Tom Lanoye, 'Zuivering'

Verminkt door gezelligheid

In '09 publiceerde hoogleraar letterkunde Thomas Vaessens 'De revanche van de roman' waarin hij pleitte voor meer 'straatrumoer' in onze Nederlandstalige letteren. Zijn stelling luidde dat teveel literatuur steriel en frigide bleef, terwijl we volgens Vaessens nood hadden aan schrijvers die hun handen wilden vuil maken.

Een auteur die ontsnapte aan Vaessens' onheilstijding was Tom Lanoye. 'Kartonnen dozen', de Monstertrilogie, 'Fort Europa', 'Ten oorlog': combinaties van champagnetaal en engagement. Zijn nieuwste worp vormt daarop geen uitzondering.

Gideon Rottier is een stotterende en gesjeesde student geneeskunde. Na een loopbaan als spermavanger in een paardenfokkerij komt hij terecht in de schoonmaakindustrie ('Hoe georganiseerder een maatschappij is, des te omvangrijker wordt haar zwerfvuil.'). Hij voelt zich een roos op een mestvaalt, vervloekt zijn onbehouwen collega's en heeft verder enkel contact met zijn haan Hannibal. Een loeiende eenzaamheid valt hem te deel ('Ik bezat zelfs niemand om afscheid te nemen.'), tot wanneer Youssef op het toneel verschijnt. Na een bijna fataal werkincident groeien de twee naar elkaar toe, waarna Youssef zijn intrek neemt in Gideons zelfverklaarde 'palazzo'. Korte tijd later vervoegen Youssefs vrouw Karima en hun twee kinderen (Loubna en Rafiq) het tweetal. Gideons huis is plotsklaps veranderd in een epicentrum van gezellige bedrijvigheid. Tot wanneer de realiteit op de deur klopt.

De relatie tussen Gideon en Youssef roept herinneringen op aan de diepe, onvoorwaardelijke vriendschap tussen Tony en Soo in 'Alles moet weg'. Maar hier vormt de vriendschap een alibi om dieper in te gaan op de thema's die onze maatschappij verdelen: de vluchtelingen- en identiteitsproblematiek en de steeds toenemende permanente surveillance. Door die hete hangijzers in te bedden in een - op het eerste zicht - grotesk verhaal onttrekken ze zich aan het (te?) makkelijke mediadiscours en voelen ze tastbaar aan. Natuurlijk begrijp je dat Gideon zich zorgen maakt over het vreemder wordend gedrag van Rafiq ('Hij bezat het profiel van een eenzame wolf in wording.'). Natuurlijk snap je dat de inktzwarte toekomstvisie van Loubna hem ongerust stemt ('Als het zo doorging, maande ze, zou men ooit overgaan tot gedwongen registratie  van sommige niet-Europese vreemdelingen en alle moslims. '). Het zorgt ervoor dat je sympathie koestert voor Gideon, hij bedoelt het allemaal goed.

Te goed, want de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. Zo ook in 'Zuiverheid'.