Sylvain Tesson, 'Ongebaande paden'

De landing in Normandië was de moeite waard

Jesus Carrasco's roman 'De vlucht', Robert MacFarlane's non-fictie en films als 'Into the wild' en 'Grizzly man'. Het zijn voorbeelden van recente cultuurproducten waarin de wisselwerking tussen mens en natuur onderzocht wordt.

Een paar jaar terug tekende de Fransman Tesson zich in bij die traditie via zijn debuut 'Zes maanden in de Siberische wouden'. In zijn recentste worp onderneemt hij een drie maanden durende wandeltocht door het 'vergeten' Frankrijk, terwijl hij recupereert van een zware chirurgische ingreep. De wandeling fungeert als catharsis.

Wat daarbij opvalt is hoe dicht Tesson soms aanschurkt bij bijna reactionaire gedachten en kleffe romantiek. Wanneer hij goudgele halmen ziet wiegen in de avondzon, 'lijken hun buigingen een eerste teken van vriendschap'. Sprinkhanen en traag spiralende roofvogels getuigen van 'het mysterie van het leven'. De digitale ontsluiting van het Franse platteland lijkt hij te beschouwen als de intrede van de baarlijke duivel.

Tesson ziet zichzelf als een 'vrij man', maar ironisch genoeg slaagt hij er niet in zijn cultureel denkraam los te laten. Bij aanvang schrijft hij een dringende behoefte te voelen 'om van de zon te genieten zonder Staël erbij te halen, van de wind zonder Hölderlin te citeren'. Kortom: hij wil het soort schrijven bedrijven waarin Robert MacFarlane excelleert. Helaas, wanneer hij een koppel moe getergde wandelaars ontmoet, zien ze er in zijn ogen uit als 'Stefan en Lotte Zweig vlak voor hun zelfmoord' en wanneer hij een zaaiende tractorrijder ziet, denkt hij aan Schubert en Beethoven.

En toch. Wanneer Tesson de mythe van authenticiteit op het platteland doorprikt, haal je het potlood boven. Op doortocht in een dorp in Normandië noteert hij:

'Woody Allen had er een van zijn geijkte films kunnen opnemen. Zijn acteurs zouden hebben gezegd dat 'de provincie geweldig was' en dat de landing de moeite waard was.'

Het is moeilijk om zijn apologie voor een tastbare wereld volledig weg te zetten als hersenbrouwsels van een ijlende nostalgicus. Daarvoor schopt hij bij momenten net iets te raak. Wanneer hij bijvoorbeeld in een krant leest over een op til zijnde 'golf van nieuwe technologische innovaties', vraagt hij zich af er iemand weet wat er met zulke onzin bedoeld wordt.

Tesson foetert er op los dat het een aard heeft, maar we houden van talentvolle mopperaars.

Details Non-fictie
Vertaler: Eef Gratama
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
175