Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen

Netjes buiten de lijntjes

‘Nette mensen' en ‘allochtonen': dat is de tweedeling die de wereld waarin Vuijsjes debuutroman zich afspeelt, domineert. In Amsterdam Oud-Zuid wonen ‘alleen maar nette mensen': niemand die de foute huidskleur heeft, zoals Marokkanen, Antillianen, Surinamers... David behoort tot beide: hij groeide op in Amsterdam Oud-Zuid, maar door zijn zwarte haar ziet hij eruit als een Marokkaan, hoewel hij Joods is.

David is achttien en volgens het uitgestippelde levenspad dat alle nette mensen via de navelstreng meekrijgen, moet hij naar de universiteit gaan, trouwen met zijn nette jeugdliefde Naomi en in een net huis in een nette buurt gaan wonen. Maar Davids verlangens gaan een heel andere richting uit: buiten de grenzen van Amsterdam Oud-Zuid. Wat hij wil is een intellectuele negerin: wild, primitief, los, voorzien van enorme borsten en billen én slim. Zijn zoektocht start in de Bijlmersporthal bij de voluptueuze Rowanda en leidt hem tot in Memphis.

Via Davids queeste dringt Vuijsje de vaak genegeerde zwarte gemeenschap binnen. De wereld die hij schetst is er een van overspelige mannen, vurige vrouwen, liegen en bedriegen en bonkende hiphopbeats. Het is niet meteen een rooskleurig plaatje en enige nuance valt er ook niet in te ontdekken. Maar Vuijsje is fair: ook de vieze vlekken van het steriele Amsterdam Oost worden onthuld. Op heerlijk pretentieloze wijze wordt de blasé wolk die de intellectuele elite - een beroemde columnist, een invloedrijke tv-producent, een verantwoorde presentator bij de commerciële omroep, een hoofdredacteur van een kwaliteitskrant... - omringt, doorprikt waarna niet veel meer dan een stelletje ego's overblijft.

De verhaallijn is versnipperd: via flashbacks krijgt het geheel vorm, wat een dynamische stijl creëert. De toon is direct, humoristisch en doorspekt met ‘black slang'. ‘Alleen maar nette mensen' is een no-nonsenseverhaal. Jammer genoeg heeft deze minimalistische aanpak ook nadelen: het hoofdpersonage is te weinig psychologisch uitgewerkt, wat de geloofwaardigheid niet ten goede komt.

De röntgenfoto die Vuijsje maakt van de multiculturele samenleving is een scherp en confronterend beeld. Maar net als een röntgenfoto bestaat het verhaal uit zwart-wittinten, wat een simpliciteit creëert die ons meer dan eens ergert. De intellectuele negerin bestaat niet omdat de negerin eindigt waar intelligent begint? Een zekere heer Dewinter zou hier wel eens smakelijk mee kunnen lachen.

‘Alleen maar nette mensen' is een actueel boek dat het failliet aantoont van het steriele onderscheid tussen ‘wij' en ‘de anderen' waarmee de multiculturele samenleving doorgaans geanalyseerd wordt. Het boek lanceert een interessante vraagstelling over identiteit. Ben je wie je denkt dat je bent of ben je wie de anderen denken dat je bent? Als je eruitziet als een Marokkaan en als iedereen op straat denken dat je er een bent, behoor je dan tot de Marokkaanse gemeenschap? En als je je niet gedraagt zoals de rest van ‘jouw gemeenschap', behoor je er dan wel nog toe? Of ben je dan een outlaw?

De vernieuwende invalshoek waar Vuijsje voor kiest om de multiculturele samenleving te beschrijven en de vragen die hij ermee oproept verdienen lof, hoewel de verhaallijn en de stijl op zich de lezer niet bepaald van zijn sokken blazen. Het is dan maar de vraag waar de jury van De Gouden Uil de voorkeur aan geeft: het verhalende of het maatschappijkritische aspect. Zijn we te veeleisend als we menen dat de winnaar van De Gouden Uil een combinatie van beide moet zijn, doorvlochten met uitgepuurde taalkunst?

Details Fictie
Originele titel:
Alleen maar nette mensen
Auteur: Robert Vuijsje
Copyright afbeeldingen: Nijgh & Van Ditmar
Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
286