Stefan Hertmans, ‘De bekeerlinge’

Dalven door de tijd

Steeds meer verdwijnen ze in de buik van de krant, steeds vaker verzonken in de kantlijn, steeds regelmatiger herleid tot slechts een handvol woorden. Steeds frequenter verzinken ze in de oceaan van de Europese inertie. En toch zijn ze er. Vluchtelingen. Met honderdduizenden sijpelen ze binnen, dooraderen ze een geografisch gebied dat hen evenveel als ons toebehoort.

Uit electoraal eigenbelang maken politici van de heersende verwarring gebruik om angst te zaaien. Ze schermen met xenofoob taalgebruik, oreren in demagogische beelden. Gaan er in de peilingen op vooruit. Stuk voor stuk verdienen die malafide volksmenners een exemplaar van ‘De bekeerlinge’. Om eraan herinnerd te worden dat een mens een mens is. Altijd en overal.

Stefan Hertmans’ nieuwe roman gaat over een zekere Vigdis, voor de goede orde ook wel Adelaïs genoemd. Later Sarah. Of Hamoutal. Naargelang de godsdienst die ze aanhangt verandert ze van naam, van rituelen en van klederdracht. De vrouw diep vanbinnen blijft echter dezelfde. Een twijfelend meisje, tot over haar oren verliefd op een jood. In de elfde eeuw is dat om problemen vragen.

Hamoutal onderneemt een maandenlange zwerftocht door Frankrijk, met als bestemming: een waardig bestaan. Ze vecht ervoor en krijgt het – een leven in harmonie met haar man, met haar kinderen, met de gemeenschap, met de natuur. Tot het noodlot toeslaat onder de vorm van een zogezegd Heilige Oorlog. Een kruistocht waarvan de vaandeldragers ontucht en waanzin etaleren.

Na een eerste persoonlijke diaspora vangt een tweede aan. De inzet van Hamoutals vlucht is deze keer haar hele leven. Ze verlaat Europa, wetend dat ze nergens meer zal thuiskomen. De wonden zijn immers te diep, de herinneringen te vers, het verdriet te alomvattend.

Negen eeuwen later reconstrueert een schrijver haar wonderbaarlijke verhaal. Hoewel. Reconstrueren is een groot woord voor iemand die met de verbeelding de vele vraagtekens van Hamoutals traject omzeilt. Niettemin wordt haar expeditie de zijne. Haar landschappen tekenen zich voor Hertmans’ geestesoog af door de impact van eeuwen en eeuwen van zijn netvlies af te schrapen.

‘De bekeerlinge’ wordt op die manier tegelijk roman en documentaire. Doorheen het relaas van het historische personage weeft de schrijver namelijk het hier en het nu. Hedendaags Frankrijk zindert, actueel Italië bruist, modern Caïro gonst doorheen de bladzijden. Aan de verkenning van een ongewis verleden verbindt Hertmans dus een ontginning van het heden, geholpen door het werktuig van zijn eruditie en fantasie.

In een homogene stijl laat de schrijver zijn zin voor poëzie, zijn vermogen om karakters psychologisch te typeren, zijn fascinatie voor de overlevering en zijn verwondering over de blinde vlekken in de kroniek versmelten tot een vanzelfsprekend geheel. De subtiliteit is eindeloos, het raffinement mateloos, de schoonheid grandioos, de bekoring tomeloos.

Nieuwsgierig als een kind wil Hertmans de muren aanraken die zij heeft gekend, de tocht afleggen die haar moedige benen hebben gewandeld. Tegelijk laat hij het personage los in zijn analyse van de menselijke natuur en in zijn dissectie van haar woelige tijdsgewricht, dat metaforisch is voor het onze.

‘De bekeerlinge’ is universeel, zowel in menselijk als in thematisch opzicht. Het is een moreel appel aan onze humaniteit, een pleidooi voor verwondering over wat ons vreemd is, een exempel van betrokkenheid bij de sociopolitiek en ecologisch ontredderende realiteit van vandaag.

De roman als daad van mededogen. Een boek als een gebed.

Details Fictie
Dalven door de tijd
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
318