Ruth Lasters, 'Vlaggenbrief'

Ijzingwekkende schreeuw

‘Vlaggenbrief’ is een misleidende maar boeiende roman. De aanzet, waarin een oude vrouw een onbekende uitnodigt op haar flat, is licht en verleidelijk als een zomerse bries. Regel na regel drijft Ruth Lasters de bedwelming op en schrijft ze naar een wrange ontknoping toe. Herfstig proza over een noodlottige zomer.

Als je een boek uithebt, is het zinvol terug te spoelen naar de beginalinea’s. In goede literatuur knipoogt de eerste zin naar de laatste. Zo is het ook in de derde roman van Lasters. Thérèse tikt het motief aan waarom ze strandliggers lokt om van haar sanitair gebruik te laten maken: 'U denkt allicht dat ik u zopas uit aardigheid uit de ellenlange wachtrij voor het openbare strandcloset had geplukt.' Om er aan toe te voegen dat dat had gekund. En dus heeft ze andere bedoelingen, maar daarover laat ze niets los. Een venijnige strategie past de schrijfster toe, die de lezer een paar honderd bladzijden verder als een boomerang vol in het gezicht zal treffen.

Terwijl de bejaarde vrouw haar gasten toespreekt in de U-vorm, zo tutoyeert haar zoon Patrick zijn ex Eline. Zijn taal is doorregen van Engelse termen, alsof hij zichzelf van zijn eigen cool probeert te overtuigen. Zijn hufterige omgang met Eline en zijn ouders lijkt voor hem een scalp. Het register van moeder en zoon is op een geloofwaardige manier radicaal verschillend.

Lasters diept die tegenpolaire aard verder uit in hun omgang met Henri, echtgenoot respectievelijk vader van Thérèse en Patrick. Die laatste kampt met een diepgeworteld negatief zelfbeeld: 'Zo’n verwend strontzoontje, waar de ruggengraat in één ruk uit is getrokken als uit een slibtongetje'. Hij schuift dat in de schoenen van zijn vader. In schril contrast met zijn onversneden haat staat de vergevingsgezindheid van Thérèse. Henri, een contactgestoorde en koopzieke aanhanger van het Oblomovisme, stapelde kans na kans op en zadelde zijn vrouw op met een allesverterend schuldgevoel.

Het is een grimmige sfeer die opstijgt uit het boek. Henri krijgt geen woord in de mond gelegd. Hij is afwezig, maar op een verpletterende manier ook aanwezig.

De hoofdstukken waarin Henri’s slachtoffers hun wonden likken, wisselen af met een derde personage, toiletdame Vera Paesschen. Lasters geeft een verteller het woord als ze Vera in het vizier neemt. Die wissel in perspectief wekt de aandacht, alsof ze duidelijk wil maken dat Vera niet echt thuishoort in het verhaal. Alleen plottechnisch lijkt ze een rol te moeten vervullen, een these waarvoor het bewijs in de epiloog van ‘Vlaggenbrief’ is te vinden.

In subtiele proporties ontrafelt Lasters het drama van Thérèse. De verknipte Patrick glijdt steeds verder af, zijn onafwendbare lot tegemoet. ‘Vlaggenbrief’ is een boek dat naarmate de pagina’s vorderen beter en beter wordt, zonder dat er behaagzieke taal aan te pas komt. Het onbestemde begin ruilt plaats voor een zinderende finale waarin de schrijfster bijna uit het niets een plotgedreven vertelling opdist. Het grandioze slot illustreert het metier van Ruth Lasters. Soepel maar vastberaden ensceneert ze de ijzingwekkende schreeuw om rechtvaardigheid van Thérèse.

Details Fictie
Auteur: Ruth Lasters
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
281