Thomas Blondeau & Roderik Six, 'De boekendokter'

De boekendokter die heenging

‘Dood is waar de taal faalt.’ Een zin zonder meer, die op zichzelf staat en enkel leegte omhult, een zin die alleen achter blijft: ’sacraal, ongenaakbaar en eenzaam’. Thomas’ overlijden heeft die specifieke zin bewaarheid: ‘Ademen an sich vraagt al zoveel moeite, laat staan dat we met krampachtig binnengeslokte lucht nog klanken gaan produceren. De banaliteit van ons spreken wordt plots pijnlijk duidelijk.’
‘In het ampele licht van de taalkaars en omringd door het oorverdovende stilzwijgen van de wijsgeren, lijkt een boek schrijven over en met mijn overleden vriend dan ook een onzinnige, onmogelijke opdracht.’

Met deze ontroerende getuigenis van Roderik Six over de dood van Thomas Blondeau, lijkt de toon van dit boek onomstotelijk gezet. Niets is echter minder waar. Voor u ligt een boek dat erg veelzijdig is. Uiteraard is het onvermijdelijk dat de dood van de veel te jong gestorven Thomas een emotionele lading geeft aan dit boek. Je kent het wel, over de doden niets dan goeds en overdreven verheerlijking, maar net daar onderscheidt het boek zichzelf. In al zijn verdriet begrijpt Six maar al te goed zijn plaats als auteur. Met prachtige taal spreekt hij in de inleiding over de dood, literatuur en de dood, filosofie en de dood, godsdienst en de dood. Taal en de dood. ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’, schreef een obscure filosoof eens. Daarom schrijft Six een kanjer van een eerbetoon aan Thomas Blondeau en geen louter gemijmer in een gitzwart landschap.

Wie ooit de voorschriften van de boekendokter las op Cobra.be, herkent meteen de ietwat stereotype karikatuur van de traditionele geneesheer: mondain, deskundig, enigszins autoritair en niet in het minst mysterieus. Door deze voorschriften heeft Six zich duidelijk laten inspireren om een portret te schetsen van Thomas. Dr. Blondeau is een boekendokter met aanzien, die praktijk houdt in Amsterdam. Op een dag krijgt Victor Watt een brief van dr. Blondeau die hem verzoekt zijn assistent te worden. Je hoeft geen literaire kenner te zijn om meteen het typische sjabloon van de Sherlock Holmes-verhalen te herkennen. De alwetende dokter wordt vergezeld door een assistent, Victor Watt, die - zoals zijn model Watson - het hele verhaal jaren later vertelt. Het is de volgehouden denkkracht en werkethiek van de aan insomnia leidende boekendokter, die de verschrikkelijkste kwalen literair weet op te lossen.

Op het eerste gezicht lijkt het een contradictie, een dokter die kwalen tracht te genezen met literatuur, beschreven in het format van triviaalliteratuur, maar misschien vindt het verhaal net daar zijn succes. Het is licht, vlot verteerbaar - ondanks het archaïsche taalgebruik en het inconsequente tijdskader - en bijwijlen zelfs hilarisch. Ook de goed vertegenwoordigde voorschriften van de dokter lijken een spel te spelen met het verhaal, zodat het tot een perfect geweven boekentapijt verwordt. Komt daar nog bij dat de doktersvoorschriften de voeling met de huidige tijd niet verliezen. Remedies voor kwalen uit de grondstromen der politiek, worden afgewisseld met aanslepende maatschappelijke misnoegdheden, maar deze dingen las u al op Cobra.be, nietwaar?

Het verliezen van een vriend en dan dit boek neerschrijven en samenstellen: sterk. Het is meteen de waarde van het boek, een niet aflatende spanningsboog blijft voelbaar en is steeds scherp als een mes. Wanneer Roderik Six aan het einde van het boek een persoonlijker stuk schrijft over het verlies van Thomas, is dat niets meer dan een iets langer uitgevallen point final.