Ted van Lieshout, 'Onder mijn matras de erwt'

Ik kon alleen maar worden wie ik ben

Ted van Lieshout heeft zich als veelzijdig en hoogst getalenteerd kunstenaar al ruimschoots bewezen: voor zijn werk als auteur, dichter en beeldend kunstenaar werd hij bekroond met een keur aan Zilveren Griffels, de Woutertje Pieterse Prijs en de Deutscher Jugendliteraturpreis. Hij blijft zoeken naar een alliantie tussen verschillende kunstdisciplines, wat opnieuw blijkt uit 'Onder mijn matras de erwt', waarin hij poppenportretten aan (verhalende) gedichten lieert. Die portretten zijn op z’n zachtst gezegd opvallend. Van Lieshout maakte ze meer dan dertig jaar geleden van zelfdrogende klei, met ogen van knikkers.

Centraal staat het groeiproces van een jong meisje; ze is geen kind meer - neemt afscheid van zowat al haar poppen - maar ook nog geen adolescente. Het meisje beleeft dit scharniermoment niet bepaald als positief: haar ouders gaan scheiden, vinden nieuwe partners, haar grootmoeder sterft, ze levert gevat commentaar op een exhibitionist, maar twijfelt ook aan de toekomst en moet haar identiteit herdefiniëren. De volwassenen zijn daarbij lang niet altijd rolmodellen:

           

Ik dacht dat ik glazen muiltjes droeg.

Ik weet zeker dat ik glazen schoentjes

had! Een prins die mij kwam redden

uit dit dal, weg van mijn moeder die

mij zelfs geen zevenmijlslaarzen gunt,

 

galoppeerde mij tegemoet op het paard

dat ik tegen wilde houden. Maar het

rende me voorbij. Ik riep nog: papa,

ik sta hier! Maar hij had in de verte

een stiefmoeder gezien met grote borsten.

 

Het meisje blijkt een begenadigd observator van stemmingen en gevoelens. Ze is rad van tong en levert snedig commentaar op de ontregelende gebeurtenissen. Ze weet zichzelf te relativeren met ironische beschouwingen, die tegelijkertijd grappig en wrang klinken, maar bovenal troost bieden:

 

            “Ik vind het mooi genoeg om in de Lidl,

             als niemand kijkt, een kartonnen doos

             te aaien. Wij begrijpen elkaar tenminste.”

 

Van Lieshout maakt nauwelijks gebruik van stijlmiddelen, en ook een consequent volgehouden rijmschema ontbreekt. De auteur betuigt zich opnieuw als woordkunstenaar, die een uitgepuurde tekst presenteert waarin elk woord een unieke plaats inneemt. Zijn taal is beeldrijk en vol neologismen, want intieme, persoonlijke gedachten en gevoelens kan je nu éénmaal niet anders uitdrukken. Net daardoor krijgen de gedichten een speels ritme, breken ze de grenzen tussen proza en poëzie open, wat de tekst een zekere lichtheid verleent. Het plaatst 'Onder mijn matras de erwt' in een lange traditie van gelaagde verhalen.

Van de poppen krijgen we enkel de hoofden te zien, zodat de focus sterk op hun mimiek ligt. Die kan iedereen anders ‘lezen’, sommige poppen geven blijk van verwondering, anderen van een melancholische inborst, een diepgaande treurnis of voorzichtige vreugde. Enkele poppen heeft van Lieshout langzaam laten drogen, anderen legde hij op de verwarming, zodat de klei ging barsten en er rimpels ontstonden. De poppen zijn getooid met attributen die wonderwel bij de gedichten passen, zodat een fascinerende wisselwerking tussen woord en beeld ontstaat.

De naam Ted van Lieshout op een boekomslag staat garant voor originele, kwalitatieve teksten en eigengereide beelden. Met zijn werk weet hij steeds weer leeftijds- en genreconventies te doorbreken, en dat alles in een rijk en divers patchwork aan stijlen. In 'Onder mijn matras de erwt' weet van Lieshout zich als auteur, dichter en beeldend kunstenaar nog maar eens opnieuw uit te vinden, en dat resulteert wederom in een pracht van een bundel, waarvoor superlatieven tekort schieten.

Vanaf 10 jaar

 

Details Poëzie
Auteur: Ted van Lieshout
Uitgeverij: Leopold
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
89