Els Moors, Het verlangen naar een eiland

Steeds weer pijpen

Natuurlijk was Els Moors ons al opgevallen met haar dichtbundel ‘Er hangt een hoge lucht boven ons'. We hadden enig genot beleefd aan nieuwe poëtische buzztermen als ‘Nutellaland' en ‘witte fuckende konijnen' en aan haar wat hoekige, soms erg doortastende stijl. De echte reden waarom wij ons op haar eerste roman stortten, was echter vooral de titel ervan: ‘Het verlangen naar een eiland' vertoont verdacht veel verwantschap met ‘De mogelijkheid van een eiland' van het fenomeen Michel Houellebecq. Dat harde, illusieloze boek trekt aan het slot een fantastisch poëtisch register open, net iets waar Moors ook toe in staat is. Staat er in België een schrijver op van Houellebecqs kaliber, en godbetert, zal zij een vrouw zijn? Daar willen we bij zijn!

Het buzzwoord van ‘Het verlangen naar een eiland' is alvast ‘pijpen'. Hoofdpersonage Alice neemt het veelvuldig in de mond, en dan vooral het verlangen ernaar. Het echte pijpen gaat haar niet zo goed af en is eerder een dienstbetoon dan een zaak van eigen genot of van liefde. Het is ook een wat vreemde poging om contact te maken met de mannen die haar pad kruisen, want daar slaagt ze niet echt in.

Het boek begint met een fragment uit Alices kindertijd: moeder is het huis uitgetrokken richting Zuid-Frankrijk en dus blijft Alice verweesd achter met haar vader en diens nieuwe vrouw, haar broer en haar zus. Wanneer haar moeder op bezoek komt, krijgt Alice een heel moeilijke, ronde puzzel cadeau die een tropisch eiland afbeeldt. De ronde puzzel brengt Alice in de opperste staat van verwarring, want ‘hij heeft niet eens een rechte rand om zich op te oriënteren'. De puzzel met de ontbrekende randen staat symbool voor Alices wereld en meteen ook voor Moors' universum: een bevreemdend samenspel van steeds nieuwe gebeurtenissen die amper iets met elkaar te maken hebben, maar die wel een samenhang lijken te hebben binnen de psyche van het hoofdpersonage.

Moors heeft naast haar krachtige, wat botte stijl - zie eerder al de witte fuckende konijnen, maar hier gaat het ook bijvoorbeeld over ‘een kakbruine deken'-, vooral een neus voor personages en settings: op het onbewoonde eiland van collega-baggeraar Tones laat haar hypochondrische man Louis door een vallende kokosnoot het leven; in het ‘wegrestaurant slash motel' leert ze een man met ‘een grote hoeveelheid wit in de ogen' kennen en stort ze zich later in de armen van een wanhopige ober; op de snelweg gaat ze met een gezochte crimineel naar de sterren liggen kijken; ze belandt in een hotel waar de nachtwaker al slapend telefoons beantwoordt... Het thema lijkt ook hier te zijn: waar Alice ook gaat, hoe exotisch of net zeer alledaags de locatie, nergens een ziel te bespeuren die haar kan geven wat ze nodig heeft.

Hoe het met Alice afloopt, moet je zelf maar lezen. Je zal om haar moeten lachen en huilen, en daarna nog harder moeten lachen om haar contactgestoordheid en haar miserie. Els Moors heeft met Alice kortom een redelijk maf personage geschapen dat, ondanks het gebrek aan evolutie in het boek, almaar geloofwaardiger wordt. ‘Het verlangen naar een eiland' is onmiskenbaar een proef van haar talent als nieuwe stijlkoningin der Vlaamse letteren (Saskia en Annelies: cat fight!), maar dan eentje die schrijft met de ruwe handen van een bouwvakker en de poëtische pen van een dromerig zusje in de lentezon. Prima romandebuut van een dichteres die er in de eerste plaats eigenlijk geen was.

Details Fictie
Auteur: Els Moors
Copyright afbeeldingen: Nieuw Amsterdam
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
219