Svealena Kutschke, 'Een stad, het meisje en de duivel'

Lijvige familiegeschiedenis over magie en Duitse historie

Titels en kaften kunnen veelbelovend zijn. In het geval van Svealena Kutschke’s derde roman is dat ook zo. Een prachtige, roodharige vrouw in een dromerig witte, kanten jurk drijft onder takken vol bloesem in het water. Het lijkt of ze haar handen in gebed opheft, haar ogen zijn open. De titel, 'Een stad, het meisje en de duivel' prikkelt de nieuwsgierigheid. De 700 pagina’s die het boek telt zal voor sommigen misschien eerder een drempel zijn, maar voor de boekliefhebbers onder ons kan het allicht niet dik genoeg zijn.

Kutschke heeft met dit werk een Duitse familiegeschiedenis neergeschreven. Het start eind 19e eeuw. Josefa Graf en Johann Christoph Petersenn krijgen twee zonen, Alfons en Christoph, waarvan vooral de laatste van belang is voor het verhaal. Schilder Michél Hinrichs bedrijft de liefde met Magdalena, een prostituee, waaruit een dochter voortvloeit: Lucie Hinrichs. Lucie en Christoph op hun beurt krijgen een dochter, Freya Petersenn, die vervolgens samen met Jurgen Mertens een kind krijgt: Jessie Mertens. Inmiddels zijn we in de jaren 80 en 90 belandt. De punk-scene, met haar gewelddadige (anti)fascistische demonstraties, drugsgebruik, goedkoop bier, nethemdjes, uitgelopen mascara en legerkistjes is in volle gang. Het zijn de vrouwen die de rode draad vormen in het verhaal. Lucie en Jessie hebben allebei een bovennatuurlijke gave om de duivel, die eeuwig resideert in Lübeck, de stad waar het allemaal plaatsvindt, te zien. Ze hebben beiden iets over hen wat andere mensen verontrust. Lucie wordt namelijk niet altijd geaccepteerd door de massa, maar ook Jessie zoekt niet voor niets haar toevlucht tot anarchistische buitenstaanders. Freya ontspringt grotendeels de magische dans: 'veel te nuchter', aldus de duivel.

Het is duidelijk dat Kutschke een aantal jaren aan dit epos heeft gewerkt. De verhaallijnen zijn met veel gevoel voor detail uitgeschreven, en de roman beslaat een aantal belangrijke ijkpunten in de Duitse geschiedenis. Het Pruisische rijk, de tergende gevechten en verliezen in de Eerste Wereldoorlog, het nationaalsocialisme in de Tweede Wereldoorlog en de harde jaren 80 van het antifascisme komen allemaal voor in het boek. Kutschke laat op veel momenten zien een fantastische schrijfster te zijn: er zijn prachtige passages die direct onder de huid kruipen en die nopen tot het verder lezen. Met name de verhaallijn rond Jessie, dus de meest recente (en een tijd die de auteur zelf ook heeft meegemaakt: Jessie is geboren in 1974 in Lübeck, Kutschke in dezelfde stad in 1977) is het meest interessant. Het lijkt alsof Kutsche zich het meest met dit personage kan vereenzelvigen en zij is ook degene die het meeste kleur heeft en wiens levensverhaal het interessantst is om te lezen.

Een groot nadeel van het boek is het aantal personages dat wordt beschreven. Ook de minder belangrijke karakters krijgen hun eigen stem in het boek, wat regelmatig zeer oninteressant, maar bovenal langdradig en warrig is. Kutschke had er beter aan gedaan om zichzelf te beperken tot maximaal 400 pagina’s en de overbodige details en personages weg te laten. De duivel bijvoorbeeld, die nochtans in de vertaalde titel met name wordt genoemd, heeft een weinig interessante bijrol. Dit had de auteur beter meer kunnen uitdiepen en vele anderen laten voor wat ze zijn. Al met al is het een aardig boek dat men over de loop van een lange tijd kan lezen. Rust en geduld zijn alleszins geboden bij het lezen van deze familiegeschiedenis.

Details Fictie
Originele titel:
Stadt aus Rauch
Auteur: Svealena Kutschke
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
699