Ted van Lieshout, 'Mijn meneer'

'Wij deden niets en toch deden wij alles'

'Maria, ik schrijf het allemaal op omdat ik niet goed weet hoe ik het anders moet vertellen'. In 'Mijn meneer' richt de jonge Ted achttien brieven aan Maria. Vlakbij zijn huis, 'in een soort vogelhuisje zonder voorkant', staat haar afgebladderde beeld. Af en toe steekt Ted er een kaarsje voor haar aan. Zoals ze daar stil en onbewogen waakt, met het kindje Jezus op haar borst, weet hij dat hij haar alles kan toevertrouwen. In het deels autobiografische 'Mijn meneer' vertelt Ted van Lieshout (1955) zo wat hij meemaakte in de zomer dat hij elf is. De geprezen jeugdboekenschrijver waagt zich zo aan een eerste roman voor volwassenen.

Ted is een snugger kereltje dat niet al te makkelijk vrienden maakt. Op school wordt hij weleens gepest en hij houdt niet van voetballen. Liever zou hij een meisje zijn: 'Ik doe mijn best om jongensdingen leuk te vinden, zodat ik een beetje normaal word, al lukt dat nog niet'. Van één ding is hij wel rotsvast overtuigd: later wordt hij kunstenaar en daar kijkt hij naar uit.

Ook in de volwassenwereld hoort hij nog niet thuis. Het lijkt alsof ze hem niet opmerken, alsof hij steeds over het hoofd wordt gezien. Zijn vader bezweek aan een hartaanval en zijn moeder heeft andere zorgen. Zo lijkt Ted wat verloren te lopen in het niemandsland dat zijn dorp is. Maar daar komt plots verandering in. Ted ontdekt dat hij niet langer de enige is die naar Maria omkijkt. Hij maakt zo kennis met meneer Timmermans, die nog maar pas in het dorp is komen wonen.

Het vertrouwen groeit en gaandeweg ontstaat er zo een pedofiele relatie. Ted voelt zich eindelijk begrepen en bijzonder, 'zoals bij ontdekkingen'. 'Je hoort vaak dat iemand ontdekt is op straat, een fotomodel of een filmster. Eerste kende niemand je, toen werd je ontdekt, en daardoor werd je beroemd. Misschien was meneer wel mijn ontdekker'. De man biedt hem een gevoel van veiligheid en Ted is tevreden met zijn volwassen vriend. 'Ik voelde mijn oren gloeien en mijn tenen tintelen. Het was van trots'.

Toch ervaart Ted ook heel wat complexe, tegenstrijdige gevoelens. De geborgenheid staat haaks op het besef dat het samenzijn ongehoord en strafbaar is. Bovendien worstelt Ted met zijn geaardheid, die hij nog niet weet te plaatsen: 'ik wist wel wat ik wilde, maar ik wilde het niet willen'.

Ted van Lieshout weet hierbij als geen ander de gedachtegang van een kind te schetsen. De kinderlogica zorgt meermaals voor komische noten, waardoor het verhaal, ondanks het thema, niet zwaarmoedig aandoet. Ook zaken die voor volwassen zo voor de hand liggen dat ze niet uitgesproken worden, weet Van Lieshout te verwoorden. En dat levert enkele mooie passages op.

Van Lieshout neemt ruimschoots de tijd en laat het verhaal zich langzaam ontvouwen. Het laat hem toe de relatie beter te contextualiseren en biedt de lezer een beter inzicht in het gebeuren. Tegelijkertijd doet 'Mijn meneer' daardoor langdradig aan en herhaalt hij zich meerdere malen.

Opvallend is tot slot dat Ted van Lieshout weigert de slachtofferrol op zich te nemen. In het nawoord bestempelt hij 's mans praktijken als verkeerd, maar hij heeft ze zelf niet ervaren als een aanranding. Hij werd wel gemanipuleerd, maar zag het toen 'als liefde'.

'Wij deden niets en toch deden wij alles'. Het is wat Ted van Lieshout in het vlot geschreven 'Mijn meneer' mooi weet te vatten. Het vormt zo een interessant boek, dat een heel open en eerlijke kijk biedt op een onderwerp dat nog vaak schuilgaat achter een sluier van taboe.

Details Fictie
:
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
253