Maarten Inghels, Tumult

Om ter luidst

'Tumult' mag dan de debuutbundel zijn van Maarten Inghels, in de literaire wereld is hij geen vreemde. Inghels heeft al vaker op de planken gestaan met zijn poëzie, heeft al gepubliceerd in literaire tijdschriften en is actief bij schrijverscollectief KRAAI. Het zal dan ook niet verbazen dat hij met zijn eerste bundel onmiddellijk hoge ogen gooit: 'Tumult' is nummer 17 van de Sandwich-reeks, uitgegeven door niemand minder dan Gerrit Komrij. In deze reeks verschijnen paarsgewijs een nieuw talent en een dichter die al een tijd niet meer in de schijnwerpers heeft gestaan: een poëzie-sandwich, als het ware. 'Tumult' gaat vergezeld van 'Er is iets om de dingen heen' van de intussen overleden Paul Verbruggen, een tijdgenoot van Paul van Ostaijen. 

'Betrap dit niet op lichtzinningheid, evenwicht, / balans die mijn taal verdraagt. Of vrijblijvendheid. / Mijn verzen lopen ongedwongen uit, maar / vertrouw ze niet. Geef mij: / de verspreking, / de onzekerheid.' Inghels opent zijn bundel met een programmaverklaring. De titel 'Tumult' is niet mis te verstaan. Onzeker, onvast: verwarring troef in deze poëzie. Maar de kwaliteit wisselt niet.

Ondanks het feit dat 'Tumult' een samengestelde bundel is, met oudere en actuele gedichten die Inghels geselecteerd en gecombineerd heeft, is deze bundel zeker niet zonder thematische consistentie. 'Tumult' valt uiteen in twee delen, telkens ingeleid door een zanger-dichter. Bram Vermeulen opent het eerste luik met de woorden 'Het is weer wennen aan / mijn eigen leven', Thé Lau leidt deel twee in met zijn meekweler 'Blauw, blauw, blauw / keer ik terug naar jou'.

In het eerste deel verschijnt het tumult binnenin een mens in al zijn geuren en kleuren. Onrustige herinneringen aan het verleden in 'Een nieuw hart' en 'Ons ontroerparcours' of aan een verloren geliefde in 'De grootmoeder' mengen zich geleidelijk met de eenzaamheid in de tegenhangers 'Hij' en 'Zij' tot de spanning niet meer te dragen is in 'Een deur': 'De zenuwen kleven / als teer, de twijfel is ingenaaide zink. // Toch staan mijn handen in de knop, willen / ze lente zijn, luidop leven bekennen, zich / opzetten als zeef en het lood uit de mond / vechten, verschillende revoluties verkennen. // Maar het sneeuwt soms roest in dit lichaam, kort maar heftig smeedt het ijzer zich dan tot talent voor angst, de geur van vluchten. // Een deur.'

Doorheen deze melancholie, eenzaamheid of angst vlecht zich steevast het verlangen naar rust. Dat weet Inghels keer op keer fraai in beeld te brengen. In 'Strand' gaat het: 'Want dat is wat / een mens wil; / een moment van klaarheid / kalmte en een groene vlag op de pier. // Van je mag nu zwemmen / hier.' De aparte regel voor het rijm dat dit gedicht afrondt, draagt typografisch en ritmisch prachtig bij aan de sereniteit van deze laatste regels. In 'Een nieuw hart', waarin de ik-figuur verhuist, klinkt een vergelijkbare gedachte op, maar dan ingepast in de thematiek: 'ik zoek een passe-partout voor rusten, lang'.

Deel twee draait rond de liefde en heeft naast een thematische samenhang ook min of meer een chronologische ontwikkeling: in 'De allereerste dag' zien we een relatie beginnen, zich ontwikkelen en weer uitdoven tot 'De dingen die voorbij gaan'. Die evolutie geeft dit deel iets extra omdat rust en onrust, verlangen en vrees elkaar op een meer herkenbare manier aanvullen dan in het eerste deel. Vormelijk is dit deel dan weer minder voorspelbaar. 'De balzaal van haar blikken' is bijvoorbeeld een verzameling van vijf korte maar erg beeldende stukjes proza. Dit experimentje is intrigerend, maar niet de meest geslaagde poëzie van de bundel. Inghels poëzie is zeer beeldrijk; soms heeft hij de gebondenheid van een voorop gestelde vorm nodig om een wildgroei aan abstractie en aan metaforen tegen te gaan.

Die wildgroei is dan ook het enige waarbij wij in deze bundel bedenkingen willen plaatsen. Inghels’ verbeelding is origineel en vooral mooi – daar draait het nog altijd om – maar niet altijd even begrijpelijk. Dat is op zich niet noodzakelijk een probleem, ware het niet dat Inghels naar eigen zeggen vooral graag begrepen wil worden. Toch is er een band met de lezer, die vooral te wijten is aan de algemeen-menselijke emoties die in deze bundel om ter luidst staan te roepen. Tumult is zelden een aangenaam geluid, maar Inghels heeft het klaargespeeld.

Details Poëzie
Auteur: Maarten Inghels
Copyright afbeeldingen: http://www.maarteninghels.be/tag/uitgeverij-van-gennep/
Uitgever: Van Gennep
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
40