Sandro Veronesi, 'Grote reizen, kleine reizen'

Veelbelovend begin, teleurstellend vervolg

Een boek met reisverhalen. Dat belooft de schrijver ons in de inleiding van ‘Grote reizen, kleine reizen.’ En de ondertitel van het boek - ‘Totdat je hart geheel vervuld is’ - doet meteen het beste hopen. Helaas! De persoonlijke manier van reizen, kijken en beleven die op de achterflap wordt aangekondigd, mondt snel uit in wat meer wegheeft van een toeristische gids dan van een bundel reisverhalen. Maar laat ons beginnen bij het begin.

Achteraf beschouwd, behoorde de introductie tot de beste stukken van het boek. Wanneer Veronesi het heeft over zijn schrijverschap en de twee soorten schrijvers die hij is, weet hij dat perfect te verwoorden: “… het beklimmen van de literaire berg langs twee verschillende flanken, die van de fictionele vertelling en die van het realistische verslag. De top is hetzelfde, maar de hellingen zijn heel verschillend …”. Laat maar komen, dachten we op dat ogenblik, die reizende Veronesi en de confrontaties met zichzelf die hij onderweg beleeft. Zelfs als zijn deze verslagen maar voor drie vierden zo goed als de sublieme fictie van ‘Kalme chaos’ of ‘In de ban van mijn vader’, dan staat ons een aangename leeservaring te wachten.

De twee eerste verhalen lossen die verwachting zeker in. Peru, is een, zoals hij het zelf noemt, rouwreis die hij in 2007 maakte na het overlijden van zijn moeder. Ook de reis naar Amerika is opnieuw een mythische verwerkingsreis, wanneer zijn vader amper een jaar later sterft. Beide stukken hebben niet alleen meer diepgang dan een oppervlakkig verslag, ze tonen bovendien de kritische geest van de auteur. In Peru vertaalt zich dat door een flinke dosis Italiaans chauvinisme, in Amerika voelden we vooral de onderliggende woede bij zijn verlies. Dat uit zich in kritiek op the American Way, of zoals Veronesi zegt: “de leugen van het geluk”. Heerlijk toch wanneer hij geen blad voor de mond neemt: Amerikanen zijn in staat om alle poëzie te verpesten en ze blijven het schone onophoudelijk vermengen met het lelijke.

Daarmee hadden we het beste gehad. De volgende stukken zijn jammer genoeg altijd meer van hetzelfde. Weliswaar is de bestemming iedere keer anders, het verslag wordt telkens op haast identieke wijze gebracht, met een invulling van dag tot dag, van uur tot uur. Hoe was het weer? Hoe ging het met eten en slapen? Sommige beschrijvingen riepen bij ons zelfs herinneringen op aan één van de traditionele stelopdrachten op school: ‘Hoe was je vakantie?’ Geen compliment voor een schrijver met wiens fictie we zo hoog oplopen.

Wie op zoek is naar goede adresjes om te logeren of te lunchen, krijgt die in ‘Grote reizen, kleine reizen’ frequent tussen haakjes meegedeeld. Volgens Veronesi zou in Antwerpen bijvoorbeeld de allerbeste Martini van heel Europa worden geserveerd. De Italiaan wordt zo overdreven lovend over de schoonheid van de Scheldestad, dat we hem gingen verdenken van een stevige portie ironie.

Namen, feiten en nog eens namen. De lezer wordt ermee om de oren geslagen. Onze aandacht verslapte, naar het einde toe begonnen we zelfs bijna diagonaal te lezen. Daar kon het laatste stuk nog weinig aan veranderen. “… ik heb op de tafel een grote kaart van Mexico uitgespreid en ben er met mijn vinger doorheen gereisd.” Mooie invalshoek voor een verhaal in de ban van het verleden. We hadden graag veel meer van dat gewild.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Prometheus Amsterdam
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
206