Hilbrand Rozema, Slagveldtoerisme

Reizen van speels naar ingetogen

Hilbrand Rozema’s derde bundel, ‘Slagveldtoerisme’, bestaat uit vier delen. Hij begint netjes met ‘Begin’, gaat van ‘Reizen’ over naar het verwante ‘Slagveldtoerisme’, om te eindigen met ‘Gebroken lampen’. Een constante in deze vier delen is de werkwijze met cycli: vaak verkennen drie of vier gedichten onder één titel een idee, een gevoel of een beschrijving of werken een gedachte uit. Daardoor krijgt deze poëzie vaak een doorvoeld karakter en een zweem van continuïteit. Het gedicht ‘Losgerende bloesems’, bijvoorbeeld, wordt vier keer hernomen met dezelfde mooie beginregels 'Het licht van de zon/ op de losgerende bloesems'. Daarmee gaat de dichter wel telkens een andere kant op. Ook evolutie krijgt zijn plaats in deze bundel.

Uit de vier delen komt er immers een duidelijke ontwikkeling naar voren. ‘Begin’ opent heel speels met gedichten die bruisen van de taalcreativiteit. Rozema maakt dankbaar gebruik van woordspelingen zoals 'Eronder zwoegt het hout van de vloeren, het zelf/ gebouwde vlot waarop wij als kwajongens onze tijd/ verdrijven.' en bootst in ‘Spreekbeurt’ het leesritme van een kind na: 'Mijn spreek beurt gaat// o fer bij en (…) ‘Bij en’. (…) BIJ en/ zor gen voor HO ning. De Ko ning in (hart// stik ke dik) zoekt in het na jaar een plek je'. Qua nostalgie mist deze techniek zijn effect niet: wij dachten spontaan terug aan de tijd van ‘miep’, ‘muis’ en leesmappen. Leuke poëzie is dit, geen verzen die zich onuitwisbaar in je hart zullen schroeien, maar aangenaam om te lezen.

In ‘Reizen’ en meer nog in ‘Slagveldtoerisme’ wordt de toon ernstiger en de thematiek algemener. In ‘Reizen’ wordt de zee de inspirerende muze, wat soms toch aanleiding geeft tot persoonlijke bedenkingen: ‘Nachtzwemmers hebben van de wereld de tijd./ Het is goed om aan de rand van iets te staan,/ een water of een landkaart of een continent/ en tussen lichte fosforgolfjes door te glippen’.

‘Slagveldtoerisme’ is dan weer, zoals de titel van dit deel al laat vermoeden, gewijd aan de oorlog. Rozema wisselt van een stijl die grenst aan de reportage naar gevoeligere en meer kwetsbare bedenkingen en formuleringen. Een staaltje van die eerste stijl is een relatief nuchter relaas van een SS-aanval in ‘Spookverhalen’ en een choquerend zakelijk verslag van de verwondingen van een Duitse soldaat: 'Verwundung: 100% Kriegsbeschädigung; Amputation/ linker Unterschenkel, Versteifung rechtes Kniegelenk'. Maar des te brozer klinkt daarnaast de gemoedstoestand van een verdwaalde soldaat in het bos: 'Een beetje bos kan als een vriendschap zijn./ Eerst was er nog geen vuiltje aan de lucht./ Misschien dat onze man erover mediteerde/ hoe zacht de oorlog hier ging liggen op het mos.'

Net wanneer wij na deze twee langste luiken het wel gehad denken te hebben, valt ‘Gebroken lampen’ in met een opmerkelijke stemmigheid. De dichter mijmert over het verleden; ouders en religie krijgen een plaats, en sobere, introspectieve regels maken hun opwachting: 'De dichters komen afscheid nemen. We roken wat/ en schoppen moe tegen de grond.// Schudden hier de zinnen op en maken daar alles/ mooier dan het was, misschien, op zoek// naar spelden in ons eigen hooi, naar iets van rust,/ en duur.' Rozema sluit de bundel af met regels die, zijn religieuze overtuiging trouw, merkwaardig ingetogen zijn. Het is even opletten, want in het lied brengt hij zelf de regeleindes aan: 'en nu is mijn enig erfstuk een meubel van eikenhout (/) in de vorm van een geformeerd gezang (/) en aan de avond van mijn leven/, breng ik, van zorg (/) en strijden moe/ voor elke dag mij hier gegeven/ (/)U hoger, reiner loflied toe.' De moeite wel even waard, dunkt ons.

De wisselingen van toon en thematiek maken van ‘Slagveldtoerisme’ een gevarieerde bundel die niet snel gaat vervelen. Anderzijds krijgt de lezer van het eerste en het laatste luik zo een beperkt smaakje dat hij op zijn honger blijft zitten. Want in deze delen is Rozema op zijn sterkst: het speelse begin van het leven en het ingetogen einde; het persoonlijke, het kwetsbare. Zijn veeleer nuchtere poëzie is daarom niet minderwaardig, maar komt beter tot zijn recht in een bundel die enkel dat aspect van Rozema’s talent naar voren schuift. De verschillende aanpak heeft immers ook vormelijke gevolgen. ‘Begin’ en ‘Gebroken lampen’ zijn aanzienlijk toegankelijker dan de idiosyncratische stijl in ‘Reizen’ en ‘Slagveldtoerisme’. Dat wij pleiten voor twee bundels in plaats van één, kan dan wel een streepje kritiek zijn, maar net zo goed een vraag naar meer.

Details Poëzie
Auteur: Hilbrand Rozema
Uitgever: De Arbeiderspers
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
106