Roderik Six, 'Val'

Het kwaad in ieder van ons

Drie jaar terug verheugde Knack-journalist Roderik Six ons met zijn originele en dromerige debuut ‘Vloed’. Prompt won hij de Bronzen Uil, de debutantenprijs van het letterenfestival Het Betere Boek. ‘Val’ is zijn tweede roman. In een van de wereld afgesneden nederzetting manifesteert het kwaad zich openhartig. Six is een vaardige stilist, maar zijn vizier is te weinig gericht op het innerlijk van de personages.

Als lezer kun je alleen maar gissen waarom schrijvers schrijven, tenzij ze kleur bekennen, zoals Christiaan Weijts in een gesprek met het online literair tijdschrift Lood. Weijts wil in eerste instantie zijn eigen vermogen tot denken en voelen vergroten. Als de missie van Six erin bestaat volmaakte zinnen en zinderende scènes op papier te zetten, slaagt hij met verve.

‘Val’ volgt de cyclus van de seizoenen. In de zomer arriveert een dokter in het onooglijke vissersdorp Fall. Hij zal er de woonst betrekken van de voormalige dokter Lyndon die in onfrisse omstandigheden het leven liet. Waarom hij zijn bestaan op het vasteland de rug toekeerde, krijgen we pas veel later te horen. De nachtelijke rit naar Fall, breed uitgesmeerd door Six, inspireert de dokter niet tot een lofzang op het leven. ‘Wat gefluister in het duister, meer had ik niet nodig, meer zijn we niet’, klinkt het lijdzaam uit de mond van Doc, zoals de dorpelingen de nieuwkomer zullen noemen.

Dat hij op de vlucht is verhult hij niet. Waarom hij de wijk nam verontrust hem niet langer. Sheriff Dwight is zijn gids en belt hem tijdens slapeloze nachten wakker om hem de geschiedenis van de bewoners bij te praten. Onder meer over het geheim van de oude mr. Reynolds aan wie hij zuurstofflessen levert. Ook de hoerenmadam Rose en Jonathan doen hun intrede en even lijkt hij de mysterieuze sfeer uit de bekroonde HBO-serie Carnivàle op te wekken.

Het taaltalent van Six spat van het papier, hij studeerde cum laude af aan de school van Peter Verhelst. Bij hem is een tafel niet louter een meubel maar ‘een tafeltje als een lage barkruk, een tafeltje met vier sierlijke poten in de vorm van een uitgerekte s’. Hij zet het verhaal onder druk met een nimmer aflatend spervuur aan poëtische stroomstoten.

Voorbij halfweg, de winter is intussen het ijzige decor van het verhaal, barst de etterbuil in Fall open. Hoe hard je ook schrobt, de vale kringen pus blijven oplichten. De passages zijn zo verrekt huiveringwekkend opgetekend dat je je in een thriller waant. Het kwaad kan opstaan in ieder van ons, je kunt alleen niet vermoeden wanneer de honger zal ontwaken. De dood eist tot de laatste regel alle aandacht op.

In een column voor Knack betreurde Six de literaire bloedarmoede bij de jonge garde Vlaamse auteurs (Knack, 24 september 2014). Of hij met ‘Val’ het recept afleverde om die negatieve trend ten goede kan keren zal nog moeten blijken. Een roman behoort veel meer te zijn dan een optelsom van fraaie beelden en metaforen. Ook tussen de personages moet het knetteren. Hij verliest te vaak het evenwicht tussen vorm en inhoud uit het oog, precies datgene waarin jongere Nederlandse auteurs als Thomas Heerma van Voss, Niña Weijers of Wytske Versteeg excelleren.

De behendige Six staat op de splitsing tussen schoonschrijver en volbloed romancier, alleen hij weet wat hem drijft om zijn Moleskine schriftjes vol te pennen.

Details Fictie
Auteur: Roderik Six
Uitgeverij: Prometheus
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
239