H.H. Ter Balkt, Vuur

Brandend actueel

H. H. Ter Balkt is een dichter zoals je ze in de Nederlandse literatuur niet vaak tegenkomt. Helemaal in de geest van zijn laatste bundel, 'Vuur', vliegen we er onmiddellijk in: 'De Honderdjarige Oorlog begon / …zoals in feite / die hele, mooie twintigste eeuw van ons / een Honderdjarige Oorlog was.' Deze regels zijn een mooie staalkaart van 'Vuur', waarin Ter Balkt zijn grote historische interesse koppelt aan de actualiteit. Dat doet hij niet zelden in de vorm van een regelrechte aanklacht. Het negen pagina’s tellende openingsgedicht liegt er niet om: 'We hebben haast alles verkeerd gedaan.'

Door de bundel waaiert Ter Balks fascinatie voor het verleden breed uit. Van de 'voortijd / gold en mammoets / tand, oeros, hoorn […]' over de slag bij Azincourt tot het kloppende geweld van de luchtaanval op Nijmegen in ’44: de hele wereldgeschiedenis is zijn inspiratie. De zwarte bladzijden van dat boek worden niet haastig omgeslagen, maar concentreren Ter Balkts verbeelding: 'Inktkokers vol vuur / stortten neer op de stad / Een ander evangelie /dat van de Brandstapels / schreven de ijzeren adelaars in februari '44.'

Een van de thema’s die 'Vuur' bezielen, is Ter Balkts grote zorg om het milieu. Misschien hebben we het in dit geval beter met een subtiele nuance over ‘natuur’: in deze poëzie geen politiek correct discours over ecologie of een ‘groene jongen’ over het gat in de ozonlaag, maar wel de vanzelfsprekende voorliefde van een dorpsjongen voor wat hem omringt. Daarvan getuigen gedichten zoals 'IJzel en de brem', 'Dennen' of 'Lampionplanten'. Ook hier laat Ter Balkt niet na te wijzen op wat verloren gaat: 'Dit is een hommage aan de lampionplanten / vuurdragend in de sneeuw en bedrukt, niet / met 25 cent maar 25 december. Wee, geen / zegel – besneeuwd of niet – roept dat nog uit.' Van iets onschatbaars houden wij een papieren fractie over van nog geen halve euro.

Jammer genoeg drukt Ter Balkt zijn frustratie niet altijd in even sprekende beelden uit. 'De vlier' bijvoorbeeld eindigt abrupt op een sentimentele toon die in het overigens prachtige gedicht niet op zijn plaats is: 'Vliertje, vlier, jij sidderde / onder de eerste stappen, de mensen / goten zich sindsdien met methanol / vol, en gesternte, warm vroeger, schijnt / troebeler, droeviger, over de steden: / maar vliertje, vlier, blijf jij bij mij.'

Het vraagt aardig wat talent om de geschiedenis beklijvend in beeld te brengen en tegelijkertijd brandend (ha!) actueel te blijven. Daar is Ter Balkt wonderwel in geslaagd. Door allerlei zijsprongen en knipogen blijft de lezer bewust van het nu waarin hij leest. Zo wisselt Ter Balkt vlot, met 'even een paardensprong' van een dichter uit de 15de eeuw naar de Vijftigers, een groep dichters die – verrassend genoeg - in de jaren ’50 heel wat heilige huisjes in het poëtische landschap neerhaalden. Of hij ziet een verband tussen Jeanne d’Arc en het resultaat van een tiener die strafstudie gekregen heeft: 'Nevaaa in ’t bankje gekrast betekent never (2005) / En nooit meer zou de zon opgaan boven Jeanne d’Arc.' Zulke bokkensprongen mogen opvallend zijn, ze passen perfect in de logica van deze bundel.

Ter Balkts gebruik van mythische voorstellingen, Bijbelse teksten (hij heeft zelfs een psalm geüpdatet) en intertekstuele verwijzingen roepen een tijdloze wereld wakker waarin alles samenhangt. Meer nog, zelfs wat Ter Balkt níét schrijft, is vol van betekenis. Een mooi voorbeeld: aan het slot van een van zijn gedichten vermeldt hij het vers 'Als paarden sterven' van Chlebnikov. Ons aller Google vertelt ons dat Chlebnikov op zijn beurt eindigt met de regel: 'When people die, they sing songs.' Welke implicaties heeft dit voor een gedicht met de titel 'Opdat de dichter zingt?'

Maar ay, there’s the rub: in die Google zit het hem nu net. Ter Balkts poëzie wil ons iets vertellen, en daarom blijft de vorm erg toegankelijk. Geen freewheelen met klank, geen syntactische kunstgrepen. Maar wie met een bundel graag relaxed in zijn luie stoel zakt, komt bedrogen uit. Het informatiegehalte van deze poëzie is zo hoog dat je wel een wandelende Wikipedia moet zijn, wil je elke verwijzing in deze alomvattende wereld begrijpen. Wij zijn dan ook herhaaldelijk de virtuele boeken in gedoken.

Maar dat mag geen bezwaar zijn. Protestpoëzie van het soort dat Ter Balkt ten beste geeft, wordt niet vaak meer geschreven. Dat is te betreuren omdat poëzie, door zijn persoonlijke toon, het medium bij uitstek is om stelling te nemen, om een visie op de wereld in alle toonaarden die wereld in te sturen. Ter Balkt zet wat dat betreft een prachtige prestatie neer. Zowel zijn engagement als zijn prachtige taal spreken boekdelen. Een streepje sentimentaliteit willen we hem daarbij gerust vergeven.

Details Poëzie
Auteur: H.H. Ter Balkt
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
78