Sayed Kashua, 'Tweede persoon enkelvoud'

Als het over het Israëlisch-Palestijnse conflict gaat denken we al snel aan twee afgebakende kampen. De Palestijnen zijn diegenen die in de Bezette Gebieden wonen en de Israëliërs zijn de Joden die in Israël resideren. Maar zoals steeds is de realiteit niet zo zwart-wit. Wat niet iedereen weet is dat maar liefst twintig procent van de bevolking in Israël moslim, christen, druzisch of bedoeïen is. Juridisch zijn deze Israëlische Palestijnen gelijk aan de Joodse bevolking, maar in de praktijk blijkt dat ze het op socio-economisch vlak een stuk moeilijker hebben. Officieel heeft Israël het trouwens nooit over Israëlische Palestijnen, maar over Israëlische Arabieren. Israël is er als de dood voor om een belangrijke minderheid op haar grondgebied als Palestijnen te bestempelen.

Sayed Kashua is een van die Israëlische Palestijnen. In ‘Tweede persoon enkelvoud’, zijn derde roman, gebruikt hij vreemd genoeg wel consequent het woord Arabieren. Het boek vertelt twee verhalen die langzaam naar elkaar toe groeien. In het ene passeert een naamloze Israëlisch-Palestijnse strafrechtadvocaat na zijn werk langs zijn favoriete boekenwinkel waar hij een tweedehandsexemplaar van ‘De Kreutzersonate’ van Tolstoj op de kop tikt. ’s Avonds voor het slapengaan slaat hij het boek open. Tot zijn verbijstering valt er een briefje uit met het handschrift van zijn vrouw op. Ze bedankt iemand voor een heerlijke avond. Het onschuldige kattenbelletje brengt de advocaat buiten zinnen van jaloezie. Hij gaat op zoek naar wie ze het briefje schreef.

In de tweede verhaallijn is Amir gefrustreerd door zijn werk op een sociale dienst in Oost-Jeruzalem. Als jonge Israëlische Palestijn is hij afkomstig van het platteland, maar na zijn studies in Jeruzalem is hij blijven hangen. Amir neemt ontslag en aanvaardt een baantje waarbij hij ’s nachts op Jonathan, een verlamde Joodse jongen, past. Naarmate de lange, saaie nachten elkaar opvolgen geraakt Amir steeds meer gefascineerd door het leven van Jonathan voor zijn ongeval.

Kashua maakt van zijn twee hoofdpersonages gebruik om te kijken wat het nu betekent om in Israël Palestijn of Jood te zijn. Zo hekelt hij de onzekerheid en hang naar erkenning van succesvolle Israëlische Palestijnen. Tegelijkertijd hakt hij genadeloos in op het Joodse racisme. Kashua moet ook niets hebben van (de etnische invulling van) het concept ‘identiteit’. ‘Dat niet alleen wij Arabieren als Arabieren, maar dat in feite geen enkel volk op aarde iets heeft om trots op te zijn in zijn verleden’, laat hij een van zijn verstandigere personages zeggen. Alleen daarom is dit boek ook relevant – om niet te zeggen broodnodig - voor onze contreien.

De moeder van Jonathan gaat zelfs nog verder en beweert dat je pas ‘echt wijs bent als het je lukt om iedere identiteit af te leggen’. Ze weet trouwens dat ‘je ontdoen van je huidskleur een beetje moeilijk is … maar dat het nog moeilijker is om je te bevrijden van de genetische lading van je economische klasse.’ Kashua laat mooi zien dat identiteit veel meer is dan je etnische afkomst. Je socio-economische achtergrond en of je opgegroeid bent in een stad dan wel op het platteland bepaalt oneindig veel meer wie je bent.

Ondertussen doet deze recensie waarschijnlijk vermoeden dat deze roman haast academische trekjes krijgt, maar niets is minder waar. ‘Tweede persoon enkelvoud’ is zeer vlot geschreven, grappig en spannend tot op de laatste pagina’s. Ideaal dus voor wie op zoek is naar een boek dat van binnenuit en toch met een ander perspectief naar Israël kijkt.

Details Fictie
Originele titel:
Identiteit in Israël (en daarbuiten)
Auteur: Sayed Kashua
Uitgeverij: Anthos
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
304