Walter van den Broeck, 'De babyboom boogie'

Niemand is vasthoudender dan kleine mensen

Fotograaf Walter De Mulder zei in het televisieprogramma 'België scherpgesteld' onlangs dat Expo 58 voor ons land een sleutelmoment was: België omarmde definitief de moderniteit. Hij sprak het uit op een toon alsof we op dat moment onze dorpse eigenaardigheden inwisselden voor technicolore wensdromen uit de VS.

De Wereldtentoonstelling wordt tevens vermeld bij aanvang van de roman: “Alles en iedereen was jong, zelfs de bejaarden. Het jaar nul was begonnen.” Zelfde gebeurtenis, andere interpretatie. Twee hoofdpersonages met typische post-WOII-namen als Eddy & Ronny. Een café dat Bonanza heet, Eddy die rondtoert met een Borgward Isabella en Ronny die koketteert met de beat generation: de polsslag van de vroege jaren zestig is duidelijk voelbaar.

Het is de achtergrond waartegen het verhaal van aspirant-regenten Eddy Decuyper en Ronny Dergent zich afspeelt. Ronny, een aalgladde culturele parvenu, maakt het mooie weer op de normaalschool. Hij publiceert haastig geschreven kritieken, een omstandig essay over de Franse schrijver Queneau en mag zelfs tijdelijk de leraar Frans vervangen. De aspiraties van zijn slippendrager Eddy zijn aardser. Ambities om de nieuwe Apollinaire te worden zijn hem vreemd. Onmetelijke rijkdom en een villa in Palm Springs: daar zal het onderwijs hem naartoe voeren.

Tussen die twee polen stuitert het verhaal en weer. Als een tango tussen ongebreidelde hebzucht en intellectuele praalhanzerij. Allebei slagen ze er niet in hun obsessies los te laten. Ze zijn kwajongens die in de gutsende regen blijven knikkeren wanneer de rest van de klas thuis al lang zijn handen heeft opgewarmd aan warme chocolademelk.

Zoals steeds het geval is bij van den Broeck, excelleert hij ook hier in het ontmaskeren van mythes. Een hardnekkig idée reçue over de jaren zestig luidt dat mensen toen bewuster omsprongen met de veranderende tijdsgeest.

“We kregen al meteen pamfletten en brochures in de hand gestopt van jongelui die de literaire avond in een bredere context wilden plaatsen: die van de wereldrevolutie. De voorbije dagen had ik van mijn vrienden vernomen dat het in feite een protestmanifestatie was.”

“Protest? Waartegen?”

“Tegen de burgemeester!”

De kracht van zijn proza heeft zich altijd bevonden in het nuanceren, in de zijdelingse blik. We herinneren ons trouwens hoe hij in volle financiële crisis 'Terug naar Walden' schreef en daarin zinniger dingen opmerkte over kapitaal en individu dan menig economische goeroe.

Dat is op zich geen prestatie, maar de taal waarvan van den Broeck zich bedient is buitengewoon treffend en sierlijk. Iemand komt 'aanstiefelen', er wordt 'een waas voor de ogen gegeten' en een overzicht van zijn leven wordt 'gelaboreerd'.

Een ander component dat zijn romans vol levenslust pompt, is slapstickachtige humor (lees bijvoorbeeld zijn onvolprezen roman 'Lang weekend'). Ook dat ontbreekt hier niet op het appel: bepaalde passages lijken sterk op scènes uit 'A day at the races' of 'A night at the opera' van de broertjes Marx.

De Expo 58 mag dan de bloedbanen van onze maatschappij hebben geïnjecteerd met de doping van de moderniteit, het leverde ons ook deze roman op waarin Brigitte Bardot opduikt als de Loreley van de sixties. Hoe zei Gerard Reve het nu alweer? Decadentia, immorale, multi phyl ti corti rocci.

 

Details Fictie
Uitgeverij: Polis
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
349