Federico García Lorca, Verzamelde gedichten

Pseudo-Iberische zonde

Federico Garcia Lorca (1898-1936) is bij ons vooral bekend als slachtoffer van de prille machtswellust van de caudillo, generalisimo Franco. Hij werd vanwege zijn liberale ideeën en, onder andere, zijn verheerlijking van zigeuners gefusilleerd door de rechtse nationalisten in het Spanje van de burgeroorlog. Waarschijnlijk heeft zijn homoseksualiteit, die in het nog steeds wat conservatievere zuiden lang doodgezwegen is, de fascisten ook niet bepaald tot een mildere houding gestemd. In een veranderende wereld vol nationalistische sentimenten was er geen plaats meer voor een bard die vaak de natuur, de eenvoud en het ahistorische van de fenomenen bezong.

 

Nochtans is Lorca een dichter die met zijn aangezicht steeds naar het verleden gericht is. Zijn poëzie is vlammend, met korte zinnen en staat vaak bol van de beeldspraak, die hij rijkelijk uit de Spaanse literatuur en geschiedenis put. Zijn ‘Zigeunerliedboek’ vermengt geschiedenis en heden, een traditionele vorm met een nieuwe inhoud van het woord ‘gitano’. Hij werd erom geprezen en verguisd, zoals dat met de groten gaat, en uiteindelijk heeft de geschiedenis de waarde van zijn gedichten bewezen. Lorca's genialiteit staat buiten kijf.

 

De nieuwe vertaling van Bart Vonck is prima. Ze volgt het pad van de letterlijkheid waar dat moet en wijkt ervan af waar het niet anders kan, om formele of semantische redenen. Toch lijkt er iets mis met de vertaalde gedichten van Lorca, want waar ze in het Spaans bevliegen en naar de keel grijpen, steekt hier alleen een flauw gevoel van verveling op bij de lezer.

 

Het valt niet te ontkennen: de vertaalde gedichten van Lorca lezen als een verzameling melige, nietszeggende en vaak onnozele clichés. Nemen we ‘Eerste pagina’ uit ‘Nieuwe liedjes’ als voorbeeld. Dat gaat zo: ‘Heldere bron / Heldere hemel. / O, wat worden de vogels / groot! / Heldere hemel. /Heldere bron. /O, wat blinken / de sinaasappels! / Bron. / Hemel. / O, wat is het graan / pril! / Hemel. / Bron. / O, wat is het graan / groen!’ De eerste twee regels in het Spaans: 'Fuente clara. / Cielo claro. / ¡Oh, cómo se agrandan. / los pájaros!’ Lorca benut zijn taal optimaal in de korte uitbarstingen die de verzen kenmerken, waardoor de lezer in een klankgedicht met betekenis wordt meegesleept. Aan jou om te oordelen of dat ook in het Nederlands gebeurt, maar wij vonden van niet. Het Nederlands lijkt hier te log om ons in de Iberische taalstroom te kunnen meesleuren.

 

In de bundel ‘Dichter in New York’ werkt de vertaling dan weer wel. Dat komt voornamelijk doordat Lorca het zwaartepunt verlegde van metrum, ritme en klank naar inhoud en inventiviteit in de beeldspraak. De gedichten worden gekenmerkt door langere regels en doorlopende verzen met onregelmatige of geen strofen. De barokke rijkheid van de taal laat zich eenvoudiger in een vreemde taal als het Nederlands overbrengen dan de eenvoudige gratie. Dat lijkt ons met deze vertaling bewezen.

 

We begrijpen dat er voor het leesgemak gekozen is om de originele Spaanse gedichten van Lorca niet op te nemen, aangezien de verzameling nu al meer dan 700 pagina’s telt en niemand zich graag een hernia sleurt aan een boek en/of zich er scheel op wil staren. Toch is dat in dit geval erg jammer. Ook voor mensen die geen Spaans begrijpen kan de ervaring van het lezen van de gedichten in hun originele taal naast de vertaling alleen maar positief zijn. Nu moeten we, ondanks de schitterende prestatie van de vertaler, toch negatief zijn. Koop liever een selectie van het werk van Lorca in de originele taal met de vertaling erbij. 

Details Poëzie
Auteur: Federico García Lorca
Uitgever: Polak & Van Gennep
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
874