Sherko Fatah, 'In andermans handen'

Veroordeeld tot elkaar

Zeven jaar terug brak de Duitser Fatah internationaal door met 'We gaan als het donker wordt', een boek dat een brug sloeg tussen gemeenschappen. Om dat te verwezenlijken nam hij zijn toevlucht tot een aloud recept: hij creëerde goed uitgewerkte personages, liet zijn roman niet verwateren tot pamflettair gewauwel. De conclusie van zijn verhaal liet hij over aan de lezers. Toen hij een paar weken terug te gast was bij Jeroen van Kans boekenprogramma, verwoordde hij het als volgt: 'De roman moet geen oplossingen aanreiken, hij kan in het beste geval toenadering bieden.'

Het verhaal in 'In andermans handen' is eenvoudig: Albert en Osama worden ontvoerd in Irak, slagen erin te ontsnappen maar belanden terug in de handen van hun ontvoerders. Hoogst onzeker van hun lot, gaan ze de dialoog aan met elkaar. Albert - Duitser - kwam terecht in Irak omdat hij er de nationale kunstschatten wou behoeden voor vernietiging, Osama - Irakees - treedt op als Alberts tolk. Allebei delen ze een verleden waarin de DDR een centrale rol speelt. Twee buitenstaanders, veroordeeld tot elkaar.

De manier waarop Fatah de Irakese woestijn tot leven brengt, doet bij momenten denken aan het tactiel proza dat Peter Terrin hanteerde in 'De bewaker'. Maar in tegenstelling tot die roman duiken hier wel interessante zijfiguren op en is dit niet zozeer een oefening in uitgebeend taalgebruik. Deze roman haalt zijn kracht uit de permanente dialoog tussen Albert en Osama. Hun situatie is uiterst penibel, maar zolang ze met elkaar converseren is er hoop. Er flitsen pertinente inzichten door hun hoofden, ingegeven door de levensbedreigende situatie waarin ze zich bevinden. Wanneer Albert verplicht wordt te telefoneren, krijgt hij een GSM in de handen geduwd:

'De telefoon was zowaar net opgeladen, en de aanblik van de kinderlijk naïeve symbolen benam hem de adem. Ik heb in een speelgoedwereld geleefd, schoot het door zijn hoofd.'

Iets later zijn Albert en Osama een paar minuten alleen. In de aangrenzende ruimte bevindt zich een computer die toegang biedt tot het internet. In plaats van een noodbericht de wereld in te sturen, mailt Albert zijn zus Mila een verwijzing naar een roman van Robert Louis Stevenson. Osama bijt op zijn lip, bedenkt:

'Zo waren ze, die lui uit het Westen. Altijd een beetje bloedeloos wat het leven betrof ... Hoe trots moest deze Duitser wel niet op de exclusiviteit van zijn bericht zijn. Het zijn vliegende mensen. Ze zijn waarachtig vrij, zo vrij dat ze zich vergissen.'

Er is nogal wat onbegrip tussen de twee, waarbij vooral Albert vraagtekens plaatst bij Osama. Waarom blijft Osama immers bij Albert? Hij kan toch makkelijk vluchten, als autochtoon?

'In andermans handen' is tegelijkertijd actueel en tijdloos. Zijn personages spreken zich niet politiek uit over de situatie waarin ze zich bevinden, maar proberen simpelweg te overleven. In zulke situaties kan het helpen de ander te zien als een mens en niet als een optelsom van een aantal gemeenplaatsen.

Details Fictie
Vertaler: Pauline de Bok
Uitgeverij: Cossee
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
284