Het ware leven, een roman

Het grootste verhaal

Poep. Zo, daar zijn we ook weer vanaf. In zijn nieuwste boek test de Hollandse rebelschrijver Ilja Leonard Pfeijffer zijn recensenten. Wie het woord poep niet opneemt in zijn bespreking, zou daarmee bewijzen dat hij het boek niet goed gelezen heeft. En bij deze hebben wij dus de rol opgenomen die Pfeijffer voor ons uitgeschreven heeft.
Hadden we hier meer tijd en ruimte gehad, we zouden ons zelfs nog meer woorden in de mond laten leggen. Voor de meest juiste recensie moet je immers in de dichtstbijzijnde boekhandel zijn. Neem daar “Het ware leven, een roman” zelf vast en begin te lezen op pagina 134. Maar wees wel gewaarschuwd: Pfeijffers zelfkritiek is een van de taaiste stukken uit het boek, dat sowieso al leesvoer voor gevorderden kan worden genoemd.
Reden voor die hoge moeilijkheidsgraad is in de eerste plaats Pfeijffers genadeloze taalgebruik. De pen die van “Het grote baggerboek” zo’n schandaalsucces wist te maken, wordt hier nu wel zediger gevoerd, maar blijft je toch vastpinnen op redeneringen die elk op zich wel vlot lezen, maar samen hele complexe constructies vormen.
Dit geldt trouwens net zo op macroniveau. Het boek is opgebouwd uit korte monoloogjes van telkens andere personages uit een van de vele verhalen die verteld worden. De drie grootste plotlijnen liggen niet alleen letterlijk mijlenver uit elkaar, maar lopen toch ook in elkaar over. Meer nog dan inhoudelijke overlappingen wordt eenheid gecreëerd door stilistische verbanden: steeds een recept, steeds dezelfde woorden in andere contexten en steeds weer dat gemijmer over – uiteraard – het ware leven. Op zich nooit moeilijk om volgen, maar een groter geheel voor ogen houden word haast onmogelijk gemaakt.
Verder speelt Pfeijffer een wel heel intellectueel spel met de grens tussen werkelijkheid en fictie. Beste voorbeeld: figuranten doen hun beklag over de catering bij massascènes. En de poeptest staat heus niet alleen: een hele trukendoos wordt opengegooid om de wereld buiten het boek toch tussen voor- en achterflap te kunnen vangen.
De thematiek is dus duidelijk: wat is het ware leven en hoe verhoudt fictie zich daartoe? Het antwoord is nog duidelijker, zoals de titel al aangeeft: het ware leven is een roman. Iedereen leeft zijn leven volgens de scenario’s die hij oppikt in boeken en films, en slechts wat aan dergelijke sjablonen van fictionaliteit voldoet, kan men als werkelijk ervaren. Niet voor niets duiken al die recepten op: zingeving bestaat slechts nog uit het volgen van een stappenplan dat waar is omdat het verzonnen is door derden.
Geluk bestaat met andere woorden slechts uit het opnemen van een voorgeschreven rol in de fictie van de Ander, en wat zijn we blij dat we hier van Pfeijffer de lovende recensent mogen spelen. In het verhaal laat hij zich uiteindelijk door een sprekend paard naar het einde voeren, maar laat er geen illusie over bestaan: hij heeft de teugels verdomd strak in handen. Door de structuur van veelstemmigheid en fictionele nivellering had het boek gemakkelijk op een sisser kunnen uitdraaien, maar Pfeijffer weeft zijn snapshots daarvoor veel te magistraal tot een antwoord op de vraag wat overblijft in een wereld zonder grote verhalen. Alleen het ware leven blijft over, het grootste verhaal van allemaal.
"Het ware leven" is dus de roman waarin alles uiteindelijk perfect in de plooi gedwongen wordt. Het bevreemdt door parodie, travestie en metanarratologie, maar bevredigt uiteindelijk ook gewoon als een goed verhaal of drie. En wat ons betreft is dat dan de drie grote literaire prijzen tegelijk waard, zo fantastisch vonden we het!

Details Fictie
Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer
Uitgever: De Arbeiderspers
Jaar:
2006
Aantal pagina's:
319