Toon Tellegen, Stof dat als een meisje

Het leven, een strijd met engelen

De naam Toon Tellegen is een begrip. Tellegen (1941) is al enkele decennia zeer productief als schrijver van poëzie en proza voor kinderen en volwassenen, onder meer bekend van zijn dierenverhalen en zijn bundel 'Brieven aan Doornroosje'. Daarbij lopen niet alleen de doelgroepen dooreen, maar - zoals ook in zijn nieuwste dichtbundel 'Stof dat als een meisje' - ook de genres.

De ondertitel van de bundel is 'Variaties op een thema'. Enerzijds is dit wat overbodig. Uit het motto van de bundel en de gedichten zelf komt telkens weer het beeld van de strijd tussen een man en een engel. In haast alle gedichten zijn ze telkens woordelijk aanwezig. Anderzijds geeft de ondertitel misschien juist programmatische richting aan de bundel. Het valt op dat de gedichten elk afzonderlijk niet altijd even sterk staan en hun volle betekenis pas krijgen uit de herhaling van het thema, uit de variatie. Bovendien, zo blijkt, past het ook bij de inhoud van de strijd.

In de gedichten strijden een man en een engel met elkaar. Deze strijd verloopt langs steeds terugkerende elementen: de engel slaat de man neer, de engel sleept de man weg, de engel gooit de man in een ravijn. Zowel het bloed als het reinigen komt telkens terug en dat gaat gepaard met gemengde gevoelens van liefde, agressie en tederheid. Er zijn soms omstanders die het gevecht gadeslaan, maar zich duidelijk niet geneigd voelen in te grijpen of werkelijk mee te leven met de man.

In de latere gedichten komt steeds duidelijker naar voren dat de engel, ongeacht of er een engel bestaat buiten de man, vooral in hem zit. De strijd, die zo hevig en emotioneel ambigu is, verwordt daarmee tot een strijd met zichzelf, waarvan de aard wordt beschreven als een telkens opnieuw beginnend proces. Het laatste gedicht van de bundel eindigt met de fluistering van de man dat hij, in plaats van te sterven aan de gevolgen van het zoveelste gevecht met de engel, ermee instemt om van voren af aan te beginnen, ondanks alle verdriet en pijn in het leven. Het leven zelf is, zo bezien, een variatie op een thema.

Het uiteindelijke godgehalte van de bundel is in werkelijkheid dus zeer bescheiden. In het gedicht '[Uiteindelijk / als we maar lang genoeg wachten]' wordt definitief afgerekend met de gedachte dat de bundel toch een verwijzing naar het hogere bevat. Bovenop de eerdere aanwijzingen dat de engel in feite in de man besloten zit, komt de formule 'zo waarlijk helpen ons de resten van ons zelfbesef'. Deze referentie aan de eed die men bijvoorbeeld in de rechtbank aflegt, maar waarbij 'God almachtig' is vervangen door 'de resten van ons zelfbesef', toont dat de bundel in feite met beide voeten op de grond blijft.

Dat neemt niet weg dat er een zeer fundamenteel en mogelijk religieus thema wordt aangekaart: de nietigheid van de mens en de manieren waarop hij zich door het leven slaat. Het maakt de bundel zwaar, maar tegelijk beschikt Tellegen over een vertelstem die tussen de soep en de patatten past. Hij put zich niet uit minutieuze beschrijvingen, maar is met grote stappen snel thuis. Hij kan het zich permitteren vanuit de samenhang tussen de gedichten. Zijn beschrijvingen van de gevechten waarbij hij zogezegd meteen ter zake komt en de gevoelens bij hun naam noemt (grote woorden als wanhoop, genade, geluk), krijgen hun kracht niet door de schoonheid van hoe hij de woorden gebruikt, maar door de hardheid waarmee de taal zich telkens opnieuw opdringt.

Het leidt soms echter tot vreemde combinaties, die net iets te vergezocht zijn om te passen in zijn quasinonchalante stijl, zoals in de volgende strofe: 'Een man maakte zich schamel en ontegenzeggelijk, / dacht koortsachtig na over wat hij zich nog meer kon maken: / scheef, schuw, onoverdrachtelijk ...' Deze opsomming kan met enige moeite nog een gemene deler hebben, maar wat is een man die zich onoverdrachtelijk maakt? Of scheef?

Hierdoor, door de grote woorden en door de samenhang die noodzakelijk is om de meeste gedichten tot hun recht te laten komen, vinden we - vanuit onze opvatting van gedichten - dat er toch iets schort aan de bundel. Wél is het een ware eenheid, die door zijn herkenbaarheid en lef het lezen waard is.

Details Poëzie
Auteur: Toon Tellegen
Uitgever: Querido
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
62