Saskia de Coster, 'Wat alleen wij horen'

Wat wij allen mogen lezen

Wie ooit in een appartement woonde, kan er van meespreken. Terwijl je rustig je eigen leven leidt op enkele vierkante meters, ontsnap je nooit helemaal aan wat er zich onder, naast en boven je afspeelt. De stiletto’s van de bovenbuurvrouw op het parket vlak voor het uitgaan op vrijdagavond. De veel te luide tv van de buurman op die ene zender waar je zelf nooit naar kijkt. Het enthousiaste, spannende liefdesspel van het jonge koppeltje onder je. Achter die gesloten deuren spelen zich hele levens af die alleen wij horen, en stiekem ook wel zouden willen zien. Saskia de Coster neemt ons in haar nieuwe boek ‘Wat alleen wij horen’ mee naar het Atlasgebouw en haar buitengewoon doodgewone bewoners en zet voor ons alle deuren op een kier.

Een aangetekende brief gericht aan alle Atlasinwoners volstaat om iedereen de gang op te krijgen en de plot van deze roman te ontrollen. Het Atlasgebouw heeft haar beste tijd gehad en haar eigenaar, de onpersoonlijke Firma, besluit daarom het met de grond gelijk te maken. Zes maanden de tijd krijgen alle huurders om hun boeltje te pakken en op zoek te gaan naar een nieuwe stek. Maar dat is buiten een handvol actieve bewoners gerekend die dit niet zomaar zullen laten gebeuren. Aan kop van deze groep staat Melanie, een alleenstaande moeder op de rand van een burnout en een van de vijf hoofdpersonages uit ‘Wat alleen wij horen’.

Melanie is vastbesloten Firma te laten inbinden en bonst op alle deuren om slapende honden wakker te maken. Onder meer bij Anton, single met saai leventje en tevens conciërge van het Atlasgebouw, en zijn zus Erin die net succesvol debuteerde met haar eerste roman maar nu ploetert om een even goed vervolg klaar te krijgen. Enkele deuren verder vindt ze het oude koppel George en Abigail die surrogaatgrootouders spelen voor haar zoontje Claus die het vijftal vervolledigt. Het klinkt redelijk soapy wanneer je het in één alinea gebald ziet, maar de Coster slaagt er wonderwel in om alles naar een hoger niveau te tillen.

Dat heeft veel te maken met de vertelstructuur. In zes hoofdstukken kruipen we telkens een maand dichter bij de ultieme dag waarop het gebouw tegen de grond moet. Elke maand zien we waar elk van de vijf personages op dat moment staan in hun ultieme zoektocht naar de liefde, de verloren gewaande herinnering, de volwassenheid en het geluk. Door die kleine tijdssprongen valt er telkens heel wat nieuws te vertellen en merk je de subtiele gedragswijzingen van de personages beter op. Terwijl de ene staalhard blijft ontkennen, begint de andere de zinloosheid van de strijd stilaan in te zien. Eenzelfde feit bekeken door verschillende ogen is al meerdere keren gedaan in film en literatuur, maar het moet gezegd dat dit bijzonder goed gedaan is in ‘Wat alleen wij horen’.

Wat voor extra kruiding zorgt zijn de korte intermezzo’s bij andere bewoners en wat magisch elementen links en rechts. De intermezzo’s zijn zelden langer dan een pagina of twee maar toch lang genoeg voor enkele mooie karakterschetsen die we bij de beste stukken van het boek rekenen. Zulke stukjes zijn natuurlijk ongevaarlijk terwijl je met magisch-realisme meer risico loopt. Een teveel hieraan kan het lezerspubliek zo uit het verhaal duwen waarmee je de geloofwaardigheid van het hele verhaal ondermijnt. Gelukkig niet zo in deze roman, zowel in de verhalen van Claus en Anton zitten aspecten die je doen twijfelen maar net daardoor het beoogde effect bereiken.

Saskia de Costers schreef met ‘Wat alleen wij horen’ een boek dat niet ongehoord mag blijven, maar beter nog, door velen gelezen moet worden.

Details Fictie
Auteur: Saskia de Coster
Uitgeverij: Prometheus Amsterdam
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
317