NoN, Waanwezig

Ontpoppen naar hartelust

'Waanwezig' heet de bundel van NoN, een dichter (1975) onder pseudoniem uit Antwerpen. De bundel bevat een behoorlijk aantal lang voortgaande gedichten, en een aantal kortere. Hoewel, is dit poëzie te noemen?

De auteur zelf wordt op de achterflap betiteld als dichter, en de bundel heeft ook het typische aanzien van een dichtbundel: niet te dik, een redelijk formaat, veel wit op en tussen de regels en teksten die niet meer dan hooguit enkele pagina's beslaan, de meeste binnen de limiet van anderhalve pagina vallend. Toch wordt ook daar al verwezen naar een aantal rap-achtige kwaliteiten van de teksten.

De poëtische merites van de teksten even voor ons uitschuivend, zien we dat rap echter geen predikaat is dat de lading volledig dekt. Inderdaad, ritme is erg belangrijk in de tekst, maar geregeld zijn er zinnen of woordgroepen die stokken. Natuurlijk kan dat de bedoeling zijn, maar in rap kan dat toch niet te vaak voorkomen. Het maakt dat we ons moeilijk kunnen voorstellen hoe de teksten klinken als ze worden voorgedragen.

Een extra vraagteken betreft precies het podiumgehalte van de tekst. Er zijn veel woordspelingen die op het podium niet alleen te snel gaan om opgemerkt te worden, maar zelfs niet hoorbaar zijn. Wat te denken van 'dof ogen / blikken'? Dat klinkt op het podium, met enige vaart, al snel als 'doffe ogenblikken'. Hetzelfde geldt voor 'maniefestatie', en voor 'DeLete', wat, zoals een vriend duidelijk maakte, kan en moet worden gezien als de computerterm én de mythologische rivier van vergetelheid, de Lete.

En wat met die mythologie? De dichter put inspiratie uit die verhalen, maar kan een performance-dichter (zoals we hem of haar zullen noemen, duidend op het snijpunt tussen poëzie en rap) zulke kennis veronderstellen bij het publiek, en doet het niet te veel af aan de kwaliteit als het die kennis ontbeert? Ook de moeilijke woorden ('filatelist', 'ataraxie', 'efemeer') waarvan de dichter zich bedient, waarschijnlijk omwille van het ritme en de klankrijmen, stellen dit probleem.

Hoe zit het dan met de poëtische merites? Wie het credo aanhangt dat schrijven schrappen is, zal de bundel misschien snel terzijde leggen; dat gaat ons te snel. In dit opzicht kan het motto veelzeggend zijn - ervan uitgaande dat het regeltje op pag. 6 daadwerkelijk een motto is, aangezien dat vaak op een rechterpagina staat, en daarmee met iets meer afstand voorafgaat aan het volgende. 'Ontpop ik in een kleiner mij', zo luidt het motto. Nog los van het feit dat 'ontpoppen' eigen lijkt te zijn aan het kernvocabularium van de dichter (voor zo'n opvallend woord gebruikt hij het redelijk vaak), zegt deze regel misschien iets over hoe we de teksten in de bundel moeten opvatten.

Betekent het dat al het woordelijk geweld dat van de pagina's afspat, een ietwat paradoxale manier is om tot de kern te komen? Door zo uitgebreid te schrijven komt er zicht op een 'kleiner mij'? Dat kan een interessante poëtische opvatting zijn, en hier en daar zien we die bewaarheid, zoals in het mooie gedicht 'Pruik'. Het is zo'n omvattend gedicht dat je niet in enkele regels citaat het wonderlijke van het hele gedicht weerspiegeld ziet, maar toch proberen we je een inkijkje te geven. Twee kinderen van een moeder die op sterven ligt ontmoeten elkaar bij haar ziekbed, maar vinden elkaar niet echt: 'we schommelen in en uit elkaar, maar beklijven niet. / Het blijft, jij en ik, tot ongemak stokkend. En we omhelzen elkaar met falen.'

Of moeten we het motto anders opvatten en verliest de schrijver zich juist in al zijn woorden, en schept de ontpopping juist meer afstand tot de kern, tot wat een goed gedicht goed maakt? Ook dat lijkt, helaas maar al te vaak, het geval te zijn. Een gedicht als 'Ikarus' begint goed, maar ontspoort halverwege. Het is niet zozeer zijn barokke, zinnelijke taalgebruik dat de oorzaak hiervan is, maar de lijn van het gedicht, en daarmee de noodzakelijkheid van wat er staat, raakt zoek. Het wordt dan een woordspel zonder veel inhoud.

We vinden weinig in 'Waanwezig' dat ons kan doen besluiten tot de ene of juist de andere interpretatie. En dat is precies waarom het een bundel is die heen en weer schommelt tussen de oordelen 'interessant' en 'oninteressant'.

Details Poëzie
Auteur: NoN
Uitgever: Querido
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
58